Algemene functies van het zenuwstelsel:
o Regulatie van activiteiten van weefsels en organen
- Organen en weefsels worden geremd of gestimuleerd in hun
activiteiten, wanneer verandering in of buiten het lichaam daartoe
aanleiding geven. (Hard wegrennen tijdens levensbedreiging).
o Coördinatie van activiteiten van weefsels en organen
- Een optimale samenwerking tussen weefsels binnen een orgaan of
tussen organen onderling. Bijvoorbeeld hoge maagperistaltiek, door
spiercontracties.
o Regulatie en coördinatie van vegetatieve functies
- Gebeuren meestal buiten de wil om. Deze stelsels moeten nauw
samenwerken:
1. Circulatie
2. Spijsvertering
3. Uitscheiding
4. Ademhaling
5. Begrenzing door de huid
o Coördinatie van contacten met de buitenwereld
- Bewustwording van omstandigheden in de buitenwereld en er
eventueel op reageren (kan de vegetatieve functies ondersteunen).
o Coördinatie van de psychische functie
- Het bewustzijn en zelfbewustzijn, leren en herinneren, stemmingen en
emoties, denken, dromen en fantaseren, karakter etc.
Het centrale zenuwstelsel (CZS) is de hersenen (98% van het totale
zenuwstelsel) en het ruggenmerg. Het perifere zenuwstelsel bestaat uit de
hersenzenuwen, de ruggenmergzenuwen, de grensstreng (zenuwknopen) en de
zenuwen van het vegetatieve zenuwstelsel. De delen tussen de PZS vormen de
verbindingswegen tussen het CZS en de rest van het lichaam.
De fysiologische indeling is verdeeld onder drie aspecten: integratie,
hiërarchie en richting van het signaal.
Afhankelijk van de organen die samenwerken, is er sprake van twee soorten
integratie:
o Vegetatieve (autonoom en onwillekeurig) integratie
De namen houden verband met het feit dat de regulatie en coördinatie in
de regel buiten de wil om en meestal onbewust verlopen (ademfrequentie,
bloeddrukregulatie en darmactiviteit etc).
De effectoren van het vegetatieve zenuwstelsel zijn glad spierweefsel,
hartspierweefsel en de klierweefsels.
Dit zenuwstelsel bestaat uit het sympatische (actief: rennen, fietsen en
zwemmen etc) en parasympatische zenuwstelsel (passief: rustig zitten na
het eten etc). Sympatisch stimuleert de hartactiviteit, ademhaling,
verhoogt bloedsuikerspiegel en spanning in skeletspieren. Parasympatisch
1
, stimuleert de spijsvertering, vertraagt hart en ademhalingsactiviteit en
remt de spieractiviteit.
o Animale (willekeurige) integratie. Dit zenuwstelsel reguleert de
wisselwerking tussen het individu en zijn omgeving. Gaat om activiteiten
van het lichaam, die op commando van de wil werken (communicatie en
het gedrag). De effectoren van het animale zenuwstelsel zijn de
dwarsgestreepte spieren.
De werking van het zenuwstelsel is te onderscheiden in een ‘lager’ niveau en
‘hoger’ niveau. De grote hersenen vormen het hoogste niveau.
De ‘macht’ neemt af van de hersenen naar het ruggenmerg.
Vanuit het CZS gaan impulsen naar het lichaam, bijvoorbeeld naar de
beenspieren. Ook gaan er impulsen vanuit het lichaam naar de hersenen (vanuit
zintuigen bijvoorbeeld). Afferente
(aanvoerend) informatie: Impuls van
perifeer naar centraal, aanvoer van info naar
CZS toe. Efferent (afvoerend) informatie:
Impuls van centraal naar perifeer, signalen
van het CZS weg. Ook binnen het CZS zijn er
2
,twee hoofdrichtingen. Impulsen die van boven (hoog niveau) naar beneden
(lager niveau) lopen zijn de afdalende banen (efferent). Impulsen die van laag
naar hoger lopen, gaan via opstijgende banen (afferent). Er is ook een grote
groep impulsen zonder duidelijke opstijgende of afdalende richting.
Neuronen: Is een (zenuwcel), het is een functionele eenheid van het
zenuwstelsel. Er zijn veel typen neuronen, maar ze hebben allemaal een aantal
gemeenschappelijke kenmerken.
Neuroglia: Is een verzorging en steunweefsel, in functie te vergelijken met
bindweefsel. Neuroglia speelt een essentiële rol bij de werking en instandhouding
van neuronen. Neuronen kunnen zelf geen voedingstoffen opslaan. Als de
neuroglia ze niet continu voorziet van zuurstof en voedingstoffen, zouden
neuronen snel doodgaan. Binnen het CZS bestaat de neuroglia uit meerdere
typen gliacellen, binnen het PZS uit schwanncellen.
Myelineschede: (zenuwmergschede) axonen worden meestal omgeven door
een vetlaagje. Ook zijn de myelineschede regelmatig onderbroken.
Hoe werkt een impulsgeleiding? (prikkelgeleiding): tijdens een actiepotentiaal
ontstaat er een spanningsverschil tussen het stukje van de celmembraan waar de
actiepotentieel plaats vindt en het volgende stukje celmembraan.
Hierdoor gaat een stroompje lopen tussen het geprikkelde stukje membraan en
het stukje ernaast. Het stroompje zelf is nu de prikkel voor de opwekking van een
nieuwe actiepotentiaal in het volgende stukje celmembraan.
De verplaatsing van de actiepotentiaal over de celmembraan wordt de
impulsgeleiding genoemd.
Synaps: Bestaat uit de presynaptische membraan van het axon, de synapsspleet
tussen beide cellen en de postsynatische membraan van de cel die de impulsen
ontvangt. De synaps draagt de elektrische impuls via chemische boodschappers
over aan de volgende cel.
Synapsblaasjes: Bevinden zich in het cytoplasma
van het axon, met een chemische boodschappersstof
(neurotransmitter).
Een synaps is de contactplaats tussen:
1. Twee zenuwcellen: synaps
2. Een zenuwcel en een spiervezel: motorische
eindplaat
3. Zenuwcel en een klier.
Neurotransmitters:
• Exciterende neurotransmitters, werken
stimulerend op de impulsoverdracht. Ze veroorzaken
depolarisatie bij postsynaptische celmembraan:
- Acetylcholine
3
, - Adrenaline
- Noradrenaline
- Glutamaat
• Inhiberende neurotransmitters, verlagen juist de permeabiliteit van de
postsynaptische membraan. Impuls word niet doorgegeven:
- GABA
- Serotonine
- Glycine
- endorfine
Grote hersenen, cerebrum: De grote hersenen vormen het domein van
gevoelens, gedachtes, bewuste functies en geheugen. Ook de aansturing en
bijsturing van complexe bewegingen start in de grote hersenen. Van alle delen
van het zenuwstelsel spreekt dit orgaan het meest tot de verbeelding, omdat het
functies bepaalt die typisch menselijk zijn, zoals denken, geheugen, intelligentie,
zelfbewustzijn en creativiteit.
Spraakcentrum van broca: Is een deel van de
hersenen dat een belangrijke rol speelt bij de productie van spraak. Dit gebied
bevindt zich meestal in de linker frontale kwab, specifiek in de gyrus frontalis
inferior.
4