Samenvatting Hersenen en Gedrag
Hoofdstuk 1 The Science of Mind door Cacioppo
Wat is psychologie?
De mind zijn de hersen en zijn activiteiten, inclusief gedachten, emoties en gedrag. Psychologie
betekent de wetenschappelijke studie van gedrag, mentale processen en hersenfuncties, dus de
wetenschappelijke studie van de mind.
Gedrag verwijst naar elke actie die we kunnen observeren. De studie van mentale processen en
hersenfuncties is afhankelijk van de beschikbare methoden voor psychologen. Vroeger was de
methode introspectie. Dit is echter niet te controleren en subjectief, hierdoor is het onbetrouwbaar.
Psychologie De wetenschappelijke studie van gedrag,
mentale processen en hersenfuncties.
Mind Het brein en de hersenactiviteit. Inclusief
gedachten, emotie en gedrag.
Introspectie Een persoonlijke observatie van eigen
gedachten, gevoelens en gedrag.
De oorsprong van psychologie
Psychologie komt voort uit twee grote oorsprongen: filosofie en natuurwetenschappen.
Psychologie en fysiologie
Zowel psychologie als filosofie overwegen de relatieve balans van biologische factoren en
omgevingsfactoren resulterend in menselijk gedrag. Psychologen en filosofen discussiëren over de
vraag of de mind gevormd wordt door natuur of door gebeurtenissen.
Filosoof René Descartes beargumenteert dat de mind en emoties van nature zijn. Aristoteles
beargumenteert dat alle kennis is opgedaan door sensorische gebeurtenissen.
Psychologie en natuurwetenschappen
Hermann von Helmholtz (1821-1894) liet in zijn werk zien dat de snelheid van zenuwsignalering
bewijs gaf dat de mind een fysieke basis had. Hij deed verschillende experimenten met reactietijd om
aan te geven dat vrijwillig gedrag niet onmiddellijk optreedt. Hoe groter de afstand van de stimulus
naar de hersenen, hoe groter de reactietijd.
Gustav Fechner (1801-1889) mat het zachtste geluid dat een mens kan horen. Hij dacht ook aan de
mentale processen bij dit onderzoek. Dit was het begin voor moderne wetenschap van psychologie.
Het begin van de wetenschap psychologie
Willem Wundt (1832-1920) is de eerste psycholoog, voormalig onderzoeksassistent van Von
Helmholtz. Ze deden een onderzoek over reactietijd.
Edward Tichener (1867-1923) borduurde voort op zijn leraar Wundt’s ideeën en bedacht het
structuralisme. Het structuralisme stelt dat de mind kan worden opgesplitst in kleine elementen van
mentale ervaring. Dit waren componenten.
,Een tegenstander van het structuralisme was de Gestalt psychologie. Dit werd opgericht door Kurt
Koffka, Max Wertheimer en Wolfgang Köhler. Gestalt psychologie stelt dat bij het opbreken van een
perceptie er belangrijke psychologische informatie verloren gaat. Zij stellen dus dat de mind / onze
perceptie niet wordt opgebroken in kleine componenten.
William James (1842-1910) kwam op met het functionalisme. Deze benadering vroeg zich
voornamelijk af waarom bepaald gedrag voorkwam en dacht dat gedrag bijdroeg aan overleving.
Structuralisme Een benadering waarbij de mind wordt
opgebroken in kleine elementen van mentale
ervaring of componenten.
Gestalt psychologie Een benadering dat de ervaring anders zag
dan het opbreken van elementen.
Functionalisme Een benadering dat gedrag als doelbewust en
bijdragend tot overleving zag.
Sigmund Freud (1856-1939) ontwikkelde een nieuwe theorie genaamd psychodynamiek. Dit richtte
zich vooral bewustzijn, seksualiteit, abnormaal gedrag en psychotherapie. Zijn methoden waren niet
wetenschappelijk.
Na kritiek op Freud ontstond humanistische psychologie. De behavioristen geloofden allemaal dat
menselijk gedrag op een continuüm lag met dierlijk gedrag, wat leidde tot hun aanname dat mensen
van nature de agressieve impulsen van dieren deelden. De humanisten geloofden juist dat mensen
van nature goed zijn, en slecht gedrag ontstond door een slechte invloed van de maatschappij.
Behaviorisme Humanistische psychologie
Freud, James Abraham Maslow
Observerend, meetbaar gedrag Motivatie
Mensen hebben de agressieve impulsen Mensen zijn van nature “goed”, en wat
van dieren betekend het om “goed” te zijn?
