PC 1 – Beschrijvende statistiek en
frequentietabel
In JASP kan je gegevens bekijken, labelen en analyseren.
In Excel kan je gegevens bewerken wordt automatisch gesynchroniseerd in
JASP.
Als je dubbel klikt op een nominaal label kan je zien hoeveel categorieën
heeft kijk hoeveel rijen er zijn.
o Value: welke waarden een categorische variabele aanneemt
o Label: de ‘titels’ van de variabelen (bijv. man/vrouw,
controle/experiment)
o Filter: Een subset van de data selecteren op basis van de
categorische variabele - Aanpasbaar
Bovenaan bij Descriptives kan je de beschrijvende statistieken zien
zet de variabele in witte vlak variables zetten.
o Door meerdere variabelen in de variables te zetten kan je meerdere
beschrijvende statistieken te gelijk bekijken klik op het vakje
Transpose descriptives tables om de rijen en kolommen om te
wisselen.
Onder het kopje Statistics kan je extra beschrijvende statistieken zien (bijv.
mediaan, modus, IQR etc.).
Variantie (SD gekwadrateerd) staat hier ook bij.
Als de variabele categorisch is, kan je ook een frequentietabel maken
onder het kopje Tables en dan op vakje Frequency tables.
o Als je variabele meer dan 10 waarden heeft, moet je de Minimum
distinct values aanpassen.
PC 2 – Diagrammen en boxplot
Cirkeldiagram klik op kopje Basic plots en dan vakje Pie charts
Het witte vlak Split, zorgt voor een splitsing in 2 groepen
Staaf diagram kopje Basic plots, dan vakje Distribution plots
Histogram kopje Basic plots, dan vakje Distribution plots
o Density is om een curve toe te voegen
o Als je het Bin width type veranderd zal de horizontale as
verbreeden/vernauwen
Boxplot kopje customizable plots, dan vakje Boxplots
o Bij het vakje Label outliers kan je zien welke respondent(en) de
uitschietter(s) is/zijn
Spreidingsdiagram selecteer 2 variabelen, kopje Customizable plots,
dan vakje Scatter plots
o Selecteer onder Graph above scatterplot en Graph right of
scatterplot het vakje none
o Klik op Add regression line en selecteer Linear