Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Tentamen (uitwerkingen)

Goed voorbereid met 200 lastige oefenvragen oefententamen - Inleiding in de Psychologie DEEL 2 (PB0014)

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
69
Cijfer
8-9
Geüpload op
09-05-2026
Geschreven in
2025/2026

200 lastig multiple-choice vragen met plausibele opties voor Inleiding in de Psychologie Deel 2 (PB0014) 2025 met wiki links naar uitleg van begrippen per vraag. Goede kennis van de begrippen nodig om nuances in de antwoorden te kunnen vinden en de juiste aan te geven! Hoofdstukken 9-16: Psychology, 8th Edition (Gray & Bjorklund)

Meer zien Lees minder
Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Examen Inleiding in de Psychologie
Deel 2 — Hoofdstukken 9 t/m 16
200 meerkeuzevragen

Gebaseerd op Psychology (8e editie) van Peter Gray & David F. Bjorklund




Aantal vragen 200

Vraagtype Meerkeuze (A/B/C/D)

Hoofdstukken 8 (van Geheugen t/m Behandeling van stoornissen)

Vragen per hoofdstuk 25

Geschatte tijdsduur 180 minuten

Antwoordsleutel Aan het einde van het document




Instructies. Kies bij elke vraag het beste antwoord uit A, B, C of D. Per vraag staat een hyperlink
waarmee je direct naar een uitleg of definitie van de centrale begrippen kunt navigeren. Gebruik deze
links pas na het beantwoorden om je antwoorden te controleren. De volledige antwoordsleutel met
korte toelichting vind je achterin dit document.

,Hoofdstuk 9: Geheugen, aandacht en bewustzijn
Vraag 1. Welke uitspraak beschrijft het modaal model van geheugen (Atkinson & Shiffrin, 1968) het
meest accuraat?
A. Het model stelt dat informatie via sensorisch geheugen, kortetermijngeheugen en
langetermijngeheugen stroomt, waarbij controleprocessen de overgangen reguleren.
B. Het model beschrijft geheugen als één unitair systeem met onbeperkte capaciteit, waarbij aandacht
bepaalt welke informatie bewust wordt verwerkt.
C. Het model onderscheidt alleen bewuste en onbewuste geheugeninhoud en veronderstelt dat
langetermijngeheugen direct gevuld wordt vanuit zintuiglijke waarneming.
D. Het model postuleert drie verwerkingsniveaus (oppervlakkig, intermediair, diep) die elk de kans op
langdurige opslag van informatie bepalen.
➜ Uitleg en definities

Vraag 2. George Sperling (1960) ontdekte het iconisch geheugen door proefpersonen rijen letters te
tonen gedurende 1/20e seconde. Wat was zijn centrale bevinding?
A. Proefpersonen konden alle letters in het volledige display onthouden als hen gevraagd werd alle
rijen onmiddellijk na aanbieding te reproduceren.
B. Proefpersonen konden een aangewezen rij letters correct reproduceren als het signaal binnen
ongeveer 1/3 seconde na het display verscheen, wat een kortdurend visueel spoor aantoonde.
C. Proefpersonen toonden aan dat echoïsch geheugen maximaal 10 seconden duurt door de
signaalvertraging te variëren bij auditief aangeboden letterrijen.
D. Proefpersonen presteerden beter naarmate het display langer getoond werd, wat de rol van
elaboratieve herhaling bij visuele codering bevestigde.
➜ Uitleg en definities

Vraag 3. Baddeley's werkgeheugenmodel onderscheidt meerdere componenten. Welke component
is primair verantwoordelijk voor het vasthouden van verbale informatie door subvocale herhaling?
A. Het visuospatieel kladblok slaat verbale informatie op door de klankvorm van woorden bewust te
herhalen en te vergelijken met fonologische representaties in het langetermijngeheugen.
B. De centrale executive coördineert alle verbale en visuele informatie en initialiseert subvocale
herhaling wanneer de taakbelasting te hoog wordt voor de overige componenten.
C. De fonologische lus bewaart verbale informatie actief door de klankvorm subvocaal te herhalen,
met een capaciteit van ongeveer twee seconden spreektijd.
D. De episodische buffer integreert verbale informatie met episodisch geheugen en initieert
automatisch subvocale herhaling om informatie in het bewustzijn te houden.
➜ Uitleg en definities

