INHOUDSTAFEL
• HS 1: Inleiding tot de anatomie en fysiologie, p3-6
• HS 2: De huid p6-9
• HS 3: Musculoskeletaal p10-22
• HS 4: Musculoskeletaal stelsel p23-35
• HS 5: Zenuwstelsel en algemene zintuigen p35-43
• HS 6: et cardiovasculair stelsel p44-55
• HS 7: Het endocrien stelsel & lymfestelsel en lymfe organen p56-60
• HS 8: Het ademhalingsstelsel p61-65
• HS 9: Het spijsverteringsstelsel p66-70
• HS 10: Het urologisch stelsel p71-72
• HS 11: Het genitale stelsel p73-75
a = arteria (enk) // aa = arteriae (mv)
v = vena (enk) // vv = venae
OP exa in het algemeen geen prenten!!
à toetsen document sam
My pearson!
1
,INTRO
Mag aan hem vragen of je eens mee mag kijken!!!
5 studiepunten
10 lessen (+- 2u) + 9 tussentijdse toetsen
Laatste les, 12 mei, alles herhalen + vragen beantwoorden
Handboek is naslagwerk, geen leerboek à volgt hij wel
Staan inzicht vragen en andere vragen in à My Pearson online
Upload vragen van vragenuurtje nadien online
HULP
https://aclandanatomy.com/Multimedia.aspx?categoryid=39466
• http://www.anatomy.tv
• Overige referentiewerken:
Gray’s anatomy for students, Netter atlas of anatomy, Sobotta etc.
à zie slides eerste les
Alle toetsen voor 25 mei 2025 om 23u59 binnen! Minimale score van 15/20
Examen: 40 meerkeuze met gis, op papier
Klinische voorbeelden die die verteld, is vr je algemene kennis uit te breiden, niet te
kennen
Je haalt het wel!!, als je komt
Groene cirkel op slides à belangrijk daar gaan de slides over
2
,Hoofdstuk 1: Inleiding tot de anatomie en fysiologie
Het lichaam is opgebouwd uit 11 verschillende orgaanstelsels:
3
,Wanneer de handpalm naar voor is gericht à ventrale positie
Atomische
oriëntatiepunten
(alle termen
kennen)
Atomische
gebieden
Anatomische richtingen:
• Anterieur: voorkant/voor
• Ventraal: buikzijde (= anterieur in mensen lichaam)
• Posterior: achterzijde/achter
• Dorsaal: rugzijde (= posterior in mensen lichaam)
• Craniaal of cefaal: het hoofd/ van romp naar boven:
vb de craniale rand vh bekken bevindt zich boven
de dij
• Caudaal: de staart/ van romp naar beneden toe: vb
de heupen bevinden zich caudaal tov de schouders
• Superior: naar boven/ op hoger niveau: vb de neus is superior tov de kin
4
, • Inferior: naar onder/ op lager niveau: vb de knieën zijn inferior tov de heupen
• De volgende die komen gaan meer over de ledematen à
• Mediaal: in richting lengteas lichaam (= binnenkant)
• Lateraal: in buitenwaardse richting weg vd lengteas lichaam (= buitenkant)
• Proximaal: naar lichaam/aanhechtingspunt toe
• Distaal: van lichaam/aanhechtingspunt weg
• Oppervlakkig gelegen: bij, nabij of heel dicht bij de buitenkant gelegen: vb de
hoofdhuid is oppervlakkig gelegen tov de schedel
• Diep gelegen: verder verwijderd van buitenkant vh lichaam: vb het bot vd dij ligt
diep tov de omringende skeletspieren
• Geproneerd: persoon ligt op buikzijde
• Gesupineerd: persoon ligt op rug
Anatomische doornseden:
• Saggitaal: zijas (L en R kant)
§ Saggitaal: L & R
§ Midsaggitaal: vlak loopt door middenlijn – lichaam in midden in L & R
gesplitst (even grote kanten, preciezer)
• Transversaal (= axiaal/horizontaal): boven/onder kant
• Frontaal (= coronaal): voor/achter kant
§ Scheidt ventraal en dorsaal gedeelte (voor/achter)
§ Coronaal meestal bij doorsneden door hoofd
à bij CT scan: is rechts op foto, ook rechts bij de patiënt (= zelfde!!)
Lichaamsholte en functies
Borstholte (= thorax)
•2 pleuraholten
(longen)
•Pericardiale holte
(hart)
Peritoneale holte
•Buikholte (bekleed
met peritoneum)
5
, • Buik + bekkenholte vormen samen abdominopelvische holte
Longen: partiëtaal (buitenkant) en visceraal (binnenkant) membraan bekleed (= Serosa!)
