Deventer, studiejaar 2025/2026, tweede (2de) semester.
Met alleen deze samenvatting kun je gemakkelijk het tentamen halen; deze samenvatting is
namelijk uitgebreid geschreven, met bewust een makkelijke uitleg van de begrippen en erg veel
ondersteunende afbeeldingen zodat je na één keer lezen goed snapt/begrijpt wat er staat en wat
er wordt bedoeld. Alle hoorcolleges zijn in deze samenvatting uitgebreid en volledig in spreektaal
uitgeschreven, wat het leren erg makkelijk en toegankelijk maakt.
In deze uitgebreide samenvatting vind je alle informatie die je nodig hebt voor het tentamen
Biologische Psychologie van de minor Neuropsychologie aan Hogeschool Saxion in Deventer. De
volgende hoofdstukken komen uit het boek/literatuur van Kalat, J.W. (2024). Biological
Psychology (14th edition). Uitgever Cengage. Deze informatie is aangevuld door de hoorcolleges.
Inhoud:
Week 1: Introductie, Hfst 1 Module 1.1 & hoorcollegestof
Week 2: Neuronen, Hfst 1 Module 1.2 en 1.3 & hoorcollegestof
Week 3: Synapsen, Hfst 2 & hoorcollegestof
Week 4: Genetica, ontwikkeling en plasticiteit, Hfst 4 & hoorcollegestof
Week 5: Anatomie en onderzoeksmethoden, Hfst 3 & hoorcollegestof
Week 6: Visueel systeem, Hfst 5 & hoorcollegestof
Week 7: Auditief systeem en overige sensorische systemen, Hfst 6 & hoorcollegestof
Door Biologische Psychologie te bestuderen krijg je inzicht in de samenhang tussen
psychologische processen en het functioneren van het centrale zenuwstelsel, waaronder
verschillende hersengebieden. Je leert hoe informatie binnen het zenuwstelsel en het lichaam
wordt doorgegeven en op welke manieren hersenprocessen beïnvloed kunnen worden,
bijvoorbeeld door stress, trauma, psychofarmaca of drugs. Daarnaast ontdek je hoe zulke
invloeden veranderingen kunnen veroorzaken in gevoelens, gedachten en gedrag. Ook wordt
aandacht besteed aan de werking van het visuele en auditieve waarnemingssysteem, evenals
andere zintuiglijke systemen zoals evenwicht, tast en reuk.
De toets is een meerkeuze toets van 40 vragen
Disclaimer: Deze samenvatting is met zorg en naar eigen inzicht samengesteld ter ondersteuning van het studeren. De inhoud is
gebaseerd op openbaar beschikbare informatie, colleges en studiemateriaal, maar kan onbedoeld onvolledigheid of onjuistheden
bevatten. De auteur is niet aansprakelijk voor eventuele fouten of de gevolgen van het gebruik van deze samenvatting. Deze
samenvatting is uitsluitend bedoeld voor persoonlijk gebruik. Het is niet toegestaan deze verder te verspreiden, kopiëren of te
verkopen zonder toestemming van de auteur. Gebruik dit document als aanvulling op de officiële literatuur en college-informatie.
,Inhoud
Week 1 (3.1): Biologische basis van gedrag, hoofdstuk 1.1 ....................................................3
Week 2 (3.2): Neuronen & actiepotentiaal, hoofdstuk/module 1.2 & 1.3 ................................5
Week 3 (3.3): synapsen, hoofdstuk/module 2 ‘synapses’ ..................................................... 15
Week 4 (3.4): Genetica, ontwikkeling en plasticiteit, hoofdstuk/module 4 .......................... 29
Week 5 (3.5): Anatomie van het centraal zenuwstelsel & onderzoeksmethoden,
hoofdstuk/module 3 ............................................................................................................ 44
Week 6 (3.6): Visueel systeem, hoofdstuk/module 5 ........................................................... 60
Week 7, gehoor en overige sensorische systemen, hoofdstuk/module 6 ............................ 76
,Week 1 (3.1): Biologische basis van gedrag, hoofdstuk 1.1
René Descartes 1596 – 1650 Dualisme, filosoof, wiskundige: ‘Why is there / what is
consciousness?’