Vraag 4. Een student leert voor een examen de hoofdsteden van landen door ze keer op keer te
herhalen zonder er verder over na te denken. Welk geheugenproces beschrijft dit het beste en wat is
het effect op langetermijngeheugen?
A. Dit is het Stroop-interferentie-effect; automatische verwerking van de informatie blokkeert de
bewuste inspanning om nieuwe associaties te vormen voor langetermijnopslag.
B. Dit is retrograde herhaling; het overschrijft oudere geheugensporen en verstoort consolidatie van
reeds eerder geleerde informatie in de neocortex.
C. Dit is elaboratieve herhaling; het versterkt langetermijngeheugen omdat semantische associaties
de informatie aan bestaande kennisnetwerken koppelen.
D. Dit is onderhoudsrepetitieherhaling (maintenance rehearsal); het houdt informatie in het
werkgeheugen maar leidt slechts minimaal tot codering in langetermijngeheugen.
➜ Uitleg en definities

,Vraag 5. Welke uitspraak beschrijft het verschil tussen episodisch geheugen en semantisch
geheugen, zoals door Endel Tulving geformuleerd?
A. Episodisch geheugen bevat herinneringen aan eigen ervaringen gekoppeld aan een specifieke
tijdplaats; semantisch geheugen is algemene kennis los van persoonlijke ervaringscontext.
B. Episodisch geheugen is een vorm van impliciet geheugen opgeslagen in het cerebellum;
semantisch geheugen is een vorm van expliciet geheugen opgeslagen in de hippocampus.
C. Episodisch geheugen verwijst naar procedurele vaardigheden die onbewust worden opgeroepen;
semantisch geheugen omvat autobiografisch geheugen dat bewust toegankelijk is.
D. Episodisch geheugen omvat kennis van woordbetekenissen en feiten over de wereld; semantisch
geheugen bevat persoonlijke herinneringen aan specifieke ervaringen in de tijd.
➜ Uitleg en definities

Vraag 6. Craik en Tulving (1975) toonden proefpersonen woorden en stelden vragen op drie niveaus
van verwerking. Welk resultaat bevestigt het niveau-van-verwerking-principe?
A. Proefpersonen herinnerden de meeste woorden wanneer hen gevraagd werd of het woord rijmde
met een ander woord, omdat fonologische herhaling codering in het langetermijngeheugen het best
bevordert.
B. Proefpersonen herinnerden de meeste woorden wanneer hen gevraagd werd of het woord in
hoofdletters geschreven was, omdat visuele verwerking de diepste indruk achterlaat.
C. Proefpersonen herinnerden evenveel woorden bij alle drie de verwerkingsniveaus, wat aantoonde
dat verwerking op zichzelf niet bepalend is voor de kwaliteit van de geheugencodering.
D. Proefpersonen herinnerden de meeste woorden wanneer gevraagd werd of het woord paste in een
zin, omdat semantische (betekenisgerichte) verwerking de sterkste geheugensporen oplevert.
➜ Uitleg en definities

Vraag 7. Welke uitspraak omschrijft impliciet (non-declaratief) geheugen het meest nauwkeurig?
A. Impliciet geheugen betreft alle langetermijnherinneringen die niet langer toegankelijk zijn via
bewuste inspanning, inclusief verdrongen episodische herinneringen uit de vroege kindertijd.
B. Impliciet geheugen omvat informatie die bewust in het werkgeheugen gehouden kan worden en via
directe verbale rapportage getoetst wordt, zoals feiten en autobiografische herinneringen.
C. Impliciet geheugen bestaat uit onbewuste geheugeninhoud—zoals motorische vaardigheden,
priming en geconditioneerde responsen—die gedrag en denken beïnvloedt zonder verbale
rapportage.
D. Impliciet geheugen verwijst uitsluitend naar procedurele motorische vaardigheden die opgeslagen
zijn in het cerebellum en volledig onafhankelijk zijn van het limbisch systeem.
➜ Uitleg en definities

Vraag 8. De patiënt H.M. onderging in 1953 een bilaterale verwijdering van de hippocampus ter
behandeling van epilepsie. Welk geheugenprofiel resulteerde hieruit?
A. H.M. had ernstige retrograde amnesie voor alle herinneringen tot aan zijn geboorte en kon nieuwe
informatie alleen via mnemotechnische strategieën duurzaam opslaan in semantisch geheugen.
B. H.M. ontwikkelde na de operatie een intact werkgeheugen maar ernstig beschadigd sensorisch
geheugen, wat verhinderde dat nieuwe prikkels het bewustzijn bereikten via de aandachtspoort.
C. H.M. verloor alle voor de operatie gevormde herinneringen en was niet meer in staat nieuwe
expliciete of impliciete geheugeninhoud te vormen, maar behield zijn taalvaardigheid volledig.
D. H.M. kon nieuwe expliciete langetermijnherinneringen niet meer aanmaken na de operatie
(anterograde amnesie), maar toonde normale vorming van impliciet geheugen zoals motorische
vaardigheden.
➜ Uitleg en definities