+ pleurale holte tussenin (= zak in zak)
Þ ZIEKTE: klaplong: als overdruk à viscerale holte komt los à bv als rib breekt en in
biede vliezen prikt
Hart: visceraal (binnenkant) en partiëtaal (buitenkant) pericardium
Þ ZIEKTE: harttomponade: ruimte tss vis/part. vult zich met vloeistof (bv bloed) à
door scheuring of lekje in hart
Hoofdstuk 2: De huid (5 in handboek)
Cutis = dermis + epidermis
Opperhuid = epidermis
Subcutis = hypodermis
Lederhuid = dermis
De epidermis (= opperhuid) à bestaat uit 5 lagen gescheiden door basaal membraan
Heeft verschillende functies:
• Bescherming
• Warmte en regulatie
• Synthese en opslag
voedingsstoien
• Sensorische gewaarwordingen
• Uitscheiding van afgite en
klierproducten
• Barriere
6
, • Zeflherstel
• Voorkomt vochtverlies
• Bescherming tegen UV-straling
• Pirgmentatie (caroteen, melanine)
• Vitame D3 synthese (door UV-straling)
• Huidkanker
Dermis (= cutis of lederhuid) opgedeeld in:
o Papillaire laag
• Losmazig bindweefsel
• Ondersteuning en voeding vd epidermis
• Bevat haarvaten, zweet- talgklieren en zenuwen
o Reticulaire laag
• Elastisch en collageen bindweefsel
Hypodermis (= subcutis):
• Elatisch, veel vetcellen & grote bloedvaten, ondersteunen van huid tov spieren
Accesoire structuren vd huid (4)
Huid en haarfollikes (1)
•Haren: in dermis: bekleed met cellen van epidermis à soms zo diep gelegen
tot hypodermis
• Talgklier ligt op haarschacht
• Talg komt direct op huid of via haarschacht à zo puistjes (bact. overgroei)
Þ Veel talggroei: als niet geinfecteerd, neemt huid vetbobbel op à kiste
Verschil merocriene en apocriene zweetklieren: merocriene à zweet rechtstreeks op
huid en openen zweetporie ++ apocriene à zweet in haarfollikel zonder direct contact hui
7
,Talgklieren (2)
Zweetklieren (3)
Þ Uitgang zweetklier kan verstoppen, hoopt op à
infecteren à hydradenitis (ontstoken zweetklieren)
Nagels (4)
• Oorsprong ligt in matrix (dermis) à groeit altijd
zelfde terug daardoor
• Nagel ligt op nagelbed à epidermis à functie:
vinger stabiel en gaat niet vervormen
Þ Ingegroeide teennagel (= unguis incarnatus): als je je nagel niet goed knipt. 2
oplossingen:
• Beugeltje: spant nagel andere kant uit
• Eraf knippen + matrix verwijderen (anders groeit zelfde terug)
• Falanx = kootje in vinger (verharde stuk) – elke vinger 3 (duim 2)
• Digit = vinger of teen – duim 1 –> pink 5
8
,Brandwonden
Als te vaak beschadigd à gaat celdeling mis à
zuinig zijn met epidermis!
Meeste brandwonden hebben verschillende
graden op verschillende plekken door dichtheid
Eerstegraads:
• Oppervlakkige cellen van epidermis gedood
• Diepere lagen van epidermis, papillaire laag van dermis beschadigd
• Ontstoken; overgevoelig
Tweedegraads:
• Oppervlakkig + dieper gelegen cellen vd epidermis gedood (dermis kan ook)
• Schade kan tot aan reticulaire laag van dermis gaan
• Veel accesoire structuren nog intact
• Geneest goed binnen 2 weken zonder ingectie
• Blaren; zeer pijnlijk
Derdegraagds
• Alle cellen epidermis en dermis gedood
• Schade aan hypodermis en dieper gelegen weefsels en organen à bloedvaten
zenuwen kapot à lederhuid (= nu wit plakaat), voelt geen pijn meer à groeit niet
meer terug
Þ Chirurgisch behandeld: verbrande eraf gehaalf + donorhuid erop (bv bovenbeen)
• Verkoold; geen gevoel meer door schade sensorische zenuwcellen
9
, Hoofdstuk 3: Musculoskeletaal (hfdst 6 boek)
Musculoskeletaal stelsel
o Functie: steun geven + bewegen
o Bestaat uit: beenderig stelsel, ligamenten en pezen, spieren, bloedvaten,
zenuwen
Superieur <-> inferieur
Anterieur <-> posterieur
Lateraal <-> mediaal
Transversaal
Saggitaal
Coronaal
Beweging: (kan ook met schouder, eerste 3 puntjes)
• Flexie – extensie: knie buigen – knie strekken
• Abductie – adductie: been naar beneden –
been naar buiten
• Circumductie : draaibeweging (arm of been)
• Endorotatie – exorotatie: naar binnen – buiten draaien/bewegen
• Supinatie – pronatie: duimen wijzen naar buiten – duimen wijzen naar binnen
(neutraal duimen omhoog
• Inversie – eversie: voet klapt naar binnen – voet klapt naar buiten (gebeurt zelden)
• Plantairflexie – dosiflexie: gas
geven, voetzool – heien van
voet, ambriage loslaten
• Retratie – protractie
• Depressie – elevatie:
inzakking
• Lateroflexie: in nek, zijwaardse beweging
10