Wat is er “slecht/fout” aan mensen? Slecht gedrag komt door slechte invloed
Wat is er “goed” aan mensen?
Abraham Maslow (1908-1970) vroeg zich af waardoor mensen als “goed” konden worden
bestempeld. Hij concentreerde zich op wat er “goed” was aan mensen, in plaats van wat er “fout” is
aan mensen, zoals Freud. Carl Rogers (1902-1987) ontwikkelde het client-centered therapy, waarbij
het draaide om behandeling waarbij de patiënt een cliënt werd genoemd, vanwege de gelijke stand
met de therapeut en de actieve rol in het proces van de therapie. Humanistische psychologie droeg
veel bij aan de ontwikkeling van positieve psychologie.
Ivan Petrovich Pavlov (1849-1936) ontwikkelde het classic conditionering of Pavlov conditionering.
Classic conditionering is een manier om aangeleerde reacties op stimuli aan te leren.
Thorndicke ontwikkelde het law of effect. Dit suggereerde dat gedrag dat wordt beloond
waarschijnlijker zal terugkeren in de toekomst dan gedrag dat wordt bestraft. Dit geldt ook voor
gedrag met een plezierige of voordelige uitkomst en gedrag met een onplezierige of onvoordelige
uitkomst. Samen met Skinner was Thorndicke geïnteresseerd in de effecten van consequenties op
hoe vaak bepaald gedrag werd uitgevoerd. Hierdoor ontstond het operant conditionering. Ulric
Neisser (1928-1958) kwam met Cognitieve psychologie, een nieuwe naam voor het vakgebied.
Coginitie heeft hier betrekking op de interne mentale processen.
, Naam Fundament van psychologie Onthoud:
Wilhelm Wundt (1832-1920) Structuralisme Gedrag kan worden
opgebroken in componenten.
Max Wertheimer (1880-1943) Gestalt Psychologie Door gedrag op te breken in
componenten verlies je
belangrijke informatie.
William James (1842-1910) Functionalisme Gedrag is doelgericht en draagt
bij aan overleving.
Sigmeund Freud (1856-1939) Psychodynamische theorie Ideeën over het onbewuste, de
rol van ervaring in abnormaal
gedrag, nieuwe benaderingen
tot therapie die grondslag legt
voor latere studie in
personaliteit en therapie.
Abraham Maslow (1908-1970) Humanistische psychologie Mensen zijn van nature goed
en gemotiveerd om te
verbeteren.
Ivan Petrovich Pavlov (1849- Behaviorisme / klassiek Ervaring is de hoofdoorzaak tot
1936) conditioneren gedrag
Ulric Neisser (1928-2012) Cognitieve revolutie Interne mentale processen
kunnen wetenschappelijk
bestudeerd worden.
De biologische aanpak van psychologie door Kalat
De mind-brain problem is de vraag hoe de mind zich verhoudt met het lichaam. De vraag waarom
bewustzijn bestaat is ook een vraag bij het mind-brain problem. Het mind-brain problem is dus ook
dat we niet weten hoe bewustzijn zich verhoudt met het lichaam. Waar zit het bewustzijn in het
lichaam en hoe werkt het?
Biologische psychologie is de studie van fysiologische, evolutionaire en ontwikkelings-mechanismen
van gedrag en ervaring.
Het brein bestaat uit 2 soorten cellen: neuronen en gliacellen. Neuronen brengen informatie over
naar andere neuronen, spieren en klieren. Gliacellen hebben meerdere functies maar brengen geen
informatie over lange afstanden.
Perceptie vindt plaats in je hersenen. Perceptie is de interpretatie van de wereld om ons heen.
Mentale activiteit en hersenactiviteit zijn onafscheidelijk. Monisme is het idee dat het universum
alleen bestaat als één type van zijn. Het tegenovergestelde is dualisme, het idee dat minden zijn één
type van substantie en de rest is een andere substantie).
, Module 4.1 Genetica en Evolutie van Gedrag
Genetica
Erfenis vindt plaats door genen. Genen komen in paren voor omdat ze in chromosomen zitten.
Chromosomen zitten in paren. Een uitzondering op deze regel zijn de losse X-chromosoom en de Y-
chromosoom bij een man. Een gen bestaat uit deoxyribonucleic acid (DNA,
desoxyribonucleïnezuur). Dit hoeft echter niet altijd het geval te zijn.
