2025-2026
INHOUDSTABEL
• EM1: Fysiologie van de tractus digestivus p2-15
• EM2: toepasselijke zorg: richtlijnen en financiering eerstelijns zorg en introductie
presentatieopdracht p16
• Vragen uit leertaak 1: p16-32
• Radiologie: echografie en CT Scan: p33-37
• Vragen uit leertaak 2: p37-42
• Vragen uit leertaak 3: p43-49
• Vragen uit leertaak 4 & 5: p50-62
• EM: immunologie deel 1: basisprincipes: p63-65
• EM: de rol van het microbioom: p66-71
• Vragen uit leertaak: anatomie nieren + urinaire stelsel: p71-86
• Vragen uit leertaak: Functie + fysiologie van de nieren en urinaire stelsel.
Nierstenen en verschillende soorten pijn (koliek, perforatie, inflammatie): p86-99
• Vragen uit leertaak: Onderzoek en behandeling p99-112
• Vragen uit leertaak: Pathologie p112-120
• Immunologie deel II: p121-129
• Leertaak 1: Koorts en ziektebeelden p130-139
• Leertaak 2: Parasieten p139-148
• Leertaak 3: Medicatie en injecteren p149-157
• EM: microbiologie p158-164
• Leertaak 4: Bacteriën, virussen en antibiotica p164-179
• Leertaak 5: Medicatie en injecteren p179-186
1
, EM 1: Fysiologie van de tractus digestivus
10-11-2025
Leerdoelen:
• Inname van voedsel
• Beweging van voedsel door het spijsverteringskanaal
• Secre:e van enzymen
• Vertering van voedsel
• Absorp:e van verteringsproducten, water en elektrolyten
• Bloedvoorziening van de spijsverteringsorganen
• Verwijdering van afvalstoffen
• Regulering van al deze func:es en onderlinge aanpassingen
Video’s:
https://mediasite.maastrichtuniversity.nl/Mediasite/Play/b29569b325744889a188193b0c1415
031d
https://www.youtube.com/watch?v=v2V4zMx33Mc
2
,Het GI systeem : Het gastro-intestinale systeem
• Mondkeelholte: mechanisch verkleinen en bevochtigen
van voedsel, mengen met speeksel
• Speekselklieren: uitscheiden van sereus en muceus vocht
dat amylase bevat om zetmeel af te breken
• Oesophagus: peristaltische voorgeleiding van voedsel van
de mondholte naar de maag
• Maag: mechanisch bewerken van voedsel via
spiercontracties; uitscheiding van enzymen en maagzuur
(pH) voor verdere afbraak voedsel
• Lever: opslag van voedingsstoZen, secretie van gal,
synthese van eliminatie stoZen
• Galblaas: opslag en concentreren van gal
• Pancreas: endocriene cellen: uitscheiden van hormonen; exocriene cellen:
uitscheiden van spijsverteringsenzymen
• Duodenum: vertering
• Jejunum: absorptie voedingsstoZen (AZ, suikers, ionen... )
• Ileum: absorptie voedingsstoZen (AZ, suikers, ionen, mineralen, ..)
• Colon/dikke darm: absorptie H20, indikken van onverteerbare voedselresten en
opslagfunctie van feces
• Rectum: opslag van feces en defecatie
à GSC zorgen voor peristaltiek
Mondkeelholte:
Digestie van voedsel begint in de mond, door het kauwen van het
voedsel. Speekselklieren bevatten de enzymen amylase en lipase.
3
,Oesophagus: (slokdarm)
Is gemiddeld 20-25 cm lang en bevindt zich
achter de trachea en het hart, maar ventraal van
de grote vaten.
• Binnenste circulaire spierlaag
• Buitenste longditudinale spierlaag
Bevat 2 sfincters:
• Bovenste oesofageale sfincter (UES):
wordt gevormd door een deel van de m.
cricopharyngeus
• Onderste oesofageale sfincter (LES):
wordt gevormd door het diafragma en
een verdikking van de circulaire
spierlaag
o Arteriële bloedvoorziening: Takken van de a thyroidea inferior, a gastrica sinsitra en
aorta
o Veneuze bloedvoorziening: v azygos naar v cava superior
o Sympatische innvervatie: cervicale en thoracale plexus
o Parasympatische innervatie: n vagus
Histologie:
• Bekleed met niet-verhoornd meerlagig plaveiselepitheel (= buitenste cellen
verharden niet ↔ huid)
• Vanaf de maag gaat het plaveiselepitheel over in cilindrisch epitheel van de
maag. Deze overgang noemt de Z-lijn.
