Begrippenlijst CST
Todd Rose: Mythe van het gemiddelde
Random effects model = methode om het gemiddelde te analyseren.
Het leereffect = onmogelijk om bij dezelfde mensen een test meerdere keren af te nemen,
mensen leren van ervaringen.
Klassieke testtheorie = een groot aantal mensen één keer testen, het is namelijk toegestaan
om scores van een groep gelijk te stellen aan meerdere scores van één persoon.
Ergodische theorie = hierbinnen wordt aangegeven wanneer je informatie over een groep
kunt toepassen op het gedrag van de individuele leden van die groep. Je kunt het
gemiddelde van een groep gebruiken onder twee voorwaarden: 1) alle leden van de groep
zijn uniek, 2) de leden van de groep zijn niet aan verandering onderhevig.
Ergodische groep = als de groep voldoet aan de twee voorwaarden.
Ergodische valkuil = de tegenstrijdige veronderstelling dat je individuele personen kan
onderzoeken terwijl je hun individualiteit negeert. Ergodische groepen bestaan niet. Je
neemt iets wat niet ergodisch is en doet alsof dit het wel is.
Wetenschap van het individu = Het individu is niet de afwijking en de belangrijkste
menselijke eigenschappen kunnen niet in één score gevangen worden. Statistische
meetmethoden worden gebruikt: statistische, onveranderlijke, stabiele/vaste waarden.
Nadeel er zijn veel meer data nodig van voor een benadering volgens het gemiddelde.
Dynamische systemen = nodig om de individuele mens te bestuderen, een andere soort
wiskunde. Een term die betrekking heeft op wiskunde van veranderende, niet-lineaire,
dynamische waarden.
Individu (Molenaar) = een uit meerdere dimensies bestaand systeem dat in tijd en ruimte
evolueert.
Grilligheidsprincipe = de oorzaak dat het bijhouden van rangorden niet werkt
ééndimensionaal denken. Faalt bij vrijwel elke belangrijke individuele eigenschap. Wij
kunnen niet eendimensionaal denken over complexe en niet-lineaire zaken. Bijvoorbeeld wel
over lengte, maar niet over intelligentie/talent.
Grillig = Het moet uit meerdere dimensies bestaan en deze dimensies moeten iets met
elkaar te maken hebben. Alle elementen moeten relatief onafhankelijk zijn zwakke
correlatie.
Todd Rose: Mythe van het gemiddelde
Random effects model = methode om het gemiddelde te analyseren.
Het leereffect = onmogelijk om bij dezelfde mensen een test meerdere keren af te nemen,
mensen leren van ervaringen.
Klassieke testtheorie = een groot aantal mensen één keer testen, het is namelijk toegestaan
om scores van een groep gelijk te stellen aan meerdere scores van één persoon.
Ergodische theorie = hierbinnen wordt aangegeven wanneer je informatie over een groep
kunt toepassen op het gedrag van de individuele leden van die groep. Je kunt het
gemiddelde van een groep gebruiken onder twee voorwaarden: 1) alle leden van de groep
zijn uniek, 2) de leden van de groep zijn niet aan verandering onderhevig.
Ergodische groep = als de groep voldoet aan de twee voorwaarden.
Ergodische valkuil = de tegenstrijdige veronderstelling dat je individuele personen kan
onderzoeken terwijl je hun individualiteit negeert. Ergodische groepen bestaan niet. Je
neemt iets wat niet ergodisch is en doet alsof dit het wel is.
Wetenschap van het individu = Het individu is niet de afwijking en de belangrijkste
menselijke eigenschappen kunnen niet in één score gevangen worden. Statistische
meetmethoden worden gebruikt: statistische, onveranderlijke, stabiele/vaste waarden.
Nadeel er zijn veel meer data nodig van voor een benadering volgens het gemiddelde.
Dynamische systemen = nodig om de individuele mens te bestuderen, een andere soort
wiskunde. Een term die betrekking heeft op wiskunde van veranderende, niet-lineaire,
dynamische waarden.
Individu (Molenaar) = een uit meerdere dimensies bestaand systeem dat in tijd en ruimte
evolueert.
Grilligheidsprincipe = de oorzaak dat het bijhouden van rangorden niet werkt
ééndimensionaal denken. Faalt bij vrijwel elke belangrijke individuele eigenschap. Wij
kunnen niet eendimensionaal denken over complexe en niet-lineaire zaken. Bijvoorbeeld wel
over lengte, maar niet over intelligentie/talent.
Grillig = Het moet uit meerdere dimensies bestaan en deze dimensies moeten iets met
elkaar te maken hebben. Alle elementen moeten relatief onafhankelijk zijn zwakke
correlatie.