DNA bestaat uit 2 banen van ribonucleic acid (RNA), en bevat 4 bases:
Adenine
Guanine
Cytosine
Thymine (G, C en A-T)
De volgorde van deze basen bepaald de volgorde van de bijbehorende basen op het RNA molecuul.
De volgorde van de basen op het RNA molecuul bepaald in wat de volgorde van de aminozuren
worden die samen een eiwit (proteine) vormen. In totaal bestaan eiwitten (proteines) uit 20
aminozuren, waarvan de volgorde bepaald word door de volgorde van de basen van DNA en RNA.
Sommige eiwitten behoren tot de structuur van het lichaam. Andere dienen als enzymen, biologische
katalysatoren die chemische reacties in het lichaam reguleren.
Genen Delen van erfelijkheid die hun structurele identiteit
behouden tijdens generaties.
Chromosomen Delen van genen. Drager van een deel van erfelijk
materiaal. Een mens heeft 23 paar en 46
chromosomen.
DNA Macromolecuul dat erfelijke informatie draagt.
Iemand met een identiek paar van genen op twee chromosomen is homozygoot (homogeen) voor
dat gen. Een individueel met een niet overeenkomend paar van genen is heterozygoot (heterogeen)
voor dat gen. Genen zijn dominant, recessief of ‘normaal’. Dominante genen laten een sterk effect
zien in zowel de homozygoot als de heterozygoot conditie (bv. roodhaar). Een recessief gen laat
alleen effecten zien in een homozygote conditie.
Homozygoot Identiek paar van genen op twee chromosomen.
Heterozygoot Niet-overeenkomend paar van genen op twee
chromosomen.
Dominant gen Het gen met het sterkste effect in heterozygote of
homozygote conditie.
Recessief gen Het gen dat alleen effect toont wanneer in een
homozygote conditie, en wanneer het dominante gen
hem niet overstemt.
Genen op de sekse chromosomen zijn sex-linked genes. De andere chromosomen zijn autosomale
chromosomen. De genen op deze chromosomen zijn autosomale genen. Seks-linked genes zijn
voornamelijk relevant bij X-chromosomen, want de Y-chromosoom is kleiner en komt minder vaak
Hoofdstuk 1 The Science of Mind door Cacioppo
Wat is psychologie?
De mind zijn de hersen en zijn activiteiten, inclusief gedachten, emoties en gedrag. Psychologie
betekent de wetenschappelijke studie van gedrag, mentale processen en hersenfuncties, dus de
wetenschappelijke studie van de mind.
Gedrag verwijst naar elke actie die we kunnen observeren. De studie van mentale processen en
hersenfuncties is afhankelijk van de beschikbare methoden voor psychologen. Vroeger was de
methode introspectie. Dit is echter niet te controleren en subjectief, hierdoor is het onbetrouwbaar.
Psychologie De wetenschappelijke studie van gedrag,
mentale processen en hersenfuncties.
Mind Het brein en de hersenactiviteit. Inclusief
gedachten, emotie en gedrag.
Introspectie Een persoonlijke observatie van eigen
gedachten, gevoelens en gedrag.
De oorsprong van psychologie
Psychologie komt voort uit twee grote oorsprongen: filosofie en natuurwetenschappen.
Psychologie en fysiologie
Zowel psychologie als filosofie overwegen de relatieve balans van biologische factoren en
omgevingsfactoren resulterend in menselijk gedrag. Psychologen en filosofen discussiëren over de
vraag of de mind gevormd wordt door natuur of door gebeurtenissen.
Filosoof René Descartes beargumenteert dat de mind en emoties van nature zijn. Aristoteles
beargumenteert dat alle kennis is opgedaan door sensorische gebeurtenissen.
Psychologie en natuurwetenschappen
Hermann von Helmholtz (1821-1894) liet in zijn werk zien dat de snelheid van zenuwsignalering
bewijs gaf dat de mind een fysieke basis had. Hij deed verschillende experimenten met reactietijd om
aan te geven dat vrijwillig gedrag niet onmiddellijk optreedt. Hoe groter de afstand van de stimulus
naar de hersenen, hoe groter de reactietijd.
Gustav Fechner (1801-1889) mat het zachtste geluid dat een mens kan horen. Hij dacht ook aan de
mentale processen bij dit onderzoek. Dit was het begin voor moderne wetenschap van psychologie.