Fysiologie:
Eneterisch zenuwstelsel (deel van AZS)
• De myenterische plexus: parasympatische vezels
• De submucosale plexus = plexus van Meissner
à zorgen voor de peristaltiek die ervoor zorgt dat het voedsel van de oesophagus naar de
maag gaat.
à kom ik later nog op terug
4
,Maag:
Het is een intra peritoneaal gelegen orgaan, dat zich hoog in de linkbovenbuik bevindt. Het
ligt met de bovenzijde tegen het diafragma, en de onderzijde tegen de pancreas. Het bestaat
uit 3 spierlagen:
• Longditudinale spierlaag
• Circulaire spierlaag
• Schuine spierlaag
Anatomisch word het in 5 delen verdeeld:
• Cardia
• Fundus
• Corpus
• Antrum
• Pylorus
De maagwand bestaat uit 4 lagen (van
buiten naar binnen):
• Serosa
• Muscularis
• Submucosa
• Mucosa: beschermt opp vd
maag tegen maagzuur
o Arteriele bloedvoorziening: via takken van de truncus coeliacus
o Veneuze bloedvoorziening: v lienalis en v mesenterica superior naar v portae
o Sympatische innervatie: nn splachnici
o Parasympatische innervatie: n vagus
Histologie:
De maag bevat talloze klierbuizen en is sterk geplooid. Door deze plooien kan de maag in
volume toenemen. In de klierbuizen vind je: nekcellen, chiefcellen, pariëtaal cellen en
enteroendocriene cellen.
5
,Fysiologie:
Exocriene functie: productie van maagzuur, waardoor het voedsel beter kan worden
ontbonden. De pH van de maag is 2
De cardia, fundus en het corpus vallen onder de
pariëtale klierregio. Deze zorgt voor de productie
van HCL, intrinsic factor en pepsinogeen. Ook
produceert deze: histamine, gastrine en
somatostatine
Uiteindelijk verlaat de chymus de maag via de
pylorische sfincter.
6
,Dunne darm:
Deze bestaat uit verschillende onderdelen, die allemaal apart worden besproken.
• Duodenum
• Jejunum
• Ileum
Histologie:
• Plicae circulares, vili en microvili zorgen samen voor maximale absorptie door
toename van het darmoppervlak
• Enterocyten
• Slijmbekercellen
• Entero-endocriene cellen: hormonale werking
• Paneth cellen: het bactericidie eiwit lysozym wordt door panethcellen
uitgescheiden
• Stamcellen: aanmaak nieuwe cellen
• Klieren van Brunner: scheiden slijm en de base HCO3- uit ter neutralisatie van
zure maaginhoud.
7
, Fysiologie:
Er vindt chemische digestie plaats. Eiwitten, vetten en koolhydraten worden mbv exocriene
secretie vanuit de speekselklieren, maag, pancreas, lever en dunnen darm afgebroken.
Eiwitten, vetten en koolhydraten kunnen vervolgens door de enterocyten worden
geabsorbeerd (ileum > jejunum). Tussen de periode van voedselinname door wordt de darm
schoongeveegd door een migrerend motor complex (MMC). Dit MMC stuwt onverteerbaar
voedsel richting de dikke darm en voorkomt bacteriële overgroei.
Daarnaast heeft de dunne darm ook een immunologische functie: het vormt in het lumen een
barrière voor micro-organismen.
Abeelding: eneterocyten
Duodenum:
Het is ongeveer 30 cm lang en C-vormig. Het bestaat uit 4 delen:
• Pars superior (bulbus duodeni)
• Pars descendes (retroperitoneeal)
• Pars horizontalis (retroperitoneeal)
• Pars ascendes (retroperitoneeal)
Fysiologie:
Hier komen de lever, galblaas en pancreas ook
ter sprake. Alleen bespreek ik deze op het einde
pas, omdat het accessoire organen zijn in dit
geval.
Het duodenum produceert hormonen:
En absorbeert ijzer
Jejunum:
Fysiologie: absorbeert oa magnesium
Ileum:
Fysiologie: verantwoordelijk voor de absorptie van vitamine B12 en galzouten
(vitamine B12 dient voor de aanmaak van RBC)
8