College 1 – opzet
Boodschap 1:
- Bestanddelen → geschreven voorwaarden voor strafbaarheid
- Elementen → ongeschreven voorwaarden voor strafbaarheid
→Wederrechtelijkheid
→Verwijtaarheid
- Structuur van een strafbaar feit:
→wat zijn de bestanddelen?
→wat zijn de elementen?
→wat is de strafmaat?
→wat zijn de elementen?
Boodschap 2:
- Wederrechtelijkheid en verwijtbaarheid zijn ongeschreven en dus element.
- Een element kan bestanddeel worden als deze in de delictsomschrijving voorkomt (het
element ‘promoveert’)
Boodschap 3:
- Bestanddelen zijn aan de orde bij vraag 1 (art. 350 Sv)
- Elementen zijn aan de orde bij vraag 3 (art. 350 Sv)
Boodschap 4:
- Voorwaardelijk opzet is het bewust aanvaarden van de aanmerkelijke kans dat het
gevolg intreedt → opzet = krachtens willens en wetens
Boodschap 5:
- Bij alle wettelijke opzetvormen is voorwaardelijk opzet genoeg bewijs, alleen bij
oogmerk niet.
Boodschap 6:
- Opzet moet gericht zijn op alle onderdelen die erna in de delictsomschrijving staan,
maar hier zijn 3 uitzonderingen op.
- Geobjectiveerd gevolg is een gevolg waar geen opzet voor nodig is.
,Stappenplan tentamen- opzet:
College 2 – culpa
• Bestanddelen zijn op te delen in objectieve en subjectieve bestanddelen.
• Subjectieve bestanddelen → opzet en culpa.
• Schuld als bestanddeel = geschreven = (Culpa)
Boodschap 1:
- Schuld kan zowel element als bestanddeel zijn.
- Als schuld een element is, noemen we het verwijtbaarheid.
- Als schuld een bestanddeel is, noemen we het culpa.
Culpa = verwijtbare aanmerkelijke onvoorzichtigheid
• De rechter beoordeeld of de verdachte anders had behoren te handelen en of de
verdachte anders had kunnen handelen.
• Verschil met opzet: bij culpa is er geen willen. De verdachte wilde het bewuste gevolg
niet (hij vertrouwde op een goede afloop), maar het valt hem te verwijten dat het
gevolg is ingetreden.
• ‘’aan wiens schuld te wijten’’ in de wet verwijst naar culpa.
Stappenplan vraag voor culpa:
1. De verdachte had anders behoren te handelen (hij had zijn gedrag achterwege behoren
te laten).
, a. Er is sprake van aanmerkelijk onvoorzichtig gedrag
o Waren de gevolgen redelijkerwijs voorzienbaar?
o Is er een zorgvuldigheidseis (of veiligheidsregel) overschreden?
b. Er is sprake van wederrechtelijk gedrag (‘wederrechtelijkheid’ is dus
bestanddeel!)
o Kan verdachte een (succesvol) beroep doen op een
rechtvaardigingsgrond?
→ Zo ja: het gedrag is niet wederrechtelijk → vrijspraak!
→ Zo nee: het gedrag is wederrechtelijk.
LET OP: je kijkt naar de normale, gemiddelde, voorzichtige mens. Uitzondering bij bijzondere
hoedanigheid/kennis/ervaring → Garantenstellung.
2. De verdachte had anders kunnen handelen
o Het gedrag van de verdachte moet verwijtbaar en ook vermijdbaar zijn
(was het gevolg in casu te vermijden?) / (‘verwijtbaarheid’ is dus
bestanddeel!)
Kan de verdachte een (succesvol) beroep doen op een
schulduitsluitingsgrond?
→ Zo ja: het gedrag is niet verwijtbaar → vrijspraak!
→ Zo nee: het gedrag is verwijtbaar.
Boodschap 2:
• Culpa = verwijtbare aanmerkelijke onvoorzichtigheid
• Bij culpa onderzoek je of de verdachte anders had behoren te handelen (stap 1) en of
de verdachte anders had kunnen handelen (stap 2)
• Bij culpa zijn verwijtbaarheid en wederrechtelijkheid bestanddeel (allebei
gepromoveerd).
• Bij culpa zijn er dus 0 elementen.
Garantenstellung (=grotere verantwoordelijkheid)
• Op personen met een bepaalde kwaliteit kan een grotere verantwoordelijkheid rusten
in bepaalde situaties.
• Specifiek kennis of vaardigheden → grotere verantwoordelijkheid
• HR Verpleegster
HR Verpleegster
Wat was er aan de hand?
- De verpleegster was als omloopzuster aan het werk tijdens een operatie.
- De verpleegster had onder meer als taak om flesjes of ampullen (ter vulling van
injectiespuiten) aan een andere verpleegster aan te reiken.