, Vraag 9. Simons en Chabris (1999) vroegen proefpersonen het aantal passes van basketbalspelers
te tellen terwijl een vrouw in gorillakostuum door beeld liep. Welk fenomeen illustreert dit experiment?
A. Inattentional blindness: proefpersonen zagen de gorilla niet omdat aandacht gericht op een
moeilijke taak het bewust waarnemen van opvallende maar taakirrelevante stimuli onderdrukt.
B. Preattentieve verwerking: de gorilla werd onbewust verwerkt maar niet doorgegeven aan het
werkgeheugen omdat het limbisch systeem de stimulus als niet-bedreigend classificeerde.
C. Retroactieve interferentie: eerdere ervaringen met basketbalwedstrijden blokkeerden de opslag van
nieuwe visuele informatie over de onverwachte gorillastimulus in het langetermijngeheugen.
D. Change blindness: proefpersonen merkten geleidelijke veranderingen in een visuele scène niet op
omdat het werkgeheugen geen nauwkeurige visuele representaties van de achtergrond bijhoudt.
➜ Uitleg en definities

Vraag 10. Elizabeth Loftus en J.C. Palmer (1974) lieten proefpersonen een filmopname van een
auto-ongeluk bekijken. Hoe beïnvloedde de woordkeuze in de vraagstelling de herinneringen van de
proefpersonen?
A. Proefpersonen die het werkwoord 'sloeg' hoorden, schatten de snelheid hoger in dan degenen die
'raakte' hoorden, maar er waren geen verschillen in de herinnering aan fysieke details zoals gebroken
glas.
B. Proefpersonen die 'botste' hoorden, schatten de snelheid hoger in en rapporteerden vaker (vals)
gebroken glas gezien te hebben dan proefpersonen die 'raakte' hoorden, wat misinformation effect
aantoont.
C. Proefpersonen herinnerden zich geen verschillen in snelheid op basis van de vraagformulering,
maar de suggestie van gebroken glas versterkte uitsluitend retrograde amnesie voor voorafgaande
beelden.
D. Proefpersonen die deelnamen aan de betoverde-herhaling-conditie produceerden accuratere
snelheidsschattingen dan proefpersonen in de standaardbevragingconditie met neutrale woordkeuze.
➜ Uitleg en definities

Vraag 11. Wat zijn de drie componenten van executieve functies volgens Miyake en collega's (2000),
en welk hersengebied geldt als het neurale centrum van deze functies?
A. Aandacht, codering en terugvordering zijn de drie componenten; de amygdala wordt beschouwd als
het voornaamste neurale centrum voor emotionele regulatie binnen executieve functies.
B. Verbaal werkgeheugen, visuospatieel werkgeheugen en episodische buffer zijn de componenten;
de hippocampus coördineert deze drie systemen via feedback van het limbisch systeem.
C. Updating (werkgeheugen), switching (taakwisseling) en inhibitie vormen de drie componenten; de
prefrontale cortex geldt als het voornaamste neurale centrum van executieve functies.
D. Semantisch geheugen, procedureel geheugen en priming vormen de drie componenten; de frontale
kwab coördineert deze systemen via directe verbindingen met de basale ganglia.
➜ Uitleg en definities

Vraag 12. Wanneer een leraar zijn leerlingen vraagt om elk nieuw begrip te koppelen aan een zelf
bedacht voorbeeld uit het dagelijks leven, welk coderingsproces staat daarmee op de voorgrond?
A. Priming: de contextuele aanwijzingen uit het dagelijks leven activeren passief bestaande
geheugensporen, zonder dat er actieve cognitieve inspanning voor nieuwe codering nodig is.
B. Hiërarchische organisatie: leerlingen rangschikken begrippen in een kennisboom, waarbij hogere
knooppunten automatisch de codering van subbegrippen bevorderen via spreading activation.
C. Onderhoudsrepetitieherhaling: de leerling herhaalt het begrip subvocaal, waardoor de fonologische
lus het item lang genoeg vasthoudt om later in semantisch geheugen te consolideren.
D. Elaboratieve herhaling: door het begrip te koppelen aan persoonlijke voorbeelden worden nieuwe
semantische associaties aangemaakt, wat de kans op succesvolle terugvordering vergroot.
➜ Uitleg en definities

Gekoppeld boek

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
9 mei 2026
Aantal pagina's
69
Geschreven in
2025/2026
Type
Tentamen (uitwerkingen)
Bevat
Vragen en antwoorden

Onderwerpen

$7.81
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF


Ook beschikbaar in voordeelbundel

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
maruvandonselaar Open Universiteit
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
11
Lid sinds
6 maanden
Aantal volgers
0
Documenten
12
Laatst verkocht
5 dagen geleden

4.0

3 beoordelingen

5
1
4
1
3
1
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen