Introduction
Definitions
Wat is slavernij?
Een vorm van exploitatie die in meeste maatschappijen in de meeste historische perioden voorkomt.
Vaak een vorm van fysieke dwang en psychologisch ‘pesten’.
Igor Kopytoff en Suzanne Miers: institution of marginality. Mensen worden op een of andere manier
gezien als marginaal in de sociale structuren.
Slaven zijn politieke en sociale outsiders.
Claude Meillasoux: alienated individuals, die subordinated people worden in sociale structuren.
Slaven werden gezien als nog lager dan de laagste rank; dichter bij beesten dan bij de ‘laagste’
mensen dehumaniserend effect.
Orlando Patterson: slavernij als vorm van social death wel bestreden.
Voornaamste doel van het enslaven van mensen is niet het dehumaniseren, maar het verkrijgen van
rijkdom. Slavernij is iets dat in de meeste samenlevingen voorkomt, maar slechts enkele
samenlevingen werden volledig afhankelijk van slavernij als bron van arbeidskracht.
Moses Finley: elites gebruiken veel liever andere arbeidskrachten dan slaven ivm kosten van
verkrijgen en onderhouden slaven en de risico’s van opstanden.
Slavenmaatschappijen (volgens Frank Tannenbaum): maatschappijen waarin slavernij niet
gescheiden kon worden van het dagelijks leven, maar geintegreerd was in ieder aspect van het leven.
Slavernij was hier een integraal deel van sociale, economische, culturele en politieke structuren.
,Hoofdstuk 1 Greek and Roman Slavery
Introduction
Onderzoekers van Griekse en Romeinse slavernij kunnen het absoluut niet met elkaar eens worden.
Redenen daarvoor:
- “Grieks-Romeins” (Greco-Roman) covert een heleboel verschillende slavensystemen. Het
bewijs dat we hebben geeft ons alleen snapshots van sommige systemen. Deze systemen
veranderden over de tijd heen en bovendien hadden slaven op verschillende plekken op
verschillende momenten hele andere rollen generalisaties lastig.
- Historici van Griekse en Romeinse slavernij hebben niet de beschikking over dergelijke
bureaucratische verslagen zoals die wel bestaan van meer moderne slavenmaatschappijen
moeten informatie verkrijgen uit grote variatie van bronnen (zelfs drama en poëzie)
materialen bieden veel mogelijkheden, maar ook veel problemen.
- Verschillende gebieden hebben op dit moment allemaal een verschillende focus op klassieke
slavernij. Angelsaksische onderzoekers benadrukken het conflict tussen meester en slaaf.
Franse en Italiaanse onderzoekers zijn vaak geneigd marxistische ideeën van
klassenconflicten toe te passen. Duitse onderzoekers erkennen juist weer de inhumaniteit
van slavernij, vragen zich af waarom slavernij zo lang functioneerde zoals het deed en
bestuderen hoe slaven en ex-slaven zich assimileren in de bredere maatschappij.
De Oudheid biedt ons relatief goed gedocumenteerde slavenmaatschappijen waar, in tegenstelling
tot moderne voorbeelden, kapitalisme en ras niet cruciaal waren.
Early Greek slaveries and slavery in Athens
Homerus’ Ilias en Odyssee geeft ons een (fictief) beeld van de vroege Griekse maatschappij van rond
700 vC. Zowel chattel slaves (buitenstaanders gekocht voor geld) en semi-vrije afhankelijken dienden
lokale lords en werden gelijk behandeld. Het is gesuggereerd dat Homerisch servitude een quasi-
contractuele relatie was, met een verwachting van rewards voor een goede dienaar. Slavernij was
wel iets wat je liever ontweek als het kon.
Chattel slaves waren relatief onbelangrijk in archaisch Griekenland (700-500 vC). In sommige staten
was dit ook nog zo in de klassieke tijd (500-300 vC). De Spartanen bijvoorbeeld leefden van de arbeid
van de heloten. Vroeger werden heloten gezien als echte slaven, nu meer als een tussenvorm tussen
slaaf en vrij man: communale slaven of ‘horigen’. Ze waren eigendom van de staat en niet van een
private individu. Ook woonden ze gewoon in familieverband en mochten ze een deel van de
gewassen zelf houden.
De staat Athene gaf de voorkeur aan het houden van chattel slaves. Er is echter maar weinig bewijs
over het proces dat ervoor zorgde dat 1/3e van de Atheense bevolking slaaf werd.
Moses Finley: slavernij op zo’n grote schaal is historisch ongebruikelijk vanwege de problemen in het
controleren van slaven en de kosten van het kopen en onderhouden. Volgens hem was de exploitatie
van interne arbeidskrachten (zoals in Sparta) de gebruikelijke keuze voor elites in de geschiedenis.
