Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Literair Mechaniek H8 tm 13

Beoordeling
4.0
(5)
Verkocht
27
Pagina's
7
Geüpload op
23-10-2014
Geschreven in
2014/2015

Deze samenvatting is voor het vak Proza analyse. De samenvatting is van de hoofdstukken 8 tot en met 13.

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Proza samenvatting Hoofdstuk 8 tot en met 13
Hoofdstuk 8 vertellen
Dramatiek
- Dialogische taalsituatie  gesprek tussen twee personages zonder verteller

Epiek
- Ingebedde taalsituatie  verteller en verhaal, verschil tussen niveau van de verteller en
niveau van het vertellen

Gedramatiseerde verteller  kun je aanwijzen in het verhaal
- Auctoriale verteller
 Neemt niet zelf deel aan de gebeurtenissen
 Gericht op lezers. Begeleidt, stuurt en spreekt vaak rechtstreeks toe
 Kan informatie verstrekken of achterhouden
 Wordt gebruikt voor ironie en spel
 Kan gedachtes van andere personages weergeven
- Ik – verteller
 Hoofdpersoon in het verhaal
- Getuigenverteller
 Deelt wel een beetje mee in het verhaal, maar is niet de hoofdpersoon
Vertellend ik: vertelt vanuit het heden, de ik persoon is de verteller, vertelt op het vertelniveau
Belevend ik: op het moment beleven, het personage is de verteller, vertelt op belevend/handelend
niveau

Niet gedramatiseerde verteller  niet aanwijsbaar in het verhaal
Personale vertelsituatie  verteld in de 3e persoon; hij/zij
- Enkelvoudig personaal
 Verhuld ik – verhaal
 Je leert van 1 personage de gevoelens kennen
 Onbetrouwbaar: alles wordt van één kant bekeken
- Meervoudig personaal
 Je leert de gevoelens en gedachten van meerdere personages kennen

,Mogelijke vormen die de gelaagdheid in ik-verhalen kan aannemen:
- Lotgevallen van belevend ik komen aan de orde en het vertellend ik houdt zich op de
achtergrond
- Accent ligt op de lotgevallen van het belevend ik, maar het vertellend ik geeft
kanttekeningen
- Vertellend ik vertelt ook wat hem in het heden overkomt
- Vertellend ik en belevend ik lijken met elkaar versmolten te zijn

Twee verschillen tussen de ik – verteller en de auctoriale verteller:
1. De ik – verteller weet niet wat er zich in de hoofden van andere personages afspeelt.
2. De ik – verteller heeft geen directe kennis van gebeurtenissen die zich buiten zijn
aanwezigheid afspelen.

Mogelijkheden van de auctoriale verteller
- Presenteert twee werelden: zijn eigen wereld en de verhaalwereld
- Pretendeert de schrijver te zijn
- Vertelt in een combinatie van eerste en derde persoon
- Kan ingrijpen, uitweiden, informatie achterhouden, op het verhaal vooruitlopen
- Heeft inzicht in het innerlijk van de personages
- Kan commentaar geven;
 Op het verhaal (de personages, de gebeurtenissen)
 Op het vertellen (metavertellen, metafictie)
 In algemene zin
- Kan de lezer toespreken
- Kan een personage toespreken
- Kan optreden als gids, leidsman, ook in moreel opzicht
- Kan het kunstmatige karakter van de tekst versterken

De verteller is onbetrouwbaar, wanneer het verhaal bijvoorbeeld wordt verteld vanuit een
kinderperspectief of door iemand die de personages haat.

Tussenvorm auctoriaal en personaal verteller: afgezwakt auctoriaal vertellen  er komt door de
meningen in het verhaal een verteller naar voren.
Metavertellen: je zit op het niveau van de verteller en de verteller gaat in op het vertellen  ‘Ik ga
jullie iets vertellen. Om dit te kunnen vertellen…’
Externe verteller: vertelt over anderen en treedt zelf niet op.
Personagegebonden verteller: vertelt over anderen en is tevens een verhaalpersonage.
Meervoudige vertelsituatie: er zijn meerdere vertellers in de tekst.
Vertellerscommentaar: vertellerstekst die meer is dan een beschrijving of samenvatting, bijvoorbeeld
een mening of oordeel.
Focalisator: degene die waarneemt in het verhaal.
Informatie doseren: het verhaal structureren door bijvoorbeeld in korte episodes te vertellen.

