1. Waarom schaffen mensen een verzekering aan?
Mensen lopen allerlei risico’s. Via een verzekering krijgt de verzekerde, als het risico zich verwezenlijkt, geld
waarmee hij de negatieve gevolgen kan verkleinen of opheffen. Hij moet een verzekeringspremie betalen en als
het risico niet intreedt, is de premie achteraf gezien voor niets betaald. Door risicoaversie zijn mensen bereid
om vooraf te betalen voor schade die misschien intreedt. Naarmate iemand meer geld heeft, besteedt hij zijn
volgende euro’s aan steeds minder belangrijke behoeften. Als iemand schade lijdt waardoor zijn vermogen
daalt, kost dit hem nut (vaak veel meer dan het bedrag in schade). Hij houdt minder vermogen over om zijn
behoeften mee te kunnen bevredigen. Mensen lopen daarom liever niet het risico om een groot verlies in geld
te lijden. Een risicoaverse persoon loopt daarom liever een grotere kans op een kleine schade, dan een kleinere
kans op een grotere schade, bij een gelijkblijvende verwachte schade (= kans op schade x omvang van de
schade).
T.a.v. risico zijn er drie houdingen mogelijk:
1. Neutraal van risico;
2. Afkeer van risico (risico-avers);
3. Voorkeur van risico.
Sommige mensen kunnen wel risico-avers kunnen zijn voor bepaalde risico’s maar niet voor anderen. Ook
wordt er vaak alleen rekening gehouden met de subjectieve kans in plaats van de objectieve kans.
Het betalen van premie betekent dat de verzekerde een beperkt verlies lijdt. Als er een verzekerde gebeurtenis
plaatsvindt, vergoedt de verzekeraar de schade uit de premies die hij bij alle verzekerden heeft geïnd. De
verzekeringsovereenkomst vervangt onzekerheid door zekerheid. Doordat een verzekerde bereid is om meer
dan de actuariële premie (= ongevalskans x uit te keren schadebedrag) te betalen, kan een verzekeraar winst
maken. De verzekeraar voegt vergelijkbare, van elkaar onafhankelijke risico’s samen in een pool. Elke
verzekerde betaalt een premie, maar slechts bij een paar zal het risico intreden. Zo krijgt de verzekeraar
voldoende vermogen om de schade te vergoeden.
Een verzekeraar biedt zekerheid doordat de verzekerde de risico’s die hij in het maatschappelijk verkeer loopt
en die hij zelf niet kan dragen, afwentelt op een collectiviteit. Dit is de sociale functie van verzekeringen en die
staat op gespannen voet met de instrumenten ter bestrijding van averechtse selectie en moreel risico.
Het verschuiven of verspreiden van risico
- Handel in risico is mogelijk. Vaak zullen derden of verenigingen tegen betaling bereid zijn om het risico
geheel of ten dele over te nemen. Wanneer degene die het risico overneemt, beter in staat is het risico te
dragen, verhoogt zoiets de maatschappelijke welvaart.
- Er zijn ook regelingen die het risico spreiden tussen partijen die allemaal een afkeer van risico hebben. Dit
is het geval bij onderlinge verzekering (mutual insurance). Een risicoavers persoon draagt het risico tegen
betaling over aan een rechtspersoon (= verzekeringsovereenkomst). Dit is efficiënt omdat het risico van
hem wordt weggenomen. Voor de verzekeraar is dit ook efficiënt omdat hij premie ontvangt.
+ Economisch optimale verzekeringsmarkt: op dergelijke markten wordt volledige dekking gegeven
tegen een premie die gelijk is aan de verwachte ongevalskosten (= actuarieel eerlijke premie). Dit
veronderstelt volledige informatie bij de verzekeraar over het gedekte risico en volkomen
mededinging. In werkelijkheid zal de premie verhoogd worden met de administratieve kosten
(loading costs/risicopremie) om zo het uiteindelijk premiebedrag te vormen. Dan is verzekering niet
meer efficiënt. Belangrijk is echter dat wanneer de administratieve kosten beperkt zijn en het
verschil tussen werkelijke premie en actuariële premie gering is, volledige dekking in beginsel
efficiënt is. De redenen zijn: minder dan volledige dekking voor het verwacht verlies zou het risico
niet volledig wegnemen van een individu dat een afkeer heeft van risico. Meer dan volledige
dekking zou de premie nutteloos verhogen.
