De voor een of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van een besluit mogen niet onevenredig
zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen.
Ten eerste de Reeshofbewoners die hun hele schuur moeten afbreken, ze zijn belanghebbenden.
Artikel 1:2 lid 1 Awb stelt:
Onder belanghebbende wordt verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is
betrokken.
Het is een besluit (dat is gegeven: "Het dagelijks bestuur van het waterschap besluit...")
Dit is vrij ruim, in de jurisprudentie is het begrip verder ingekleurt aan de hand van de OPERA-criteria.
Objectief. Het moeten afbreken van je schuurtje, is niet afhankelijk van een zuiver subjectieve
beleving. Het is objectief bepaalbaar.
Persoonlijk. De bewoners zijn een afzonderlijke groep die specifiek geraakt worden. Ze wonen daar,
ze lopen niet af en toe voorbij.
Eigen belang. Het betreft niet het belang van een ander maar is een eigen belang. De
Reeshofbewoners wonen daar zelf dus worden zelf geraakt.
Rechtstreeks. Het betreft geen parallel of afgeleid belang. De bewoners worden direct geraakt. Het is
niet zo dat iemand zijn opa daar woont, nee, ze worden rechtstreeks geraakt.
Actueel. Het is een zeer actueel belang. De bewoners wonen er nu. Hebben nu daar een schuurtje
staan. Het dagelijks bestuur beslist nu.
Oftewel, de reeshofbewoners met een schuurtje zijn belanghebbende. Hetzelfde geldt voor
reeshofbewoners zonder schuurtje. Ook hun belang is objectief bepaalbaar, persoonlijk, eigen,
rechtstreeks en actueel.
Verder, zijn de gevolgen onevenredig in verhouding tot de met het besluit te dienen doel?
Voor de bewoners met een schuurtje wel. Het afbreken (en eventueel verderop opnieuw moeten
bouwen) van een schuurtje is veel ingrijpender dan het wel of niet kunnen onderhouden van de
beschoeiing.
Voor de mensen die enkel hun terras hoeven in te korten, is het besluit niet onevenredig. Een paar
vierkante meter gras inleveren is niet onevenredig in verhouding met het te dienen doel: het
onderhouden van de beschoeiing.
Ik verwacht dat het beroep voor de bewoners met een schuur in ieder geval zal slagen. Voor de
overige bewoners ligt het complexer. In principe gaat het evenredigheidsbeginsel voor hen niet op.
Wel kunnen ze vervolgstappen ondernemen en het gelijkheidsbeginsel gaan betrekken. Maakt enkel
het hebben van een schuurtje de situatie dusdanig anders Waardoor er anders gehandhaafd zou
gaan worden?
- Door het verlenen van individuele vergunningen kan er maatwerk geleverd worden. Er wordt
gekeken naar elke situatie afzonderlijk. Hierdoor komt een adequate oplossing.
- Door het verlenen van individuele vergunningen houdt het bestuursorgaan de touwtjes in handen.
Wanneer een ontvanger niet meer voldoet aan de criteria, doordat goed onderhoud van de
beschoeiing in de weg wordt gestaan (bijvoorbeeld door het bouwen van een (extra) schuurtje) is
voor intrekking geen wettelijke grondslag nodig. Het bestuursorgaan kan dan dus de vergunning
intrekken. Of, bij beleidsverandering, kan het bestuursorgaan de vergunning opzeggen.