Organisatiekunde
= Een interdisciplinaire wetenschap die zich bezighoudt met het bestuderen van het gedrag van organisaties, de factoren
die dit gedrag bepalen en de wijze waarop organisaties het meest doeltreffend bestuurd worden.
De definitie van organisatiekunde omvat twee aspecten van het vakgebied:
1. Een descriptief aspect = een beschrijving van het gedrag van organisaties, met de motieven en gevolgen.
2. Een prescriptief aspect = een advies over de te volgen handelswijze en organisatie-inrichtingen.
Multidisciplinaire aanpak
= Alle bijdragen uit de vakgebieden worden verzameld die we nodig hebben voor een onderzoek of project. De
oude disciplines komen dan ook nog naar voren.
Interdisciplinaire aanpak
= De verschillende bijdragen worden naar hun specifieke belang afgewogen en worden gebruikt voor de
ontwikkeling van een nieuwe benadering. De oude disciplines komen dan niet meer herkenbaar naar voren.
- Een ambitieuze aanpak, want het is een doel waar voortdurend naar wordt gestreefd, een ideaalbeeld.
Besturing
= Het richting geven aan de processen die in een organisatie plaatsvinden.
Doeltreffend/effectiviteit
= De mate waarin de besturing slaagt.
Handelsroutes
Een van de eerste handelroutes is de zijderoute, die de EU verbond aan het midden oosten en azie en hierdoor ook de
romeinse en chinese beschavingen.
Internationale handelsondernemingen
De eerste internationale handelsondernemeningen (multinationals) waren opgericht door nationale overheden met als
doel hun koloniale handelsbeleid te ondersteunen.
DE PERIODE VOOR DE INDUSTRIELE REVOLUTIE (400 V. CHR. – 1900 N.CHR)
Niccolo machiavelli = italiaan die zijn boek II principe tal van richtlijnen geeft die vorsten en andere leiders van nut kunnen
zijn. De richtlijnen zijn vooral gericht op het behoud van macht en de uitbreiding van macht.
Mercantillisme = stroming die stelt dat bezit aan geld en goud de enige welvaartsbron was. Tot in de 18 e eeuw was dit de
economische denkrichting.
FREDERICK TAYLOR EN SCIENTIFIC MANAGEMENT (+1900)
Frederick taylor = ingenieur die met zijn publicaties en lezingen de gronlegger van scientific management wordt genoemd.
Hij bood voor het eerst een systematische, samenhangende bedrijfskundige benadering voor de wijze waarop de productie
georganiseerd zou moeten worden. Hieruit kwam het achtbazen stelsel:
Acht bazen stelsel = de leiding van de productieafdeling of werkplaats wordt verdeeld over 8 functies, die elk door een
aparte functionaris wordt uitgevoerd:
1. Tijd en kosten
2. Werkinstructies
3. Bewerkingen en hun volgorde
, 4. Werkvoorbereiding en uitgifte
5. Onderhoud
6. Kwaliteitscontrole
7. Technische leiding
8. Personeelsbeheer
HENRI FAYOL EN DE GENERAL MANAGEMENTTHEORIE (+1900)
Henri Fayol = de eerste in europa die een samenhangend stelsel van opvattingen ontwikkelde over de wijze waarop
organisaties in hun geheel bestuurd zouden meoten worden. Hij onderscheidde 6 managementgebieden:
1. Technisch
2. Commercieel
3. Financieel
4. Zelfbeschermend – veiligheid van mensen en eigendommen
5. Boekhouding
6. Besturing
General management theorie
Besturing zorgt voor onderlinge samenhang. De besturing is de belangrijkste taak en bestaat uit vijf taken. Fayols theorie
is bedoeld voor andere typen organisaties dan industriele ondernemingen. Eenheid van commando was voor fayol het
belangrijkste principe. Iedere medewerker heeft slechts een directe baas boven zich. Fayol onderscheidde zes
onafhankelijke managementgebieden die elk met verschillende taken wordt bestuurd:
, MAX WEBER EN DE THEORIE VAN DE BUREAUCRATIE (+1920)
Max weber = hield zich bezig met overheidsorganisaties en grote bedrijven vanuit een sociologische invalshoek.