Efficiëntie bij het verschuiven of verspreiden van risico
Onzekerheid en risico vormen een kostenfactor. Voor de meeste mensen is het verwachte nut bij zekerheid
, groter dan bij onzekerheid. Daarom zullen ze vaak activiteiten ontwikkelen om de kosten van onzekerheid te
minimaliseren. Het risico dat blijft bestaan ondanks de voorzorgsmaatregelen, kan verschoven of verspreid
worden. Het verschuiven van risico van iemand die een afkeer van risico heeft naar een individu dat neutraal
staat t.a.v. risico of een kleine afkeur heeft, laat de maatschappelijke welvaart dus toenemen. Als voor het
verplaatsen geld wordt betaald, zal de welvaart van beide partijen stijgen waardoor de verschuiving van risico
een Pareto-verbetering is.
2. Wat voor problemen ontstaan er bij verzekeringen?
Moreel risico
Door de verzekering maakt het mensen in beginsel niet meer uit of de schade intreedt, omdat deze toch wordt
vergoed. Moreel risico verhoogt de verwachte schade, want de verzekerde zal onzorgvuldiger worden. De
verzekeringspremie moet nu stijgen om de verwachte schade te kunnen dekken. Dit veroorzaakt negatieve
gevolgen voor derden, omdat de premie nu omhoog moet. Moreel risico zorgt voor een welvaartsverlaging,
omdat mensen niet meer de juiste afweging maken tussen de kosten van voorzorgsmaatregelen en de schade
die ze ermee kunnen vermijden. Doordat de schade vergoed wordt, zal de verzekerde geen prikkel meer
hebben om het optimale zorgniveau te hanteren. De grootte van het moreel risico is afhankelijk van de
elasticiteit van de vraag (= de reactie van de vraag bij stijging/daling prijs). Bij een volkomen inelastische vraag
zal er geen moral hazard zijn. Het morele risico duikt alleen op als de vraag naar het verzekerde risico elastisch
is (= als er meer gevraagd wordt als de prijs daalt).
Oplossingen: In grote lijnen zijn er twee instrumenten om de prikkels bij de verzekerde tot het nemen van
efficiënte zorg te behouden:
1. Het controleren van het gedrag van de verzekerde en het hierop aanpassen van de premie. De
verzekeraar kan in de polis voorschrijven hoe de verzekerde zich moet gedragen. Het nadeel hiervan is
dat het aanpassen van de premie op het daadwerkelijke gedrag kosten voor de verzekeraar met zich
meebrengt (bijv. toezichtkosten). Door die kosten kan de verzekeraar het bedrag niet 100% op het
gedrag van de verzekerde baseren, waardoor er andere remedies nodig zijn.
2. Het gedeeltelijk blootstellen van de verzekerde aan risico. De verzekeraar kan de verzekerde een deel van
het risico te laten dragen, zodat hij er belang bij heeft dat de schade niet intreedt. Dit kan door een eigen
risico, maar ook via een (no-claim) bonus/malusregeling, waar de premie wordt verhoogd bij gebruik van
de verzekering en verlaagd bij geen gebruikt. De hoogte van het optimale eigen risico hangt o.a. af van de
zorgkosten van de verzekerde. Bij goedkope voorzorgsmaatregelen zal de dekking bijna volledig zijn,
omdat een klein eigen risico al voldoende is om de verzekerde tot zorg aan te zetten. Bij hogere
zorgkosten is er een hoger eigen risico nodig. Als de zorgkosten erg hoog zijn, is volledige dekking juist
beter, omdat er geen prikkels tot extra zorg moeten worden gegeven.
Averechtse selectie
Bij het inschatten van de risico’s heeft de verzekeraar onvolledige informatie. De ene verzekerde zal minder
schade lijden/veroorzaken dan de ander. De verzekeraar baseert de premie op het gemiddelde risico van de
groep, omdat per individu uitzoeken te duur is. De goede risico’s betalen dan een te hoge premie en de slechte
risico’s een te lage premie. De goede risico’s vinden de premie te duur en gaan weg. Het gemiddelde risico
stijgt hierdoor, waardoor de gemiddelde premie stijgt. Hierdoor gaan de goede risico’s weer weg. Dit proces
gaat door, totdat alleen de slechtste risico’s overblijven, die uiteindelijk onverzekerbaar zijn.
Oplossingen: dit probleem kan worden tegengegaan door een sterke differentiatie van goede en slechte risico’s
en door aanvullende maatregelen, zoals een verhoging van het eigen risico, een verlaging van het verzekerd
bedrag of het opnemen van specifieke uitsluitingen die de goede risico’s binnen de groep houden en de slechte
risico’s aanzetten tot meer zorg.
1. Gedragsvoorschriften. De verzekeraar kan in de polis voorschrijven hoe de verzekerde zich moet
gedragen. Hij kan bijvoorbeeld vereisen dat er een veiligheidsslot op de fiets wordt gezet en dat de
verzekerde, indien hij een schadeclaim indient bij de verzekeraar, de originele fietssleutels kan laten