Samenvatting psychologie
Psychologie: studie van de geest, de wetenschap van geestelijke, interne processen en gedrag.
Drie soorten psychologen blz. 5
Experimenteel psychologen (onderzoekspsychologen): kleinste van de drie groepen, maar
voeren echter wel het meeste onderzoek uit dat nieuwe psychologische kennis creëert
Docenten psychologie: geven les op beroepsopleidingen, en doen vaak ook wetenschappelijk
onderzoek.
Toegepast psychologen: gebruiken de kennis die door experimenteel psychologen is vergaard
om problemen van mensen op te lossen door middel van training etc.
Arbeids- en organisatiepsychologen
Sportpsychologen
Schoolpsychologen
Gezondheidspsychologen
Klinisch psychologen
Verschil tussen psychologie en psychiatrie blz. 6
Psychiatrie is een medisch specialisme en maakt geen deel uit van de psychologie. Psychiaters hebben
een medische opleiding en daarnaast ook een gespecialiseerde opleiding in de behandeling van
geestelijke en gedragsmatige problemen. Hierdoor kijken psychiaters patiënten meestel vanuit een
medische invalshoek. De opleiding van psychologen is niet medisch en de nadruk ligt vooral op
onderzoeksmethoden.
Zes belangrijkste perspectieven van de psychologie blz. 11
Biologisch
Cognitief (een van de belangrijkste)
Behavioristisch
Whole-person
Ontwikkeling
Sociocultureel
Sensorische psychologie blz. 26
Sensatie: het proces waarbij een gestimuleerde receptor een patroon van neurale impulsen creëert dat
de stimulus representeert in de hersenen, waardoor onze initiële ervaring van de stimulus ontstaat.
Sensatie is dus de eerste gewaarwording van de stimulus.
Perceptie: een proces dat de inkomende sensorische patronen bewerkt en er betekenis aan geeft.
Perceptie creëert dus een interpretatie van de sensatie.
Manier waarop stimulatie wordt omgezet in sensatie blz. 27
Transductie; stimulatie in sensatie veranderen
Sensorische adaptatie
Drempels
Absolute drempel: de minimumhoeveelheid fysische energie die nodig is om tot een
sensorische ervaring te leiden.
Verschildrempel: juist waarneembare verschil (Wet van Weber)
Signaaldetectortheorie blz. 30
Sensatie is afhankelijk van de kenmerken van de stimulus, de achtergrondstimulus en de detector.
Sensorische adaptatie: zintuigen worden steeds minder gevoelig naarmate een stimulus langer
aanhoudt.
,Perceptie geeft een betekenis aan sensatie. Door perceptie ontstaat een interpretatie van de externe
wereld, geen letterlijke kopie.
Perceptie behelst twee complementaire processen blz. 32
Top-downverwerking: de doelen van de waarnemer, vroegere ervaringen, kennis,
verwachtingen, herinneringen, motivatie of culturele achtergrond spelen een rol in de
interpretatie van de stimulus.
Bottom-upverwerking: kenmerk van de stimulus hebben een sterke invloed op onze
waarnemingen. Is sterk afhankelijk van stimuluskenmerken en van de kenmerkdetectoren van
de hersenen (beweging?, kleur?, geur? Etc)
Veranderingsblindheid: dingen niet opmerken die vlak voor onze neus plaatsvinden. Blz. 34
Theoretische verklaringen van perceptie blz. 37
Op leren gebaseerde inferentie, nadruk op aangeleerd (nurture)
Gestalttheorie, nadruk op aangeboren (nature)
De Gestaltwetten van perceptuele ordening blz. 40
Wet van gelijkenis (Wertheimers)
Wet van dichtheid (Wertheimers)
Gestaltwet van continuering
Wet van gemeenschappelijke bestemming
Wet van Pragnanz (pregnantie): minimumprincipe van perceptie
Behavioristisch gedragstherapie concentreert zich op het hier en nu en niet op het verleden. Blz. 54
Instincten zijn een vorm van gemotiveerd gedrag met een sterke biologische basis. Blz. 55
Habituatie: het leren niet te reageren op een stimulus blz. 55
Twee belangrijke vormen van stimulus-respons-leren blz. 57-74
Klassieke conditionering
Operante conditionering (belonen of straf) blz. 65
Vergelijking tussen klassieke en operante conditionering blz. 74
Vergelijking tussen stimulus-respons-leren en cognitief leren blz. 84
Geheugen: een informatieverwerkingssysteem dat constructief werkt om informatie te coderen, op te
slaan en weer terug te halen. Blz. 90
Het geheugen werkt het nauwkeurigst bij het vastleggen van: blz. 91
Informatie waaraan we aandacht hebben besteed
Informatie die ons interesseert
Informatie die ons emotioneel raakt
Informatie die aansluit bij eerdere ervaringen
Informatie die we repeteren
De drie essentiële functies van het geheugen: blz. 92
Coderen
Opslaan
Terug halen
, Drie stadia van geheugen: blz. 94-107
Sensorisch geheugen
Werkgeheugen (kortetermijngeheugen)
Langetermijngeheugen
Impliciete en expliciete herinneringen blz. 108- 11
De “zeven zonden’’ van het geheugen blz. 113-120
Vluchtigheid
Verstrooidheid
Blokkering
Foutieve attributie
Suggestibiliteit
Bias
Ongewenste persistentie
Voordelen van de “zeven zonden’’ blz. 121
Vluchtigheid beschermt tegen een overvloed aan overbodige informatie
Blokkeren zorgt ervoor dat alleen de meest relevante informatie naar boven komt
Verstrooidheid zorgt ervoor dat wij onze aandacht kunnen verleggen
Foutieve attributie, bias en suggestibiliteit schuift details ter zijde
Persistentie trekt lessen uit de gevaren die we hebben overleefd
Denken: een cognitief proces dat betrokken is bij het vormen van een nieuwe mentale representatie,
door beschikbare informatie te manipuleren. Denken kan dus bestaan uit een combinatie van mentale
of psychische activiteiten. Blz. 130
Twee soorten concepten: blz. 132
Natuurlijke concepten: zijn tamelijk grove mentale classificaties die zich ontwikkelen uit onze
alledaagse ervaringen.
Artificiële (kunstmatige) concepten: zijn concepten die worden gedefinieerd door een
combinatie vaan regels of kenmerken
Algoritmen en heuristieken blz. 140-141
Algoritmen: zijn formules of procedures, die indien ze juist worden toegepast, een juiste
uitkomst garanderen.
Heuristieken: zijn eenvoudige vuistregels, die ons helpen om verwarrende, complexe situaties
het hoofd te bieden. In tegenstelling tot algoritmen garanderen heuristieken geen correcte
oplossing, maar vormen ze een zetje in de juiste richting.
Enkele bruikbare heuristieken blz. 141-142
Terugwerken
Zoek naar analogieën
Deel een groot probleem op in een kleiner probleem
Vier (vijf) veel toegepaste heuristieken blz. 146-148
Confirmation bias: zorgt ervoor dat we aandacht besteden aan gebeurtenissen die onze
overtuigingen bevestigen en (wetenschappelijke) bewijs negeren dat ze tegenspreekt.
Hindsight bias: de neiging om na afloop van een gebeurtenis te denken dat je het allemaal hebt
zien aankomen (‘’dat heb ik altijd al geweten’’-effect).
Anchoring (verankeren) bias: mensen die gebruik maken van een enigszins rammelende
heuristiek die hun denken verankert aan de eerste de beste informatie die ze tegenkomen.
Representativeness bias (representativiteitsheuristiek): overgeneralisatie
Psychologie: studie van de geest, de wetenschap van geestelijke, interne processen en gedrag.
Drie soorten psychologen blz. 5
Experimenteel psychologen (onderzoekspsychologen): kleinste van de drie groepen, maar
voeren echter wel het meeste onderzoek uit dat nieuwe psychologische kennis creëert
Docenten psychologie: geven les op beroepsopleidingen, en doen vaak ook wetenschappelijk
onderzoek.
Toegepast psychologen: gebruiken de kennis die door experimenteel psychologen is vergaard
om problemen van mensen op te lossen door middel van training etc.
Arbeids- en organisatiepsychologen
Sportpsychologen
Schoolpsychologen
Gezondheidspsychologen
Klinisch psychologen
Verschil tussen psychologie en psychiatrie blz. 6
Psychiatrie is een medisch specialisme en maakt geen deel uit van de psychologie. Psychiaters hebben
een medische opleiding en daarnaast ook een gespecialiseerde opleiding in de behandeling van
geestelijke en gedragsmatige problemen. Hierdoor kijken psychiaters patiënten meestel vanuit een
medische invalshoek. De opleiding van psychologen is niet medisch en de nadruk ligt vooral op
onderzoeksmethoden.
Zes belangrijkste perspectieven van de psychologie blz. 11
Biologisch
Cognitief (een van de belangrijkste)
Behavioristisch
Whole-person
Ontwikkeling
Sociocultureel
Sensorische psychologie blz. 26
Sensatie: het proces waarbij een gestimuleerde receptor een patroon van neurale impulsen creëert dat
de stimulus representeert in de hersenen, waardoor onze initiële ervaring van de stimulus ontstaat.
Sensatie is dus de eerste gewaarwording van de stimulus.
Perceptie: een proces dat de inkomende sensorische patronen bewerkt en er betekenis aan geeft.
Perceptie creëert dus een interpretatie van de sensatie.
Manier waarop stimulatie wordt omgezet in sensatie blz. 27
Transductie; stimulatie in sensatie veranderen
Sensorische adaptatie
Drempels
Absolute drempel: de minimumhoeveelheid fysische energie die nodig is om tot een
sensorische ervaring te leiden.
Verschildrempel: juist waarneembare verschil (Wet van Weber)
Signaaldetectortheorie blz. 30
Sensatie is afhankelijk van de kenmerken van de stimulus, de achtergrondstimulus en de detector.
Sensorische adaptatie: zintuigen worden steeds minder gevoelig naarmate een stimulus langer
aanhoudt.
,Perceptie geeft een betekenis aan sensatie. Door perceptie ontstaat een interpretatie van de externe
wereld, geen letterlijke kopie.
Perceptie behelst twee complementaire processen blz. 32
Top-downverwerking: de doelen van de waarnemer, vroegere ervaringen, kennis,
verwachtingen, herinneringen, motivatie of culturele achtergrond spelen een rol in de
interpretatie van de stimulus.
Bottom-upverwerking: kenmerk van de stimulus hebben een sterke invloed op onze
waarnemingen. Is sterk afhankelijk van stimuluskenmerken en van de kenmerkdetectoren van
de hersenen (beweging?, kleur?, geur? Etc)
Veranderingsblindheid: dingen niet opmerken die vlak voor onze neus plaatsvinden. Blz. 34
Theoretische verklaringen van perceptie blz. 37
Op leren gebaseerde inferentie, nadruk op aangeleerd (nurture)
Gestalttheorie, nadruk op aangeboren (nature)
De Gestaltwetten van perceptuele ordening blz. 40
Wet van gelijkenis (Wertheimers)
Wet van dichtheid (Wertheimers)
Gestaltwet van continuering
Wet van gemeenschappelijke bestemming
Wet van Pragnanz (pregnantie): minimumprincipe van perceptie
Behavioristisch gedragstherapie concentreert zich op het hier en nu en niet op het verleden. Blz. 54
Instincten zijn een vorm van gemotiveerd gedrag met een sterke biologische basis. Blz. 55
Habituatie: het leren niet te reageren op een stimulus blz. 55
Twee belangrijke vormen van stimulus-respons-leren blz. 57-74
Klassieke conditionering
Operante conditionering (belonen of straf) blz. 65
Vergelijking tussen klassieke en operante conditionering blz. 74
Vergelijking tussen stimulus-respons-leren en cognitief leren blz. 84
Geheugen: een informatieverwerkingssysteem dat constructief werkt om informatie te coderen, op te
slaan en weer terug te halen. Blz. 90
Het geheugen werkt het nauwkeurigst bij het vastleggen van: blz. 91
Informatie waaraan we aandacht hebben besteed
Informatie die ons interesseert
Informatie die ons emotioneel raakt
Informatie die aansluit bij eerdere ervaringen
Informatie die we repeteren
De drie essentiële functies van het geheugen: blz. 92
Coderen
Opslaan
Terug halen
, Drie stadia van geheugen: blz. 94-107
Sensorisch geheugen
Werkgeheugen (kortetermijngeheugen)
Langetermijngeheugen
Impliciete en expliciete herinneringen blz. 108- 11
De “zeven zonden’’ van het geheugen blz. 113-120
Vluchtigheid
Verstrooidheid
Blokkering
Foutieve attributie
Suggestibiliteit
Bias
Ongewenste persistentie
Voordelen van de “zeven zonden’’ blz. 121
Vluchtigheid beschermt tegen een overvloed aan overbodige informatie
Blokkeren zorgt ervoor dat alleen de meest relevante informatie naar boven komt
Verstrooidheid zorgt ervoor dat wij onze aandacht kunnen verleggen
Foutieve attributie, bias en suggestibiliteit schuift details ter zijde
Persistentie trekt lessen uit de gevaren die we hebben overleefd
Denken: een cognitief proces dat betrokken is bij het vormen van een nieuwe mentale representatie,
door beschikbare informatie te manipuleren. Denken kan dus bestaan uit een combinatie van mentale
of psychische activiteiten. Blz. 130
Twee soorten concepten: blz. 132
Natuurlijke concepten: zijn tamelijk grove mentale classificaties die zich ontwikkelen uit onze
alledaagse ervaringen.
Artificiële (kunstmatige) concepten: zijn concepten die worden gedefinieerd door een
combinatie vaan regels of kenmerken
Algoritmen en heuristieken blz. 140-141
Algoritmen: zijn formules of procedures, die indien ze juist worden toegepast, een juiste
uitkomst garanderen.
Heuristieken: zijn eenvoudige vuistregels, die ons helpen om verwarrende, complexe situaties
het hoofd te bieden. In tegenstelling tot algoritmen garanderen heuristieken geen correcte
oplossing, maar vormen ze een zetje in de juiste richting.
Enkele bruikbare heuristieken blz. 141-142
Terugwerken
Zoek naar analogieën
Deel een groot probleem op in een kleiner probleem
Vier (vijf) veel toegepaste heuristieken blz. 146-148
Confirmation bias: zorgt ervoor dat we aandacht besteden aan gebeurtenissen die onze
overtuigingen bevestigen en (wetenschappelijke) bewijs negeren dat ze tegenspreekt.
Hindsight bias: de neiging om na afloop van een gebeurtenis te denken dat je het allemaal hebt
zien aankomen (‘’dat heb ik altijd al geweten’’-effect).
Anchoring (verankeren) bias: mensen die gebruik maken van een enigszins rammelende
heuristiek die hun denken verankert aan de eerste de beste informatie die ze tegenkomen.
Representativeness bias (representativiteitsheuristiek): overgeneralisatie