Internationaal recht: het recht tussen staten en internationale
organisaties wereldwijd
-wordt gemaakt via verdragen.
-staten beslissen zelf of ze meedoen (ratificatie).
-werkt in Nederland via art. 93 en 94 Gw.
-alleen “eenieder verbindende” bepalingen kunnen direct door burgers worden
gebruikt.
De mate waarin internationaal recht doorwerkt in nationale rechtsordes
verschilt per land
1. Monistisch stelsel
-hier maakt internationaal recht automatisch deel uit van de nationale
rechtsorde.
-er is geen aparte nationale wet nodig om internationale regels toe te passen.
2. Dualistisch stelsel
-internationale regels gelden niet automatisch binnen de nationale rechtsorde.
-om een internationale regel nationaal toepasbaar te maken, moet deze eerst
door de nationale wetgever worden getransformeerd in nationale wetgeving.
3. Het Nederlandse systeem: gematigd monisme
-volgens art. 93 van de Grondwet kunnen bepalingen van verdragen en besluiten
van internationale organisaties rechtstreeks worden toegepast door de rechter,
wanneer:
1. De bepaling een ieder verbindend is en;
2. De bepaling officieel bekendgemaakt is/in werking is getreden (ratificatie)
(bijvoorbeeld in het Tractatenblad).
-als aan deze voorwaarden is voldaan, kunnen burgers zich direct op deze regels
beroepen bij de Nederlandse rechter. (art. 93 Gw).
-wanneer een bepaling eenieder verbindend is, heeft deze bovendien voorrang
(in strijd met, en) boven nationale wetgeving, inclusief wetten in formele zin en
zelfs de Grondwet (art. 94 Gw).
-rechtstreekse werking EU-recht: HvJEG Van Gend & Loos: hierin oordeelde het
Hof dat EU-recht een nieuwe rechtsorde vormt waarin ook burgers rechten
kunnen ontlenen aan EU-bepalingen. Burgers kunnen zich dus bij nationale
rechters direct beroepen op EU-recht.
-voorrang EU-recht: HvJEG Costa/ENEL: hierin werd bepaald dat EU-recht
voorrang heeft boven nationaal recht en nationale wetgeving niet mag worden
toegepast wanneer die in strijd is met EU-recht.
-de formulering moet:
- Geschikt zijn voor rechtstreekse werking,
- Duidelijk en onvoorwaardelijk zijn opgesteld,
- Geen instructienorm voor de lidstaat zijn.
Pagina 1 van 41
,HR Rookverbod (in lijn met HvJEG Van Gend & Loos en Costa/ENEL)
-bepalingen van verdragen, en van besluiten van volkenrechtelijke organisaties,
die naar hun inhoud eenieder kunnen verbinden, hebben verbindende kracht
nadat zij bekend zijn gemaakt.
-criteria ieder verbindende bepaling (directe weking) arrest Rookverbod:
1. Onvoorwaardelijk: er zijn dus geen verdere voorwaarden van de overheid.
2. Voldoende nauwkeurig: de regel duidelijk en concreet is geformuleerd,
3. Geschikt om als objectief recht te worden toegepast: Er direct rechten of
plichten uit kunnen worden afgeleid.
De Nederlandse rechter mag nationale wetgeving toetsen aan
internationaal recht
-dit betekent dat de rechter kan beoordelen of een nationale regel in strijd is met
een verdragsbepaling.
-er bestaat echter een belangrijke beperking: het toetsingsverbod van art.120
Gw.
-de rechter mag:
- Wetten niet toetsen aan de Grondwet;
- Verdragen niet toetsen aan de Grondwet.
-deze beoordeling ligt bij de Tweede Kamer, de Eerste Kamer, de regering en de
Raad van State.
Internationaal recht speelt ook een rol bij het functioneren van de
Nederlandse staat
-art. 91 Grondwet: verdragen moeten door het parlement worden goedgekeurd
voordat Nederland eraan gebonden is.
-daarnaast moet het parlement toestemming geven voor een oorlogsverklaring
en moet de regering het parlement informeren over militaire inzet in het
buitenland.
Internationale organisaties
-dit zijn instellingen die door staten worden opgericht via verdragen om
gezamenlijke problemen aan te pakken.
voorbeelden: de Verenigde Naties (VN), de Europese Unie (EU), de Raad van
Europa, de NAVO, de Benelux.
-internationale organisaties zijn meestal intergouvernementeel: staten nemen
gezamenlijk beslissingen en unanimiteit is vaak vereist.