Bureaucratie = Organisatievorm die volgens weber het meest doelmatig is en volgens de volgende kenmerken
functioneerde:
1. Sterk doorgevoerde taakverdeling
2. Hierarchische bevelscultuur
3. Nauwkeurig afgebakende bevoegdheden en verantwoordelijkheden
4. Onpersoonlijke relaties tussen functionarissen -> functie is belangrijker dan de persoon
5. Werving op basis van bekwaamheden en kennis ipv vriendjespolitiek
6. Bevordering en beloning op basis van objectieve criteria en procedures
7. Uitvoering vna werkzaamheden volgen vaste routineregels
8. Vastlegging van alle gegevens in schriftellijke stukken, zodat alles controle mogelijk is.
9. Aan resticties gebonden macht van functionarissen, ook dir van de hogere functionarissen.
Als een organisatie voldeed aan al deze punten, was er sprake van een ideale bureaucratie.
ELTON MAYO EN DE HUMAN RELATIONSBEWEGING (+1945)
Elton Mayo = heeft met zijn theorie bewezen dat naast objectieve factoren (zoals weber stelde), ook subjectieve factoren
bepalend zijn voor het resultaat, zoals aandacht, zekerheid, het horen bij ee groep en waardering.
Hij schreef dit uit in the human problems of an industrial civilasation
Human relationsbeweging = beweging die ervan uit gaat dat gelukkige, tevreden mensen veelal een maximale
arbeidsprestatie leveren. Een nieuwe manier van management werd gepropageerd, gebaseerd op de sociale verhoudingen
van mensen.
RENSIS LIKERT EN HET REVISIONISME (+1950)
Rensis likert = de eerste die een poging deed tot overbrugging van het scientific management en de human
relationsbeweging -> REVISIONISME
Hij ontwikkelde de linking pin structuur = structuur ontwikkelt door waarbij de org bestaat uit elkaar overlappende groepen,
waarbij de leider van de groep ook lid is van een hogere groep.
Behoeftehierarchie van maslow = gaf de behoeften weer in vorm van een piramide. Theorie die de vijf niveaus van
behoeften onderscheidde, naar de bevredeging waarvan elk mens streeft.
Zodra een niveau is bevredigd, gaat de mens over naar het volgende niveau (geen erkenning zonder een dak boven je hoofd)
1. Fysiologische behoeften – eten, drinken, slapen
2. Zekekerheid – bescherming, stabiliteit, regelmaat
3. Acceptatie – vriendschap, erbij horen
4. Erkenning – prestige en succes
5. Zelfontplooiing – verantwoordelijkheid, creativiteit
Deze theorie werd door frederick herzberg toegepast op het gedrag van mensen in org en abraham maslow gaf deze
behoeften weer in de piramide.
Douglas mcgregor – x mensen functioneren niet goed, hoe het nu gaat. Y mensen is hoe het zou moeten.
KENNETH BOULDING EN DE SYSTEEMBENADERING (+1950)
= Een interdisciplinaire wetenschap die zich bezighoudt met het bestuderen van het gedrag van organisaties, de factoren
die dit gedrag bepalen en de wijze waarop organisaties het meest doeltreffend bestuurd worden.
De definitie van organisatiekunde omvat twee aspecten van het vakgebied:
1. Een descriptief aspect = een beschrijving van het gedrag van organisaties, met de motieven en gevolgen.
2. Een prescriptief aspect = een advies over de te volgen handelswijze en organisatie-inrichtingen.
Multidisciplinaire aanpak
= Alle bijdragen uit de vakgebieden worden verzameld die we nodig hebben voor een onderzoek of project. De
oude disciplines komen dan ook nog naar voren.
Interdisciplinaire aanpak
= De verschillende bijdragen worden naar hun specifieke belang afgewogen en worden gebruikt voor de
ontwikkeling van een nieuwe benadering. De oude disciplines komen dan niet meer herkenbaar naar voren.
- Een ambitieuze aanpak, want het is een doel waar voortdurend naar wordt gestreefd, een ideaalbeeld.
Besturing
= Het richting geven aan de processen die in een organisatie plaatsvinden.
