Bronnen:
- W.H.M. Reehuis, Zwaartepunten van het vermogensrecht, Deventer: Wolters Kluwer 2020,
H21.1 t/m 21.4.2 en H23.5 t/m 23.6
- Hijma en M.M. Olthof, Compendium Nederlands vermogensrecht, Deventer: Wolters Kluwer
2020, 391a, 393-394, 407-416, 423-433, 435, 436
Arresten:
- Kelderluik
- Tandartsen
- Pos/Van den Bosch
- Zeug geel 113
- Taxibus
1. Wanneer is iemand aansprakelijk op grond van onrechtmatige daad?
Contractuele aansprakelijkheid = aansprakelijkheid op grond van het niet nakomen van een
overeenkomst
Niet-contractuele aansprakelijkheid = aansprakelijkheid buiten een overeenkomst
Kwalitatieve aansprakelijkheid = aansprakelijkheid veroorzaakt door een onrechtmatige gedraging
van een ander
De vereisten voor aansprakelijkheid (6:162 en 6:163)
1. Onrechtmatige daad (6:162 lid 2)
a. Een inbreuk op een recht
Er moet sprake zijn van een recht, in het geval van 6:162 lid 2 wordt bedoeld
persoonlijkheidsrechten, absolute rechten en de rechten van huurder en
pachter.
Inbreuk op dit recht. Het verrichten van daden die alleen de rechthebbende
mag verrichten en het belemmeren van de rechthebbende in beschikking,
gebruik of genot.
b. Een doen of nalaten in strijd met de wettelijke plicht
c. Een doen of nalaten in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het
maatschappelijk verkeer betaamt. Toepassingsgebieden:
Gevaarzetting = het scheppen van gevaar voor andermans persoon of goed
Het gevaar moet dusdanig zijn, dat de betrokkene zich naar
maatstaven van zorgvuldigheid zich niet zo had horen te gedragen.
Bij de beoordeling wordt met name in aanmerking genomen:
o Hoe waarschijnlijk het is dat een ander niet de nodige
oplettendheid en voorzichtigheid in acht neemt
o Hoe groot de kans is dat daaruit ongevallen ontstaan
o Hoe ernstig de gevolgen kunnen zijn
o Hoe bezwaarlijk het is om veiligheidsmaatregelen te nemen
Bij gevaarzetting hoort het Kelderluik arrest.
Onbehoorlijke concurrentie
Verschaffing van misleidende informatie
Onredelijke opoffering van andermans belang aan het eigen belang. Bij dit
toepassingsgebied past het arrest van Pos/Van den Bosch.
, Rechtvaardigingsgronden
De onrechtmatigheid van een gedraging kan worden weggenomen door een rechtvaardigheidsgrond.
Deze worden genoemd in art. 40-43 Sr:
- Overmacht = kracht of macht waaraan men geen weerstand kan of behoeft bieden,
hieronder valt ook noodtoestand, waarin een hogere plicht moet worden nagekomen.
- Toestemming van de benadeelde.
- Noodweer = de noodzaak tot verdediging van eigen of andermans lijf, eerbaarheid of goed
tegen ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding.
- Bevoegd gegeven ambtelijk bevel
- Wettelijk voorschrift of wettelijke bevoegdheid
- Andere ongeschreven rechtvaardigingsgronden
2. Toerekenbaarheid van de onrechtmatige daad aan de dader (6:162 lid 3)
Een onrechtmatige daad kan aan de dader worden toegerekend:
1. Indien zij te wijten is aan zijn schuld.
2. Indien zij te wijten is aan een oorzaak die krachtens wet of verkeersopvattingen
voor zijn rekening komt.
Schulduitsluitingsgronden
De verwijtbaarheid van de onrechtmatige daad wordt weggenomen door een
schulduitsluitingsgrond.
o Bij de vestiging van de aansprakelijkheid spelen noodweerexces en een onbevoegd
gegeven ambtelijk bevel een rol. Deze nemen de aansprakelijkheid weg.
o Bij de omvang van de aansprakelijkheid kan worden gekeken naar lichamelijk of
geestelijk gebrek, onervarenheid etc. maar deze nemen de aansprakelijkheid niet
weg.
3. Schade
Voor de vestiging van de aansprakelijkheid moet ook worden gekeken naar of er nadeel is
geleden.
4. Causaal verband tussen de onrechtmatige daad en de schade
Voor de vestiging van de aansprakelijkheid moet de schade moet het gevolg zijn van de
onrechtmatige daad (condicio sine qua non-vereiste). Voor de omvang van de
schadevergoeding moet de schade als gevolg van de daad aan de dader worden toegerekend
(6:98)
5. Verband tussen het doel van de overtreden norm en het geschade belang (6:163)
Relativiteitsvereiste = er bestaat geen plicht tot schadevergoeding, wanneer de geschonden
norm niet strekt tot bescherming van de schade zoals de benadeelde die heeft geleden.
o De bewijslast rust op de dader, er is geen sprake van een onrechtmatige daad
wanneer de dader bewijst dat de overtreden norm:
In het geheel niet strekt tot bescherming van de burgers tegen schade
Een beschermingsbereik heeft dat zich niet uitstrekt tot:
Benadeelde personen
De geleden schadeposten
De wijze waarop de schade is ingetreden
Bij het relativiteitsvereiste hoort het Tandartsen-arrest.