Marketingcommunicatiestrategie
Boek Sportsponsoring
Hoofdstuk 1
Sponsoring:
het beschikbaar stellen van goederen, diensten of middelen van een bepaalde waarde voor een
sponsorobject, met als wederdienst dat de sponsor het sponsorobject contractueel voor minimaal de
beschikbaar gestelde waarde voor associatieve, communicatieve en promotionele doeleinden mag
gebruiken.
Soorten sponsoring:
Sportsponsoring
Kunst- en cultuursponsoring
Maatschappelijke sponsoring
Media- of programmasponsoring
Entertainmentsponsoring
Evenementensponsoring
Wetenschappelijke sponsoring
Sport:
Er zijn veel definities van ‘sport’, maar bevatten vaak de volgende componenten:
Heeft een competitie element
Verlangt fysieke inspanning
Kent spelregels
De invloed van de uitslag bepaalt de kwaliteit van de ervaring. Dus een gewonnen wedstrijd
geeft meer voldoening.
Definitie: Sport is alle activiteiten waarbij fysieke inspanning of fysieke vaardigheid verlangd wordt
waarbij de inspanning en/of vaardigheid zelf het doel is, al dan niet binnen een context die
georganiseerd is, wedstrijdreglementen bevat of aan spelregels voldoet.
Topsport :
Wordt beoefend door uit verschillende bronnen betaalde sporters en dat passieve
sportconsumenten bereid zijn te betalen voor het gadeslaan en volgen van de sport. Je bent
topsporter als je internationaal op het hoogste niveau meedoet, ingedeeld door het NOCNSF.
Breedtesport:
Sport die recreatief door een breed publiek beoefend wordt.
,Actieve vrijetijdsbesteding:
Actief bezig zijn met een lichamelijk doel
Tevredenheid/voldoening van het meedoen bepaalt de kwaliteit
Meedoen is belangrijker dan winnen
Kent vaak ook geen winnaar
Hoofdstuk 2
Matchingprincipe:
de afstemming van de factoren waarop een sponsor zichzelf analyseert en een sponsorobject op
beoordeelt om een juiste keuze te maken op sponsorgebied.
Actieve selectie:
wanneer de sponsor zelf het initiatief neemt om een sponsorobject te gebruiken in de communicatie.
Passieve selectie:
Hierbij is het sponsorobject de initiatiefnemer en analyseert het object zichzelf.
, Machtfactoren vanuit de sponsor(linkerkant matchingmodel):
1. Communicatiedoelgroep; de groep mensen die men door middel van sponsoring wil
bereiken. Hoe specifieker, hoe groter de kans is dat men de boodschap aanneemt.
Je hebt merkspecifiek (attitude, bekendheid met merk), domeinspecifiek (productcategorie,
betrokkenheid bij product, voordelen van product) en algemeen (kenmerken, demografisch,
geografisch, psychologisch, productbezig, mediagebruik, sportkijk- en leesgedrag).
2. Communicatiedoelstellingen; geven een meetbare omschrijving van wat de sponsor wil
bereiken met de sponsoring. Bij wie, wil ik wat, in welke mate, binnen welke termijn
realiseren?
3. Missie(1), visie(2) en positionering(3); (1) marktafbakening voor de gehele organisatie en
geeft tevens de sociaalmaatschappelijke positie van de organisatie weer (2) samenvatting
van de langere termijndoelen, de toekomst dus (3) plaatsing van een product in de markt
met een eigen/uniek/onderscheidend karakter.
4. Communicatiebeleid; geeft een planning en weergave van beslissingen over de communicatie
die in de toekomst moet plaatsvinden, omdat dit al is gebleken uit beslissingen uit het
verleden.
5. Bedrijfscultuur; is een randvoorwaarde voor de sponsoring om de geloofwaardigheid ervan
te vergroten. Wanneer er bijv. sprake is van een mannelijke cultuur binnen een organisatie
zal er weinig affiniteit zijn met een vrouwelijk sponsorobject.
6. Budget; de keuze van de sport en het sponsorobject hangt vooral ook af van de beschikbare
middelen.
Machtfactoren vanuit het sponsorobject (rechterkant van het matchingmodel):
geeft de factoren aan die van belang zijn bij de keuze van een sponsorobject.
1. Socio-economische kenmerken; hierbij wordt er gekeken of er een match is tussen
beoefenaars, toeschouwers, kijker en de communicatiedoelgroep. Dit wordt wel steeds
vager, omdat er geen kant-en-klaar onderzoek van is. Vaak gaat dit om de mening die men er
over heeft.
2. Kernwaarden en imago van de sport; Waneer er sprake is van overeenkomsten tussen het
imago en de kernwaarden van de sport met de missie, visie en positionering, is er sprake van
een hoge associatie. Het imago van de sport is bepalend voor de sponsor.
