- Je moet uit kunnen leggen hoe de overheid is opgebouwd; rijk, provincie en gemeenten.
De overheid is een onderdeel van de collectieve sector. De overheid bestaat uit:
1. de rijksoverheid (de regering, het parlement en de departementen
2. de provincies, gemeenten en waterschappen (de lagere overheden)
- Je moet de rol van sociale fondsen uit kunnen leggen.
De sociale fondsen verzorgen de sociale verzekering, zoals de werkloosheidsverzekering.
- Je moet weten wat subsidie is en wat het effect van subsidie is op de aanbod van
goederen en diensten.
Ontvangen zowel consumenten als producenten van de overheid om bepaalde
producten/diensten te stimuleren, want het wordt dan aantrekkelijker om aan te bieden en
aantrekkelijker om te kopen (zonnepanelen).
- Redenen belastingheffing en soorten belasting.
De overheid heeft extra accijns (belasting) op goederen waarvan ze de consumptie wil
afremmen, zoals sigaretten en alcohol. Accijns is een voorbeeld van een
kostprijsverhogende belasting (belasting op goederen en diensten die de prijs verhoogt),
zoals btw en invoerrechten op importgoederen.
- Directe (winst-, loon en inkomstenbelasting) en indirecte/kostprijsverhogende belastingen
(accijns en BTW)
Directe belastingen betaal je rechtstreeks aan de overheid en indirecte belastingen betaal je
via een omweg wanneer je iets koopt.
- Rekenen met accijns, BTW, etc.
- Collectieve goederen: overheid, niet splitsbaar, via belastingen, voorbeelden noemen
Collectieve goederen zijn goederen die niet individueel verkocht kunnen worden, iedereen
mag en kan er gebruik van maken. De overheid kan de mensen met belastingheffing wel
voor de collectieve goederen laten betalen. Voorbeelden van collectieve goederen zijn
straatverlichting, fietspaden en onderwijs.
- Progressie in de belastingen
Mensen met een hoog inkomen betalen naar verhouding meer belasting dan mensen met
een lager inkomen. Een voorbeeld hiervan is het oplopende schijventarief.
6.6 Box 1, 2 en 3
- Box 1: belasting die volgt uit inkomen in de vorm van loon/uitkering
- Box 2: belasting die voortkomt uit een aanmerkelijk belang (aandeel in bedrijf)
- Box 3: belasting die voorkomt uit spaargeld/ beleggingen