A. De medewerkers van IKEA die hiermee bezig zijn, zijn onderdeel van de techno-structuur.
In de techno-structuur zitten namelijk analisten die als taak hebben om invloed uit te oefenen
op het werk van anderen. Ze ontwerpen, plannen en veranderen werkzaamheden in de
uitvoerende kern, maar voeren deze zelf niet uit. Ze houden zich bezig met aanpassingen die
de organisatie afstemmen op veranderingen in de omgeving.
Dit is precies wat de betreffende IKEA medewerkers doen. Ze houden zich bezig met de
inrichting van de organisatie. Zeker wanneer de omgeving veranderd is het aan hen de taak
om hierop in te spelen met hun organisatie (de IKEA). Ze stemmen dus de organisatie af
(door middel van organisatorische aanpassingen) op (veranderingen in) de omgeving.
Dit maakt dat ze onderdeel zijn van de techno-structuur.
B. Volgens Mintzberg zijn er 5 coördinatiemechanismen:
Direct toezicht
Onderlinge aanpassing
Standaardisatie van werkprocessen
Standaardisatie van kennis en vaardigheden
Standaardisatie van output
Bij universiteiten is er voornamelijk sprake van standaardisatie van output. Het is van belang
dat alle studenten hetzelfde uit het proces komen. Ze moeten allemaal dezelfde kennis en
vaardigheden hebben opgedaan. De universiteit streeft ernaar om alle producten (alle
studenten met hun diploma) gelijkwaardig af te leveren. De voorwaarde waar de studenten
aan moeten voldoen is ook duidelijk gespecificeerd. Bijvoorbeeld aan de hand van een
vaststaand curriculum en het ECTS.
Bij basisscholen is er voornamelijk sprake van standaardisatie van werkprocessen. Alle
kinderen krijgen nagenoeg dezelfde behandeling. Hoe ze eruit komen verschilt. Dit is
namelijk mede afhankelijk van hun intelligentieniveau. Of ze naar het VMBO of het VWO
doorstromen is niet de eerste zorg voor de organisatie basisschool (dus geen standaardisatie in
output). Hier hebben ze namelijk maar beperkte invloed op.
Daarom streven ze naar een gelijke behandeling. Elke leerling wordt evenveel gestimuleerd.
De lesmethoden staan ook al vast. Er is een vast boekje met sommen die alle leerlingen
maken. Ondanks dat de één er korter over doet dan de andere, hebben ze wel hetzelfde proces
doorlopen. Tegenwoordig is er weliswaar meer sprake van niveaudifferentiatie, maar dan zijn
er bijvoorbeeld 3 niveaus, met alle 3 hun eigen boekje met opdrachten. Deze boekjes staan
van te voren ook vast.
Zowel bij de basisschool als bij de universiteit is er geen sprake van direct toezicht en
onderlinge aanpassing, simpelweg omdat de organisaties te groot zijn. Mede daarom is er
voor andere coördinatiemechanisme gekozen.