3. Kenmerken van het sponsorobject; drie kenmerken zijn van belang bij de keuze van een
specifiek sponsorobject:
1. Risico-rendementsverhouding
2. Match deelnemers, toeschouwers en kijken met
Marketingcommunicatiedoelgroep
3. Eventuele maatschappelijke relevantie
Boek Sportsponsoring
Hoofdstuk 1
Sponsoring:
het beschikbaar stellen van goederen, diensten of middelen van een bepaalde waarde voor een
sponsorobject, met als wederdienst dat de sponsor het sponsorobject contractueel voor minimaal de
beschikbaar gestelde waarde voor associatieve, communicatieve en promotionele doeleinden mag
gebruiken.
Soorten sponsoring:
Sportsponsoring
Kunst- en cultuursponsoring
Maatschappelijke sponsoring
Media- of programmasponsoring
Entertainmentsponsoring
Evenementensponsoring
Wetenschappelijke sponsoring
Sport:
Er zijn veel definities van ‘sport’, maar bevatten vaak de volgende componenten:
Heeft een competitie element
Verlangt fysieke inspanning
Kent spelregels
De invloed van de uitslag bepaalt de kwaliteit van de ervaring. Dus een gewonnen wedstrijd
geeft meer voldoening.
Definitie: Sport is alle activiteiten waarbij fysieke inspanning of fysieke vaardigheid verlangd wordt
waarbij de inspanning en/of vaardigheid zelf het doel is, al dan niet binnen een context die
georganiseerd is, wedstrijdreglementen bevat of aan spelregels voldoet.
Topsport :
Wordt beoefend door uit verschillende bronnen betaalde sporters en dat passieve
sportconsumenten bereid zijn te betalen voor het gadeslaan en volgen van de sport. Je bent
topsporter als je internationaal op het hoogste niveau meedoet, ingedeeld door het NOCNSF.
Breedtesport:
Sport die recreatief door een breed publiek beoefend wordt.
,Actieve vrijetijdsbesteding:
Actief bezig zijn met een lichamelijk doel
Tevredenheid/voldoening van het meedoen bepaalt de kwaliteit
Meedoen is belangrijker dan winnen
Kent vaak ook geen winnaar
Hoofdstuk 2
Matchingprincipe:
de afstemming van de factoren waarop een sponsor zichzelf analyseert en een sponsorobject op
beoordeelt om een juiste keuze te maken op sponsorgebied.
Actieve selectie:
wanneer de sponsor zelf het initiatief neemt om een sponsorobject te gebruiken in de communicatie.
Passieve selectie:
Hierbij is het sponsorobject de initiatiefnemer en analyseert het object zichzelf.
, Machtfactoren vanuit de sponsor(linkerkant matchingmodel):
1. Communicatiedoelgroep; de groep mensen die men door middel van sponsoring wil
bereiken. Hoe specifieker, hoe groter de kans is dat men de boodschap aanneemt.
Je hebt merkspecifiek (attitude, bekendheid met merk), domeinspecifiek (productcategorie,
betrokkenheid bij product, voordelen van product) en algemeen (kenmerken, demografisch,
geografisch, psychologisch, productbezig, mediagebruik, sportkijk- en leesgedrag).
2. Communicatiedoelstellingen; geven een meetbare omschrijving van wat de sponsor wil
bereiken met de sponsoring. Bij wie, wil ik wat, in welke mate, binnen welke termijn
realiseren?
3. Missie(1), visie(2) en positionering(3); (1) marktafbakening voor de gehele organisatie en
geeft tevens de sociaalmaatschappelijke positie van de organisatie weer (2) samenvatting
van de langere termijndoelen, de toekomst dus (3) plaatsing van een product in de markt
met een eigen/uniek/onderscheidend karakter.
4. Communicatiebeleid; geeft een planning en weergave van beslissingen over de communicatie
die in de toekomst moet plaatsvinden, omdat dit al is gebleken uit beslissingen uit het
verleden.
5. Bedrijfscultuur; is een randvoorwaarde voor de sponsoring om de geloofwaardigheid ervan
te vergroten. Wanneer er bijv. sprake is van een mannelijke cultuur binnen een organisatie
zal er weinig affiniteit zijn met een vrouwelijk sponsorobject.
6. Budget; de keuze van de sport en het sponsorobject hangt vooral ook af van de beschikbare
middelen.
Machtfactoren vanuit het sponsorobject (rechterkant van het matchingmodel):
geeft de factoren aan die van belang zijn bij de keuze van een sponsorobject.
1. Socio-economische kenmerken; hierbij wordt er gekeken of er een match is tussen
beoefenaars, toeschouwers, kijker en de communicatiedoelgroep. Dit wordt wel steeds
vager, omdat er geen kant-en-klaar onderzoek van is. Vaak gaat dit om de mening die men er
over heeft.
2. Kernwaarden en imago van de sport; Waneer er sprake is van overeenkomsten tussen het
imago en de kernwaarden van de sport met de missie, visie en positionering, is er sprake van
een hoge associatie. Het imago van de sport is bepalend voor de sponsor.
3. Kenmerken van het sponsorobject; drie kenmerken zijn van belang bij de keuze van een
specifiek sponsorobject:
1. Risico-rendementsverhouding
2. Match deelnemers, toeschouwers en kijken met
Marketingcommunicatiedoelgroep
3. Eventuele maatschappelijke relevantie