Het begin van de wetenschap psychologie
Willem Wundt (1832-1920) is de eerste psycholoog, voormalig onderzoeksassistent van Von
Helmholtz. Ze deden een onderzoek over reactietijd.
Edward Tichener (1867-1923) borduurde voort op zijn leraar Wundt’s ideeën en bedacht het
structuralisme. Het structuralisme stelt dat de mind kan worden opgesplitst in kleine elementen van
mentale ervaring. Dit waren componenten.
,Een tegenstander van het structuralisme was de Gestalt psychologie. Dit werd opgericht door Kurt
Koffka, Max Wertheimer en Wolfgang Köhler. Gestalt psychologie stelt dat bij het opbreken van een
perceptie er belangrijke psychologische informatie verloren gaat. Zij stellen dus dat de mind / onze
perceptie niet wordt opgebroken in kleine componenten.
William James (1842-1910) kwam op met het functionalisme. Deze benadering vroeg zich
voornamelijk af waarom bepaald gedrag voorkwam en dacht dat gedrag bijdroeg aan overleving.
Structuralisme Een benadering waarbij de mind wordt
opgebroken in kleine elementen van mentale
ervaring of componenten.
Gestalt psychologie Een benadering dat de ervaring anders zag
dan het opbreken van elementen.
Functionalisme Een benadering dat gedrag als doelbewust en
bijdragend tot overleving zag.
Sigmund Freud (1856-1939) ontwikkelde een nieuwe theorie genaamd psychodynamiek. Dit richtte
zich vooral bewustzijn, seksualiteit, abnormaal gedrag en psychotherapie. Zijn methoden waren niet
wetenschappelijk.
Na kritiek op Freud ontstond humanistische psychologie. De behavioristen geloofden allemaal dat
menselijk gedrag op een continuüm lag met dierlijk gedrag, wat leidde tot hun aanname dat mensen
van nature de agressieve impulsen van dieren deelden. De humanisten geloofden juist dat mensen
van nature goed zijn, en slecht gedrag ontstond door een slechte invloed van de maatschappij.
Behaviorisme Humanistische psychologie
Freud, James Abraham Maslow
Observerend, meetbaar gedrag Motivatie
Mensen hebben de agressieve impulsen Mensen zijn van nature “goed”, en wat
van dieren betekend het om “goed” te zijn?
Wat is er “slecht/fout” aan mensen? Slecht gedrag komt door slechte invloed
Wat is er “goed” aan mensen?
Abraham Maslow (1908-1970) vroeg zich af waardoor mensen als “goed” konden worden
bestempeld. Hij concentreerde zich op wat er “goed” was aan mensen, in plaats van wat er “fout” is
aan mensen, zoals Freud. Carl Rogers (1902-1987) ontwikkelde het client-centered therapy, waarbij
het draaide om behandeling waarbij de patiënt een cliënt werd genoemd, vanwege de gelijke stand
met de therapeut en de actieve rol in het proces van de therapie. Humanistische psychologie droeg
veel bij aan de ontwikkeling van positieve psychologie.
Ivan Petrovich Pavlov (1849-1936) ontwikkelde het classic conditionering of Pavlov conditionering.
Classic conditionering is een manier om aangeleerde reacties op stimuli aan te leren.
Thorndicke ontwikkelde het law of effect. Dit suggereerde dat gedrag dat wordt beloond
waarschijnlijker zal terugkeren in de toekomst dan gedrag dat wordt bestraft. Dit geldt ook voor
gedrag met een plezierige of voordelige uitkomst en gedrag met een onplezierige of onvoordelige
uitkomst. Samen met Skinner was Thorndicke geïnteresseerd in de effecten van consequenties op
hoe vaak bepaald gedrag werd uitgevoerd. Hierdoor ontstond het operant conditionering. Ulric
Neisser (1928-1958) kwam met Cognitieve psychologie, een nieuwe naam voor het vakgebied.
Coginitie heeft hier betrekking op de interne mentale processen.
, Naam Fundament van psychologie Onthoud:
Wilhelm Wundt (1832-1920) Structuralisme Gedrag kan worden
opgebroken in componenten.
Max Wertheimer (1880-1943) Gestalt Psychologie Door gedrag op te breken in
componenten verlies je
belangrijke informatie.
William James (1842-1910) Functionalisme Gedrag is doelgericht en draagt
bij aan overleving.
