College V
Resumé strafbaar feit en delictstypen
- Structuur strafbaar feit:
o Menselijke gedraging – bestanddeel:
Natuurlijke personen en rechtspersonen (art. 51 Sr)
o Wettelijke delictsomschrijving – bestanddeel
Legaliteitsbeginsel
o Wederrechtelijkheid – element
o Verwijtbaarheid – element
- Niet-iedeaaltypische delictsomschrijvingen
o Wederrechtelijkheid wordt een bestanddeel ipv een element, het staat in de
delictsomschrijving
o Verwijtbaarheid wordt een bestanddeel ipv een element, dit betreft dan het opzet
en de culpa
Let op! Indien culpa, dan kruipt ook de verwijtbaarheid naar boven in het
vier lagen model. Dan worden dus zowel wederrechtelijkheid als
verwijdbaarheid een bestanddeel ipv element.
- Andere lastige verschillen tussen delictstypen
o Gevolgsdelicten
o Opzettelijke gevolgdelicten
o Opzet = bestanddeel: het ziet bijvoorbeeld op de dood van een ander
o Door het gevolg gekwalificeerde delicten
- Belangrijk voor tentamen:
o Kijk goed naar de concrete verdenking
o Welk delictstype betreft het?
o Wat betekent dit voor de structuur strafbaar feit?
o Zal dit tot een veroordeling leiden?
Verdachtebegrip
- Startpunt van het verdachte begrip is art. 27 Sv, hier blijken twee criteria uit:
o Materieel (lid 1): inhoudelijk wanneer sprake is van een verdachte
Feiten of omstandigheden
Een redelijk vermoeden van schuld
Let op! Bij sommig optreden door de politie is meer vereist
Een enig strafbaar feit voortvloeit
Hollende kleurling-arrest en Stormsteeg-arrest
o Formeel (lid 2): verdachte in het strafprocesrecht
- Het verdachtebegrip opent de weg naar de inzet van allerlei strafvorderlijke bevoegdheden
- Indien er nog geen verdachte is, is het vervolg dus niet legitiem (geweest)
- Dit begrip vervult een spilfunctie in ons straf(proces)recht
- Verhouding verdenking – verdachte: niet altijd bij een verdenking ook een gedachte
1