‘cogito ergo sum’ = ik denk, dus ik ben / i think, therefore i am
Hij was opzoek naar het bewustzijn, wat het bewustzijn is, waarom het er is. Hij
keek ook naar lichaam en geest en hoe dat zich naar elkaar verhoudt.
Hij zei dat bij de Pijnappelklier, dat daar lichaam en geest samen komen. We
hebben nu geen bewijs voor dat daar echt de koppeling wordt gemaakt met
bewustzijn, lichaam en geest.
Je bewustzijn is nog heel klein; je kunt ongeveer 7 eenheden (woorden oid) onthouden
tegelijkertijd.
Biologische psychologie = wetenschappelijke studie van de biologische basis van psyche en
gedrag
Vraagstukken in de biopsychologie:
- Bewustzijn als concept onderzoeken: niet zomaar aannemen dat bewustzijn er is, maar
onderzoeken/afvragen waar het vandaan komt
- Genetische invloed vs. omgevingsinvloed:
o ‘G x E’ model (genetica x environment): In hoeverre genetische aanleg en
omgeving de kans vergroten om bijv. autisme of depressie te ontwikkelen.
- Verklaringen voor gedag: ↓
4 biologische verklaringen mbt gedrag:
- Fysiologische verklaring: focus op gedrag gerelateerd aan lichamelijke processen:
adrenaline en cortisol; als deze vrijkomen ervaar je verhoogde mate van stress, kan ook
tot angst leiden.
- Ontogenetische verklaring: focus op beschrijving van hoe het gedrag zich kan
ontwikkelen. Ontogenetisch is oorsprong van het zijn. Gaat om hoe een individu zich kan
ontwikkelen. Het gaat bij deze verklaring over het leven en het individu, dat bijv kinderen
op die leeftijd impulsiever zijn dan volwassenen. Uiteindelijk worden de impulsen beter
onder controle gehouden door prefrontale cortex.
- Evolutionaire verklaring: focus op gedrag als gevolg van de evolutie van een soort.
- Functionele verklaring: focus op doel van het gedrag, waarom is het zo ingewikkeld?
Plant is groen als camouflage, zodat het zichzelf beschermd. Is dus functioneel.
Enkele feiten over evolutie:
, - Genen muteren random; waardoor we allemaal gen varianten hebben. Dieren hebben
dat ook, dat bepaalde genen varianten een voordeel opleveren waardoor die dieren meer
overlevingskans hebben waardoor dat gen blijft bestaan (ijsbeer die ooit zwart/bruin
waren, werd toen random een iets lichtere geboren en had grotere overlevingskansen in
de sneeuw. Via weer random mutaties is dat door geëvalueerd).
- Fittest = best aangepast aan de omgeving: niet perse het sterkst, maar het beste
aangepast aan de omgeving
- Reproductie van genen is van belang
- Er is geen ‘doelgerichte selectie’
Oefenvragen:
1. Waarneming vindt plaats in..
a. De zintuigen zoals ogen (zien, en vingers (tast) etc
b. De hersenen
c. Zowel de zintuigen als de hersenen
Zintuigen zijn de receptoren, maar kunnen alleen worden waargenomen als de hersenen ze
opslaan en verwerken.
2. Stelling: als iemand in je hersenen snijdt dan doet dat geen pijn
a. Dat is correct
b. Dat is incorrect
c. Soms wel, soms niet
Bij hersenoperatie houden ze mensen soms wakker, zodat de persoon zelf kan communiceren
wanneer er een snee plaatsvindt, zodat ze kunnen communiceren of ze iets anders waarnemen.
Hersenweefsel heeft geen pijnreceptoren.
3. Hoeveel % van onze hersenen gebruiken wij (de mens)?
a. 10%
b. 20%
c. 50%
d. 100%
elk stuk dient ergens voor en is van belang; bij een hersenbloeding merk je meteen iets. Bij
hersenscans zie nooit een gebied waar geen actieve doorbloeding doorheen gaat.
4. In het brein vinden we 2 typen cellen:
a. Neuronen en axonen
b. Axonen en gliacellen
c. Neuronen en gliacellen