Hoorcollege 1
Waarom diagnostiek
- Symptomen te ordenen (beschrijvend of onderkennend)
- Om klachten te begrijpen (verklarend)
- Om gerag of klachtverloop te voorspellend (prognose, suïcide of terugval)
- Om behandeling te plannen (indicatie)
- Behandeling evalueren (evaluatie)
Diagnostische instrumenten
- Observatie; soort van vooroordelen geven info
- Gestructureerde interviews
- Vragenlijsten
- Tests; cognitieve takentesten bv. of prestatietaken
- Hetero-amamnese: praat met mensen uit omgeving (ouders of partner)
o Over of onderrapportage
Differentiaal diagnose
➔ Een alternatieve diagnose voor een bepaalde groep aan klachten
o Differentiaaldiagnose voor hoofdpijn is griep, migraine,
voorhoofdsholteontsteking of hersentumor
Onderkenning
- Classificatie
o Beschrijven van symptomen in DSM5 termen
o NIET theorie geboden
o Zegt niks over de oorzaak
- Diagnose
o Individuele kenmerken
o Theorie over probleem
o Onderkennen EN verklaren
o Wat is er aan de hand
o Waarom nu
o Hoe ontstaan
o Wat houdt het in stand
,Vijf basisvragen in klinische psychodiagnostiek
- Onderkenning = wat zijn problemen en wat lukt er nog?
o Inventarisatie en beschrijving
o Ordening en categorisering in disfunctionele gedragsclusters of
stoornissen
o Inschatting ernst van problemen
o Twee soorten meten
▪ Criteriumgericht meten = vergelijken met vooraf bepaalde
standaard
▪ Normgericht meten = representatieve vergelijkingsgroep
- Verklaring = waarom zijn bepaalde problemen er en wat houdt ze in stand?
o De condities die optreden van het probleem verklaren
o Locus = persoonsgericht of situatiegericht
o Aard van controle
o Synchrone en diachrone verklaringscondities
▪ Synchrone : vallen in de tijd samen met het te verklaren gedrag
▪ Diachrone: gaat aan het gedrag vooraf
o Inducerende en continuerende condities
▪ Indiceren: zorgen voor ontstaan gedragsproblemen
▪ Continuerend: in stand houden
- Predictie = hoe zullen problemen verder ontwikkelen?
o Verband predictor (nu aanwezige gedrag) en een criterium (toekomstige
gedrag)
- Indicatie = hoe kunnen de problemen verholpen worden
o Welke hulpverlener en hulpverlening heeft iemand nodig?
o Kennis over behandelingen en het relatieve nut en over aanvaarding van
indicatie door cliënt
▪ Rekening houden met voorkeuren client
▪ Info verstrekken, voorkeuren vergeleken en client kiest behandeling
- Evaluatie = zijn de problemen voldoende verholpen als gevolg van interventie?
Onderkenning
➔ DSM
o Somberheid, angst of slecht slapen kent bijna iedereen, is geen aanwijzing
voor een stoornis
o ‘de symptomen veroorzaken klinisch significante lijdensdruk of
beperkingen in sociale of beroepsmatige functioneren of functioneren op
andere belangrijke terreinen’
,To DSM or not to DSM
- Nadelen
o Toenemende kritiek
o Stigmatisering
o Zorgverzekeringslabel
o Over- en onder diagnostisering
o Teveel overlap in symptomen
- Voordelen
o Kennis en systematiek
o Veel wetenschappelijk onderzoek
o Wereldwijd dezelfde taal
o (nog) geen alternatief, risico polarisatie/verwarring
o Nieuwe bevindingen worden toegevoegd
Classificeren is het best passende label. Uitsluitcriteria zijn belangrijk; schildklier kan
paniek veroorzaken bv.
Hypothesen formuleren
- Formulering onderkennende hypothesen
o Probleemcluster X wijst op stoornis A plus een korte definitie van de
classificatie met wetenschappelijke referentie
▪ Bv. sociale problemen en angst voor negatieve beoordeling wijzen
op een sociale angststoornis
- Formulering verklarende hypothesen
o Probleemcluster Z wordt veroorzaakt (in stand gehouden) door factor A
▪ Bv. problemen in het schools functioneren worden veroorzaakt
door een beneden gemiddeld intelligentie
- Indicerend: welke behandeling het beste past
o Predictieve validiteit: hulpvragenlijst helpt hierbij
Deze zijn afhankelijk van hoe de client zijn probleem formuleert, welke klachten hij/zij
heeft en wat de verwachtingen zijn.
Verklaring
➔ Wat is de oorzaak van het probleem en wat houdt het in stand of doet het
toenemen?
o Kennis van beloop van stoornissen
o Kennis van in standhoudende factoren
MAAR correlatie hoeft geen causaliteit te zijn!!!
, Bij een sociale fobie heb je een extreme aanhoudende angst voor bepaalde sociale
situaties. Deze angst is buitenproportioneel groot en kan ook leiden tot paniek. De angst
is geen verlegenheid of gezonde spanning.
➔ Clark en Wellies (1995) → model voor zelfbewustzijn
theorie
o Mensen met sociale fobie hebben vaak een
verhoogd zelfbewustzijn
o Dit betekent dat ze zich vooral richten op
zichzelf en wat er in zichzelf omgaat en wat ze
voelen
Valkuilen verklaring
- Aetiologie van psychopathologie is complex; risicofactoren en kwetsbaarheden
kunnen bij iedereen anders zijn
o Moeilijke jeugd kan leiden tot depressie of PTSS
- Subjectiviteit van client en therapeut
- Alles begrijpen versus pragmatisme
Prognose
- Hoe zal het probleem zich gaan ontwikkelen
- Denk aan kans op suïcide, terugval of toename klachten als gevolg van medicatie
of biologisch iets (ziekte)
Indicatie
- Kennis van effectieve behandeling
- GGZrichtlijnen of Kennisnet VGCT
o Evidence based richtlijnen bepaald door groep experts
o Voor veel stoornissen
o Niet altijd even up to date
- Draagkracht kan verschillen, eerste GGZ aanmelding of niet en wat is hulpvraag
- Hoeveel moet je weten – stepped care