Drie condities waren nodig voor de opkomst van massa chattel slavernij (volgens Finley):
- Grote, privaat gecontroleerde boerderijen. Als de heersers het surplus makkelijk konden
opeisen of er was nauwelijks sprake van surplus, konden nooit slaven in dienst komen.
- Ontwikkeling van marktuitwisseling. Dit zorgde voor een constante toevoer van slaven en
creëerde mogelijkheden om surpluses te verkopen.
- Gebrek aan interne bronnen van arbeidskrachten. Democratische structuren beschermden
gewone Atheners tegen exploitatie (vooral toen schuldslavernij werd afgeschaft in 594 vC)
landeigenaren gedwongen arbeidskracht te importeren.
Sommige historici beweren dat niet democratie slavernij veroorzaakte, maar slavernij democratie
doordat boeren en landeigenaren nu ineens de tijd hadden om zich met politiek bezig te houden.
In de klassieke periode was Athene het centrum van Attika. Op z’n hoogtepunt had het 150.000-
250.000 vrije inwoners en 50.000-100.000 slaven. Slaven kwamen voornamelijk van de Balkan en uit
, Turkije. Slaven konden gewoon op de markt gekocht worden. Slavenhandelaren verkregen slaven
door oorlog, kidnapping en child exposure.
Traditionele beeld van slavenhouders:
- Rijken hadden slaven nodig om hun rijkdom te produceren.
- Middenklasse, hoplites, hadden vaak een of twee slaven. Bevolkingsgroei groei in
productie meer handen nodig op het land gehuurde arbeid werd veracht, dus maar
slaven.
- Armste onderklassen hadden wel graag slaven gewild, maar konden ze niet betalen.
nu meent men ook wel dat de rijken de enige slavenhouders waren:
- De teksten die duiden op slavenhouden door de hoplieten drukken meer hun wens uit dan
de realiteit.
- Hoplieten konden slaven houden en onderhouden waarschijnlijk niet betalen.
- Democratie verbeterde positie van kleine boeren; kregen cash betaald en werden beschermd
tegen exploitatie van rijken hoefden productie niet te intensiveren geen noodzaak voor
slaven.
Maar: de computermodellen hebben zo’n ruime foutmarge, dat het eigenlijk niet zoveel zegt over
wel of geen noodzaak voor slaven. Bovendien zijn er ook veel literaire aanwijzingen voor slavenbezit
door hoplieten.
Slave occupations:
- 1/3e van Atheense slaven werkten in zilvermijnen. We weten maar weinig over hun levens.
Enkele inscripties wijzen erop dat het leven van een slaaf in de zilvermijn wel te doen was.
Dit zijn waarschijnlijk inscripties van slavenhouders. Werk in mijnen was namelijk vaak een
straf met een hele geringe levensverwachting.
- Meeste slaven in Athene werken in gemixte landbouw en huistaken. Ze leefden aan de zijde
van hun meester. Eén of twee slaven per eigenaar was de norm.
- De overige slaven deden meestal ambachtelijk werk. Sommigen leefden apart van hun
meester en betaalden een soort van huur. Hele kleine groep hielp om een bedrijf draaiende
te houden.
- Waren enkele slaven eigenaar van de staat. Deze dienden als ‘civil servants’;
straatschoonmakers, politie etc. Enkelen hiervan leefden een enigszins onafhankelijk leven.
Naast hun werk was het temperament van de eigenaar een ander cruciaal punt in het leven van een
slaaf. Slaven hadden maar weinig wettelijke bescherming. Je eigen slaaf vermoorden was een
misdaad tov de goden, maar kon met reinigingsrituelen verholpen worden. Een slaaf van een ander
vermoorden werd gezien als damage to property.
Zowel mannen als vrouwen hadden last van seksueel misbruik door hun meester. Slave prostitution
was een acceptabel onderdeel van het dagelijks leven.
Slaven mochten niet pleiten voor rechtbanken. Wanneer slaven getuigden, deden ze dat meestal
onder torture hier echter geen notie van in rechtbankverslagen.
Het Atheens drama is een van de meest bruikbare bronnen voor algemene houding tov slaven. Op
het eerste gezicht lijkt er sprake te zijn van een zekere mate van sympathie. In een stuk van Euripides
spelen slaven de heldenhoofdrol. Het is echter de vraag in hoeverre Atheners deze mythische
karakters associeerden met contemporaine slaven. Zelfs de positieve uitspraken over slaven moeten
bekeken worden in hun dramatische context.
Integration, resistance and anti-slavery thought
Rond 400 vC werd door de ‘Old Oligarch’ in z’n geschriften erover geklaagd dat slaven in Athene een
behoorlijk geprivilegieerd bestaan leidden. Inderdaad waren sommige slaven redelijk onafhankelijk,
vooral degenen die betrokken waren bij commerciële activiteiten. Soms was het ook lastig om het
verschil tussen vrije burgers en slaven te zien; slaven claimden burgers te zijn, burgers beschuldigden