Supranationale organisaties
-dit betekent dat staten een deel van hun soevereiniteit hebben overgedragen
aan de organisatie, waardoor die organisatie bindende besluiten kan nemen.
voorbeeld: de Europese Unie.
Pagina 2 van 41
,De Europese Unie heeft zowel intergouvernementele als supranationale
kenmerken
-volgens het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) heeft de EU als doel:
- Vrede, waarden en welzijn van haar volkeren te bevorderen,
- Een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht te creëren,
- Een interne markt tot stand te brengen,
- Een economische en monetaire unie te ontwikkelen,
- Internationale samenwerking en mensenrechten te bevorderen.
EU-recht is een speciaal soort internationaal recht, maar veel sterker
geïntegreerd
-gemaakt door de Europese Unie (dus niet alleen staten).
-lidstaten hebben een deel van hun soevereiniteit overgedragen.
-heeft directe werking (burgers kunnen zich er vaak meteen op beroepen) en
voorrang boven al het nationale recht (zelfs de Grondwet).
Alleen Europese staten kunnen lid worden van de EU
-kandidaten moeten voldoen aan de zogenaamde toetredingscriteria:
1. Stabiele democratische instellingen en rechtsstaat,
2. Een functionerende markteconomie,
3. Overname van EU-wetgeving,
4. Vermogen om EU-verplichtingen na te komen.
-de uiteindelijke beslissing over toetreding wordt genomen door de lidstaten zelf.
De EU is gebonden aan verschillende bronnen van grondrechten
- Het Handvest van de Grondrechten van de EU.
- Het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).
- De constitutionele tradities van de lidstaten.
De belangrijkste instellingen van de EU zijn
1. Europees Parlement: vertegenwoordigt de burgers van de EU.
-wordt rechtstreeks gekozen.
- Medewetgever samen met de Raad,
- Vaststellen van de EU-begroting,
- Controle op de Europese Commissie,
- Rol bij benoeming en ontslag van de Commissie.
2. Europese Raad: bepalen van algemene politieke richting van de EU.
- Geven van impulsen voor verdere integratie.
- Bestaat uit regeringsleiders en staatshoofden.
-besluitvorming gebeurt meestal via consensus.
3. Raad van de Europese Unie: vertegenwoordigt de lidstaten.
- Samen met het Europees Parlement EU-wetgeving vaststellen,
- Vaststellen van de EU-begroting,
Pagina 3 van 41
, - Coördineren van beleid tussen lidstaten.
-besluitvorming gebeurt meestal via gekwalificeerde meerderheid: 55% van de
lidstaten en vertegenwoordigen minstens 65% van de EU-bevolking.
-het voorzitterschap van de Raad rouleert elke zes maanden tussen lidstaten.
4. Europese Commissie: dagelijks bestuur van de EU.
-doet wetgevingsvoorstellen.
- Controleert naleving van EU-recht.
- Initiatiefrecht voor wetgeving: (alle EU-wetgeving begint met een voorstel
van de Commissie).
- Toezicht op naleving van EU-recht: de Commissie kan lidstaten aanspreken
bij overtredingen.
- Uitvoering van beleid en programma’s.
-de Commissie is politiek verantwoordelijk aan het Europees Parlement, dat haar
via een motie van afkeuring kan wegsturen.
5. Hof van Justitie van de EU
-één rechter per lidstaat en een advocaten-generaal.
- Waarborgen van juiste interpretatie en toepassing van EU-recht.
- Behandelen van inbreukprocedures tegen lidstaten.
- Controleren van de wettigheid van EU-wetgeving.
- Beantwoorden van prejudiciële vragen van nationale rechters.
6. De Europese centrale bank (ECB)
- Uitvoeren van het monetaire beleid van de eurozone.
- Handhaven van prijsstabiliteit.
- Uitgifte van de euro.
De EU werkt volgens een aantal fundamentele beginselen
- Attributiebeginsel: de EU mag alleen handelen binnen de bevoegdheden
die de lidstaten haar hebben gegeven.
- Subsidiariteitsbeginsel: de EU treedt alleen op wanneer doelen beter op
Europees niveau kunnen worden bereikt dan op nationaal niveau.
- Evenredigheidsbeginsel: EU-maatregelen mogen niet verder gaan dan
nodig is om een doel te bereiken.
- Non-discriminatiebeginsel: discriminatie op basis van nationaliteit binnen
de EU is verboden.
De EU kent verschillende soorten bevoegdheden
-lidstaten mogen slechts handelen wanneer zij daarvoor toestemming krijgen of
EU-regels uitvoeren.
Pagina 4 van 41