Sigmeund Freud (1856-1939) Psychodynamische theorie Ideeën over het onbewuste, de
rol van ervaring in abnormaal
gedrag, nieuwe benaderingen
tot therapie die grondslag legt
voor latere studie in
personaliteit en therapie.
Abraham Maslow (1908-1970) Humanistische psychologie Mensen zijn van nature goed
en gemotiveerd om te
verbeteren.
Ivan Petrovich Pavlov (1849- Behaviorisme / klassiek Ervaring is de hoofdoorzaak tot
1936) conditioneren gedrag
Ulric Neisser (1928-2012) Cognitieve revolutie Interne mentale processen
kunnen wetenschappelijk
bestudeerd worden.
De biologische aanpak van psychologie door Kalat
De mind-brain problem is de vraag hoe de mind zich verhoudt met het lichaam. De vraag waarom
bewustzijn bestaat is ook een vraag bij het mind-brain problem. Het mind-brain problem is dus ook
dat we niet weten hoe bewustzijn zich verhoudt met het lichaam. Waar zit het bewustzijn in het
lichaam en hoe werkt het?
Biologische psychologie is de studie van fysiologische, evolutionaire en ontwikkelings-mechanismen
van gedrag en ervaring.
Het brein bestaat uit 2 soorten cellen: neuronen en gliacellen. Neuronen brengen informatie over
naar andere neuronen, spieren en klieren. Gliacellen hebben meerdere functies maar brengen geen
informatie over lange afstanden.
Perceptie vindt plaats in je hersenen. Perceptie is de interpretatie van de wereld om ons heen.
Mentale activiteit en hersenactiviteit zijn onafscheidelijk. Monisme is het idee dat het universum
alleen bestaat als één type van zijn. Het tegenovergestelde is dualisme, het idee dat minden zijn één
type van substantie en de rest is een andere substantie).
, Module 4.1 Genetica en Evolutie van Gedrag
Genetica
Erfenis vindt plaats door genen. Genen komen in paren voor omdat ze in chromosomen zitten.
Chromosomen zitten in paren. Een uitzondering op deze regel zijn de losse X-chromosoom en de Y-
chromosoom bij een man. Een gen bestaat uit deoxyribonucleic acid (DNA,
desoxyribonucleïnezuur). Dit hoeft echter niet altijd het geval te zijn.
DNA bestaat uit 2 banen van ribonucleic acid (RNA), en bevat 4 bases:
Adenine
Guanine
Cytosine
Thymine (G, C en A-T)
De volgorde van deze basen bepaald de volgorde van de bijbehorende basen op het RNA molecuul.
De volgorde van de basen op het RNA molecuul bepaald in wat de volgorde van de aminozuren
worden die samen een eiwit (proteine) vormen. In totaal bestaan eiwitten (proteines) uit 20
aminozuren, waarvan de volgorde bepaald word door de volgorde van de basen van DNA en RNA.
Sommige eiwitten behoren tot de structuur van het lichaam. Andere dienen als enzymen, biologische
katalysatoren die chemische reacties in het lichaam reguleren.
Genen Delen van erfelijkheid die hun structurele identiteit
behouden tijdens generaties.
Chromosomen Delen van genen. Drager van een deel van erfelijk
materiaal. Een mens heeft 23 paar en 46
chromosomen.
DNA Macromolecuul dat erfelijke informatie draagt.
Iemand met een identiek paar van genen op twee chromosomen is homozygoot (homogeen) voor
dat gen. Een individueel met een niet overeenkomend paar van genen is heterozygoot (heterogeen)
voor dat gen. Genen zijn dominant, recessief of ‘normaal’. Dominante genen laten een sterk effect
zien in zowel de homozygoot als de heterozygoot conditie (bv. roodhaar). Een recessief gen laat
alleen effecten zien in een homozygote conditie.
Homozygoot Identiek paar van genen op twee chromosomen.
Heterozygoot Niet-overeenkomend paar van genen op twee
chromosomen.
Dominant gen Het gen met het sterkste effect in heterozygote of
homozygote conditie.
Recessief gen Het gen dat alleen effect toont wanneer in een
homozygote conditie, en wanneer het dominante gen
hem niet overstemt.
Genen op de sekse chromosomen zijn sex-linked genes. De andere chromosomen zijn autosomale
chromosomen. De genen op deze chromosomen zijn autosomale genen. Seks-linked genes zijn
voornamelijk relevant bij X-chromosomen, want de Y-chromosoom is kleiner en komt minder vaak