Samenvatting
Mei 2026
Inhoudsopgave
Startbijeenkomst 3
Leereenheid 0 4
Europese integratie: primair en secundair recht 4
Institutionele actoren en besluitvorming 6
Rechtsbeginselen 8
Doorwerking 10
Leereenheid 1 - Europese (markt)integratie 12
Hoe komt (markt)integratie tot stand? 12
(Markt)integratie en rechtstreekse werking 14
Werkingssfeer fundamentele rechten 16
Wisselwerking EHRM en HvJEU 17
Leereenheid 2 - Non-discriminatie en vrij verkeer van goederen 20
Vrij verkeer en non-discriminatieregels 20
Vrij verkeer van goederen 22
Leereenheid 3 - Vrij verkeer van personen (EU-burgerschap) en diensten 27
Vrij verkeer van personen en EU burgerschap 27
Vrij verkeer van diensten 30
Leereenheid 4 - Vrij verkeer van kapitaal en de Economische en Monetaire Unie 35
Vrij verkeer van kapitaal 35
Economische en monetaire Unie 36
Leereenheid 5 - Rechtsbescherming 42
De rol van de rechter 42
Procedures bij het Hof van Justitie en het Gerecht 43
Procedures bij de nationale rechter 46
Schematisch overzicht 48
Leereenheid 6 - Mededinging 50
1
, Basisbeginselen en werkingssfeer 50
Kartelverbod en marktmisbruik 52
Overheidsingrijpen en staatssteun 55
Leereenheid 7 – Extern beleid 58
Bevoegdheden extern beleid 58
Handelspolitiek, associatie, ontwikkelingsbeleid en het GBVB 60
2
, Startbijeenkomst
Simmenthal II – arrest.
Context: Voorrang van het EU recht (geldt ook ten opzichte van grondwettelijke bepalingen)
+ de verplichtingen van de nationale rechter.
Procedure: Een prejudiciële beslissing. De nationale rechter vraagt HvJEU dus om uitlegging
van EU recht. Het is dus geen volledig oordeel over de feiten in de nationale zaak. Het arrest
kent een specifieke opbouw. Het heeft een vraag aan het Hof en het Hof beantwoord deze.
Deze procedure komt regelmatig voor!
Feiten: De procedure vond plaats in Italië tussen enerzijds de administratie van de
Staatsfinanciën en anderzijds de NV Simmenthal. Hier is het dus de Italiaanse rechter die de
prejudiciële vraag stelt.
In casu werden er keuringsrechten geheven over de invoer van rundvlees voor menselijke
consumptie. Dit moest op grond van het Italiaans recht. Het geschil gaat over het
terugvorderen van keuringsrechten nu Simmenthal van mening is dat het gaat om een
verboden belemmering van een vrij verkeer van goederen. Er zijn eerder in de procedure al
prejudiciële vragen gesteld, over de keuringsrechten en het al dan niet belemmeren van een
vrij verkeer van goederen. De keuringsrechten zijn inderdaad MGV (maatregel van gelijke
werking). Dit mocht dus niet. Op basis daarvan heeft de Italiaanse rechter terugvordering
toegekend.
Vervolgens heeft de administratie van de Staatsfinanciën zich verzet tegen de terugbetaling
omdat volgens Italiaans recht de ongrondwettigheid van een wet eerst moet worden
voorgelegd aan het Constitutionele Hof.
De vraag (vraag 2 in deze procedure, vandaar ook Simmenthal II) : Hoe past dit met de
jurisprudentie op het gebied van de voorrang en rechtstreekse werking van het EU recht?
Rechtsvraag: (zie iets als ‘bij gevolg … de navolgende prejudiciële vragen: …”
1. Kan er sprake zijn van tussenkomst door wetgever of constitutioneel orgaan voordat
toepassing EU recht of dient nationale rechter altijd direct EU recht voorrang te geven
en strijdige nationale bepalingen buiten toepassing te laten?
2. Wat als tussenkomst mag, moet er dan sprake zijn van terugwerkende kracht?
Antwoord HvJEU: Nationale rechter moet volle werking EU recht verzekeren. Iedere strijdige
regel buiten toepassing laten (ongeacht eerdere of latere datum) zonder tussenkomst ander
nationaal orgaan. Dus tweede vraag is niet meer relevant.
3
, Leereenheid 0
Dit hoofdstuk bevat de veronderstelde voorkennis. Het maakt geen deel uit van de
tentamenstof, maar er wordt wel verwacht dat dit gesneden koek is. Bij twijfel: pak dit
hoofdstuk nog even mee om je geheugen weer op te frissen.
Europese integratie: primair en secundair recht
Een van de aanleidingen voor het ontstaan van de EU was de wens om – na de Tweede
Wereldoorlog – een langdurige vrede te creëren. Een belangrijke overweging hierbij was dat
Duitsland niet weer zo machtig zou moeten worden op basis van haar sterke industrie (en
daarmee economie). Tevens speelde mee dat voor het Marshallplan (de financiële hulp van
de VS aan Europa voor wederopbouw) onder de voorwaarde van Europese integratie werd
gegeven.
Vanuit het plan van Schuman (1950) en de oprichting van een gemeenschappelijke markt
voor kolen en staal (EGKS), en vervolgens het Verdrag tot oprichting van de Europese
Economische Gemeenschap (EEG) en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie
(Euratom) werd de interne markt neergezet als de kern van de communautaire gemeenschap.
Vanuit deze kern is die gemeenschap zich met steeds meer beleidsterreinen gaan
bezighouden, zoals de justitiële en politiële samenwerking.
Bijzonder aan de Europese integratie is dat bij de oprichting van de Europese
Gemeenschap bewust werd gekozen voor een supranationale structuur, waarbij een Hoge
Autoriteit boven de lidstaten werd geplaatst en niet aan hen verantwoording hoefde af te
leggen. Dit betekende een breuk met het klassieke intergouvernementele model van
internationale samenwerking, zoals dat werd gehanteerd door de Raad van Europa (opgericht
in 1949). Dit heeft betekenis voor de soevereiniteit van de lidstaten en de verhouding tussen
de lidstaten en de Unie.
De ontwikkeling van de EU en de steeds verdergaande Europese integratie beslaat inmiddels
meer dan zeventig jaar. De zes oprichtingsstaten waren Frankrijk, Duitsland, Italië, België,
Nederland en Luxemburg. Inmiddels telt de EU 27 lidstaten, nadat het Verenigd Koninkrijk in
2020 officieel uit de Unie is getreden.
Het recht – naast politieke en economische overwegingen – speelt een essentiële rol in de
vormgeving van de Europese integratie. Wanneer we spreken over het Europees recht, maken
we een onderscheid tussen het primair en secundair recht.
Primair recht
Het primair recht vormt het juridische fundament van de Europese Unie. Het primair recht is
overeengekomen tussen de lidstaten ter oprichting van de Europese Gemeenschap (nu
Europese Unie) en heeft zich over de jaren ontwikkeld.
Het primair recht bestaat uit de belangrijkste verdragen die de werking en structuur van de
EU bepalen. De volgende verdragen worden tot het primaire EU-recht gerekend:
4