Hoofdstuk 9 gedachten, gesprekken, gezichtspunten
Gesprekken weergeven:
1. Directe rede  Hij zei: ‘Verdorie, ik ben mijn telefoon vergeten.
2. Indirecte rede  Hij zei dat hij zijn telefoon vergeten was.
3. Erlebte rede  Hij zei dat hij verdorie zijn telefoon vergeten was.
Erlebte rede is hetzelfde als vrije indirecte rede en tekstinterferentie.

, Mogelijkheden om erlebte Rede te herkennen:
- Spreektaalelementen
- Onmogelijke combinaties van bijwoorden, tijd en de onvoltooid verleden tijd  ‘Nu was hij
gered’
- Het tijdloze praetirium  ‘Voor niets ging de zon op’

Mogelijkheden van de erlebte Rede
- De overgang naar het innerlijk van personages vrijwel ongemerkt laten plaatsvinden
- Onopvallend de lezer manipuleren: subtiele kleuring aan de gedachteweergave

Zowel vertellers als personages kunnen gekaraktiseerd worden door een typerend taaleigen.
Vertellerstekst is over het algemeen neutraal, terwijl in persoonstekst gemarkeerde formuleringen
kunnen worden gekozen.

Dubbele focalisatie: de verteller geeft ruimte aan zijn eigen visie en aan die van het personage.
Gefocaliseerd object: het object dat wordt waargenomen of waarover gesproken wordt.
Focalisatie: vanuit wie je kijkt naar een situatie. Dit kan wisselen in een verhaal.
Inquit – formule: woorden die persoonstekst introduceren  hij zei, hij dacht.
Innerlijke monoloog: gevallen waarin personages zelf hun gedachten verwoorden. Er wordt letterlijk
weergegeven wat een personage denkt.
Soliloquium: de woorden van de innerlijke monoloog worden letterlijk uitgesproken, maar niet tegen
een mens.
Objectief vertellen: de verteller beperkt zich consequent tot waarneming van buitenaf, hij geeft geen
direct inzicht in de personages.
Bewustzijnsromans: romans die helemaal uit innerlijke monologen zijn opgebouwd.
Spreekbuispersonage: een personage dat in een paar woorden of zinnen de thematiek van het
verhaal verwoordt. Komt niet in elk verhaal voor en hoeft geen hoofdpersoon te zijn.

Hoofdstuk 10 Tijd
Tijdsaspecten geschiedenis
- Historische tijd  de tijd (bv. Jaar) waarin de geschiedenis of handeling zich afspeelt
- Duur  de tijd die de handeling of geschiedenis in beslag neemt

Tijdsaspecten verhaal
- Sujet  de volgorde van de gebeurtenissen zoals die in het verhaal wordt gegeven
- Fabel  wat er daadwerkelijk is gebeurd.
Om de verhoudingen tussen fabel en sujet te kunnen beschrijven moet je de gebeurtenissen
omschrijven.
Onderscheidingen:
1. Chronologisch – successief
- Sujet en fabel lopen parallel
- Ab ovo  vanaf het begin
2. Niet – chronologisch successief
- In medias res/mediis in rebus  midden in de handeling beginnen
- Retroversie  episode uit het verleden die in het verhaalheden is verwerkt
 Regressie  terugblik
 Flashback  herbeleving
a. Spanning en ironie: lezer weet meer dan personages
b. Psychologische functie: verdieping en karaktertekening
- Vision par derrière  verhaal wordt achteraf verteld
- Vision avec  er wordt met het verhaal mee verteld

Gekoppeld boek

Geschreven voor

Instelling
Studie
Onbekend

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
Hoofdstuk 8 t/m 13
Geüpload op
23 oktober 2014
Aantal pagina's
7
Geschreven in
2014/2015
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

Beschikbare oefenvragen

$4.18
Krijg toegang tot het volledige document:
Gekocht door 27 studenten

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF


Ook beschikbaar in voordeelbundel

Beoordelingen van geverifieerde kopers

Alle 5 reviews worden weergegeven
5 jaar geleden

Een duidelijk overzicht van de tekst. Sommige beschrijvingen zouden wel iets duidelijker mogen worden uitgelegd.

7 jaar geleden

7 jaar geleden

7 jaar geleden

8 jaar geleden

4.0

5 beoordelingen

5
2
4
2
3
0
2
1
1
0
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
Hilde18 Hogeschool InHolland
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
720
Lid sinds
11 jaar
Aantal volgers
527
Documenten
11
Laatst verkocht
2 weken geleden

Ik heb de lerarenopleiding Nederlands aan de Hogeschool van Amsterdam afgerond. Op dit moment ben ik bezig met zij-instroom Pabo. Voor deze opleiding maak ik samenvattingen en opdrachten die ik hier upload.

3.7

121 beoordelingen

5
24
4
47
3
40
2
7
1
3

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen