1. Welke 3 juridische manieren (privaatrecht, strafrecht en bestuursrecht) zijn er
beschikbaar om problemen op te lossen?
Rechtshandhaving kan worden verdeeld in toezicht en sanctionering.
- Toezicht: het toezien op het naleven van de regels. Je observeert het gedrag van een
individu/onderneming en stelt vast of hij wel of niet gehandeld heeft overeenkomstig de van
toepassing zijnde gedragsnormen. Het doel is om de potentiële normovertreder met het
uitoefenen van toezicht te prikkelen om zich aan de rechtsnormen te blijven houden.
- Sanctionering: een reactie op een geconstateerde overtreding van een regel. Sanctionering is
een ruim begrip: toepassen van sancties (schadevergoeding, boete gevangenisstraf) en
lichtere instrumenten (aanmaning, waarschuwing). Het doel van sanctionering is dat de
normovertreder in de toekomst de regels wel zal naleven en dat anderen zich door de
dreiging van sancties de regels zullen naleven.
Vanuit rechtseconomisch perspectief heeft rechtshandhaving een afschrikwekkende (preventieve)
functie. Met de afschrikkende werking van toezicht en preventie wordt geprobeerd de potentiële
overtredingen van normen te voorkomen. De reden hiervoor is de maatschappelijke schade die
ontstaat bij niet-naleving van normen. Een rationeel persoon zal een kosten en baten afweging
maken van zijn handelen. Een rechtsnorm zal overtreden worden als de verwachte baten groter zijn
dan de verwachte kosten. Als iemand een norm overtreedt, kan dit negatieve externe effecten
hebben voor anderen. Een potentiële normovertreder houdt bij het overtreden van de norm alleen
rekening met zijn private kosten en niet met de (hogere) maatschappelijke kosten. Daarom moeten
de negatieve externe effecten geïnternaliseerd worden.
Recht handhavende maatregelen zetten potentiële normovertreders aan om bij hun kosten-baten
afweging niet alleen de private kosten, maar ook de maatschappelijke kosten van normovertreding
mee te wegen. Dit wordt gedaan omdat de gevolgen van rechtshandhaving kosten vormen.
Internalisering van externaliteiten vergroot de maatschappelijke welvaart. Het vooruitzicht om de
veroorzaakte schade te moeten vergoeden, kan preventieve prikkels aan potentiële
schadeveroorzakers geven om de handeling zorgvuldiger uit te voeren en/of het activiteitenniveau
aan te passen. Zo worden slachtoffers ex ante beschermd.
De drie rechtsgebieden die sancties kunnen toepassen – privaatrecht, strafrecht en bestuursrecht –
kunnen onderscheiden worden door 4 criteria:
1. Ex-ante vs. ex post benadering
Normen kunnen worden opgesteld voordat de negatieve externe effecten zijn veroorzaakt
(ex ante) of nadat de schade is veroorzaakt (ex post). Bij ex ante normstelling worden vaak
zeer gedetailleerde gedragsvoorschriften gegeven die nauwkeurig beschrijven aan welk
gedrag een actor moet voldoen. Het is meteen duidelijk of een bepaald handelen wel/niet
een normovertreding oplevert. Bij ex post normstelling wordt eerst een open norm
gehanteerd, die later wordt ingevuld aan de hand van omstandigheden van het concrete
geval (bijv. de zorgvuldigheidsnorm van art. 6:162 BW).
2. Private en publieke handhaving
Het initiatief tot rechtshandhaving kan bij de overheid of bij de burger liggen. Bij het
, privaatrecht is het vaak een burger die een rechtszaak start en in het strafrecht is het vaak de
overheid die het initiatief tot normhandhaving en het starten van een rechtszaak neemt.
3. Directe vs. indirecte (methode van) interventie
Bij een indirecte methode wordt ingegrepen in de randvoorwaarden waarbinnen gedrag
plaatsvindt, een actor krijgt prikkels om zijn gedrag te veranderen (bijv. het vooruitzicht van
het betalen van een boete bij verkeerd handelen). Directe methoden beschrijven precies hoe
een actor zich moet gedragen en leggen zulk handelen op (bijv. een straatverbod door de
rechter).
4. Tijdstip van juridische interventie
Juridische interventie kan op drie momenten plaatsvinden:
a. Het vroegst mogelijke stadium is het stellen van regels en de handhaving ervan
vóórdat een mogelijk schadelijke handeling plaatsvindt (om negatieve externe
effecten te vermijden). VB: vervuiling van een natuurgebied voorkomen door er
hekken rond te plaatsen;
b. Juridische interventie kan ook nadat een bepaalde handeling heeft plaatsgevonden,
maar voordat er schade wordt veroorzaakt of los van de vraag of schade is/zal
ontstaan (= act-based handhaving). VB: een mislukte poging tot moord. De sancties
zijn ex ante en indirect;
c. Handhaving van regels nadat er schade is ontstaan (= harm-based handhaving). VB:
iemand aansprakelijk stellen voor de door hem veroorzaakte schade.
Privaatrecht
Handhaving van privaatrechtelijke norm vindt vooral plaats via het aansprakelijkheidsrecht. Toetsing
aan de vier criteria:
1. Ex ante vs ex post: het aansprakelijkheidsrecht bestaat vooral uit open normen, waardoor er
sprake is van ex post normstelling. Een voorbeeld hiervan is de zorgvuldigheidsnorm uit het
onrechtmatigedaadsrecht (art. 6:162 BW). Maar als er sprake is van risicoaansprakelijkheid
of als het onrechtmatig handelen bestaat uit de schending van een wettelijke plicht, is de
normstelling vaak ex ante.
2. Private vs publieke handhaving: aansprakelijkheidszaken worden vaak opgestart door
slachtoffers. Het initiatief tot handhaving ligt dus bij individuele burgers of bedrijven en niet
de overheid.
3. Directe vs indirecte interventie: de sanctie is vaak vergoeding van de schade van het
slachtoffer. Schadevergoeding is een indirecte manier om negatieve externe effecten te
bestrijden. Bij een verbodsanctie is er sprake van directe handhaving, maar de dwangsom
hierbij is weer indirect.
4. Tijdstip van interventie: er is in het aansprakelijkheidsrecht meestal sprake van harm-based
handhaving (= schade gerelateerde handhaving), er wordt dus ingegrepen nadat de schade is
opgetreden (ex post).
Bestuursrecht
Bij bestuursrechtelijke handhaving moet je o.a. denken aan vergunningen, controle en inspectie door
overheidsinstanties en het evt. opleggen en uitvoeren van bestuursrechtelijke sancties (zoals de
dwangsom en bestuursdwang). Toetsing aan de vier criteria: