Geestelijke gezondheid
Geestelijke gezond kent een brede toepassing, en kan negatief en positief worden
gedefinieerd: We kunnen in goede en slechte geestelijke gezondheid verkeren.
Geestelijke gezondheid is bovendien niet enkel een aspect van ons dagelijkse leven:
Het is een belangrijk concept in het politieke landschap en ligt ten grondslag aan
beleidsbepaling met vaak verstrekkende gevolgen voor onze toekomst.
Geestelijke gezondheid binnen de psychologie is vooral gericht op klachten
voorkomen en behandelen.
Volgens nieuwe inzichten is geestelijke gezondheid meer dan de afwezigheid van
geestelijke ziekte; het gaat over aspecten van welbevinden, wat aansluit bij de
positieve psychologie.
Positieve psychologie
Positieve psychologie richt zich voornamelijk op het bestuderen van omstandigheden
en psychologische processen die bijdragen aan welbevinden en optimaal
functioneren van individuen, groepen, instituten en samenlevingen.
Positieve psychologie benadert geestelijke gezondheid in termen van emotioneel
welbevinden, sociaal-maatschappelijk welbevinden en psychologisch welbevinden.
Positieve psychologie kan als aanvulling op andere ontwikkelingsperspectieven
worden gebruikt bij het ontleden van diverse levensloopvraagstukken.
Positieve psychologie wil niet het leed wat bij het leven hoort negeren, maar ook
andere aspecten van de menselijke ervaring bestuderen (tegenslagen overwinnen,
zingeving, geluk, gezonde relaties)
Positieve psychologische interventies (PPI) richten zich voornamelijk op het
bevorderen van welbevinden en niet zo zeer op het reduceren van psychopathologie.
Positieve psychologie is een aanvullend perspectief op de menselijke ontwikkeling.
Verschil tussen geestelijke gezondheid x positieve psychologie
GG: Focus op disfunctioneren = repareren
PP: Focus op optimaal functioneren = bekrachtigen, waarderen, optimaliseren
Metapsychologisch perspectief
Psychologie richt zich, meer dan voorheen, op het hele spectrum van menselijke ervaringen
waarbij er niet alleen aandacht is voor verlies, ziekte en lijden maar ook voor vervulling,
gezondheid en welbevinden.
De vraag ‘hoe het beste in mensen naar boven te halen?’ is even belangrijk als de vraag ‘hoe
het slechtste in mensen te minimaliseren?’.
1
,In het tekstboek worden onder andere de volgende definities van positieve psychologie
genoemd:
Seligman & Csikszentmihalyi (2000):
‘Het vakgebied van de positieve psychologie gaat op subjectief niveau over
waardevolle subjectieve ervaringen: welzijn, tevredenheid en voldoening (gericht op
het verleden); hoop en optimisme (gericht op de toekomst); en flow en geluk (gericht
op het heden).
Op individueel niveau gaat het over positieve persoonlijke eigenschappen: het vermogen tot
liefde en roeping, moed, sociale vaardigheden, esthetische gevoeligheid,
doorzettingsvermogen, vergevingsgezindheid, originaliteit, toekomstgerichtheid,
spiritualiteit, uitzonderlijk talent en wijsheid.
Op groepsniveau gaat het over maatschappelijke deugden en instituties die mensen
stimuleren tot beter burgerschap: verantwoordelijkheid, zorgzaamheid, altruïsme,
beleefdheid, gematigdheid, tolerantie en arbeidsethos.’
Sheldon & King (2001):
‘Wat is positieve psychologie? Het is niets meer dan de wetenschappelijke studie van
gewone menselijke krachten en deugden. Positieve psychologie richt zich opnieuw op
de “gemiddelde mens”, met als doel te ontdekken wat werkt, wat goed is en wat
verbetering brengt. […] Positieve psychologie is simpelweg psychologie.’
Gable & Haidt (2005):
‘Positieve psychologie is de studie van de voorwaarden en processen die bijdragen
aan het floreren of optimaal functioneren van mensen, groepen en instituties.’
Journal of Positive Psychology (website):
‘Positieve psychologie gaat over wetenschappelijk onderbouwde perspectieven op
wat het leven de moeite waard maakt. Het richt zich op aspecten van de menselijke
conditie die leiden tot geluk, vervulling en floreren.’
Linley et al. (2006)
‘Positieve psychologie is de wetenschappelijke studie die zich richt op het optimale
functioneren van mensen’.
Het doel van deze definities is om wetenschappelijke aandacht te richten op het spectrum
van optimaal functioneren van mensen en factoren die daarbij een rol spelen.
2
,Vier analyseniveaus: Bronnen, Processen, Contexten en Uitkomsten
Het begrijpen en bevorderen van optimaal functioneren als centraal doel van de positieve
psychologie kan als centraal doel worden beschouwd, waarbij vier analyseniveaus te
onderscheiden zijn: bronnen, processen, contexten en uitkomsten.
Bronnen: genetische aanleg, invloed van omgevingsfactoren (opvoeding,
levensgebeurtenissen).
Zaken als welbevinden en zingeving lijken ook deels genetisch verankerd te zijn. Genetische
aanleg bepaalt de speelruimte voor ontwikkeling van kwaliteiten en welbevinden.
Processen: persoonlijke vaardigheden, kwaliteiten zoals sterke kanten, motivatie, optimisme,
processen van zingeving, dankbaarheid en andere positieve emoties.
Het gaat om het begrijpen van hoe deze processen bijdragen aan gezondheid, welbevinden
en positief functioneren van individuen en organisaties.
Contexten: invloed van systemen op optimaal functioneren, zoals relaties,
arbeidsorganisaties, school klimaat, sociaal culturele ontwikkelingen, cultuur en economie.
Het gaat om hoe deze factoren binnen systemen het optimaal functioneren kunnen
bevorderen of belemmeren.
Uitkomsten: Wat wordt er precies verstaan onder geluk, welbevinden, levenstevredenheid
en optimaal functioneren? En hoe wordt dat dan gemeten?
Bronnen, processen, contexten en uitkomsten interacteren met elkaar
Contexten als organisaties en relaties kunnen het ontwikkelen van kwaliteiten
en vaardigheden stimuleren of ondermijnen
Welbevinden en het ervaren van positieve emoties kunnen het resultaat zijn
van positieve relaties en een stimulerend werkklimaat, maar kunnen ook
bijdragen aan verbondenheid en betrokkenheid in relaties en organisaties
Mensen hebben een genetische potentie voor zingeving en welbevinden,
maar of die potentie wordt gerealiseerd, hangt af van de aanwezigheid van
een stimulerende omgeving
3
, PP 2.0: Positieve psychologie 2.0
o PP 2.0 is in gang gezet door de eminente wetenschapper Paul Wong
o PP 2.0 legt een grotere nadruk op contexten, culturele diversiteit en
dynamische interactie in het bestuderen van menselijk optimaal functioneren
o Reden 1: Volgens Paul Wong zou PP 1.0 teveel focus hebben op ‘individueel
geluk’, waardoor het hedonistische perspectief op welbevinden overheerst; dit
maakt het onrealistisch en eenzijdig. Paul Wong benadrukt in PP 2.0 hierom
dat lijden onlosmakelijk met het leven verbonden is, alleen al door de
existentiele basiskenmerken van het leven, zoals het fundamenteel alleen zin,
de vergankelijkheid en de dood.
o Reden 2: PP 1.0 zou lijden kunnen ontkennen of afwijzen. Dit komt door de
dichotomie tussen ‘positieve’ en ‘negatieve’ emoties en eigenschappen,
terwijl onderzoek laat zien dat positieve en negatieve eigenschappen beide
kunnen bijdragen aan welbevinden en positief functioneren. Dit hangt af van
de context; context bepaald welk gedrag opportuun is en wel/niet bijdraagt
aan welbevinden
Optimisme; helpt bij omgaan met ziekte, welbevinden
Overmatig optimisme; onderschatten van risico’s, ongezond gedrag
zoals roken
Pessimisme; reeele voorzichtigheid, anticipatie van mogelijke
problemen en daarmee een betere voorbereiding
Angst; goede raadgever voor overleving
o Reden 3: Meer recht doen aan culturele diversiteit bij het definieren van
welbevinden. Componenten van geluk en gezondheid kunnen sterk varieren
tussen culturen en inheemse volken.
Westen: meer aandacht voor individueel floreren
Mexico: meer collectivistisch; saamhorigheid, gemeenschappelijkheid,
liefde
o Reden 4: Positieve factoren en processen interacteren altijd met negatieve
factoren en negatieve processen. Een dialectische benadering staat centraal in
PP 2.0, wat verwijst naar de dynamische spanning en interactie tussen
tegenovergestelde krachten.
4