Doeltreffend/effectiviteit
= De mate waarin de besturing slaagt.
Handelsroutes
Een van de eerste handelroutes is de zijderoute, die de EU verbond aan het midden oosten en azie en hierdoor ook de
romeinse en chinese beschavingen.
Internationale handelsondernemingen
De eerste internationale handelsondernemeningen (multinationals) waren opgericht door nationale overheden met als
doel hun koloniale handelsbeleid te ondersteunen.
DE PERIODE VOOR DE INDUSTRIELE REVOLUTIE (400 V. CHR. – 1900 N.CHR)
Niccolo machiavelli = italiaan die zijn boek II principe tal van richtlijnen geeft die vorsten en andere leiders van nut kunnen
zijn. De richtlijnen zijn vooral gericht op het behoud van macht en de uitbreiding van macht.
Mercantillisme = stroming die stelt dat bezit aan geld en goud de enige welvaartsbron was. Tot in de 18 e eeuw was dit de
economische denkrichting.
FREDERICK TAYLOR EN SCIENTIFIC MANAGEMENT (+1900)
Frederick taylor = ingenieur die met zijn publicaties en lezingen de gronlegger van scientific management wordt genoemd.
Hij bood voor het eerst een systematische, samenhangende bedrijfskundige benadering voor de wijze waarop de productie
georganiseerd zou moeten worden. Hieruit kwam het achtbazen stelsel:
Acht bazen stelsel = de leiding van de productieafdeling of werkplaats wordt verdeeld over 8 functies, die elk door een
aparte functionaris wordt uitgevoerd:
1. Tijd en kosten
2. Werkinstructies
3. Bewerkingen en hun volgorde
, 4. Werkvoorbereiding en uitgifte
5. Onderhoud
6. Kwaliteitscontrole
7. Technische leiding
8. Personeelsbeheer
HENRI FAYOL EN DE GENERAL MANAGEMENTTHEORIE (+1900)
Henri Fayol = de eerste in europa die een samenhangend stelsel van opvattingen ontwikkelde over de wijze waarop
organisaties in hun geheel bestuurd zouden meoten worden. Hij onderscheidde 6 managementgebieden:
1. Technisch
2. Commercieel
3. Financieel
4. Zelfbeschermend – veiligheid van mensen en eigendommen
5. Boekhouding
6. Besturing
General management theorie
Besturing zorgt voor onderlinge samenhang. De besturing is de belangrijkste taak en bestaat uit vijf taken. Fayols theorie
is bedoeld voor andere typen organisaties dan industriele ondernemingen. Eenheid van commando was voor fayol het
belangrijkste principe. Iedere medewerker heeft slechts een directe baas boven zich. Fayol onderscheidde zes
onafhankelijke managementgebieden die elk met verschillende taken wordt bestuurd:
, MAX WEBER EN DE THEORIE VAN DE BUREAUCRATIE (+1920)
Max weber = hield zich bezig met overheidsorganisaties en grote bedrijven vanuit een sociologische invalshoek.
Bureaucratie = Organisatievorm die volgens weber het meest doelmatig is en volgens de volgende kenmerken
functioneerde:
1. Sterk doorgevoerde taakverdeling
2. Hierarchische bevelscultuur
3. Nauwkeurig afgebakende bevoegdheden en verantwoordelijkheden
4. Onpersoonlijke relaties tussen functionarissen -> functie is belangrijker dan de persoon
5. Werving op basis van bekwaamheden en kennis ipv vriendjespolitiek
6. Bevordering en beloning op basis van objectieve criteria en procedures
7. Uitvoering vna werkzaamheden volgen vaste routineregels
8. Vastlegging van alle gegevens in schriftellijke stukken, zodat alles controle mogelijk is.
9. Aan resticties gebonden macht van functionarissen, ook dir van de hogere functionarissen.
Als een organisatie voldeed aan al deze punten, was er sprake van een ideale bureaucratie.
ELTON MAYO EN DE HUMAN RELATIONSBEWEGING (+1945)
Elton Mayo = heeft met zijn theorie bewezen dat naast objectieve factoren (zoals weber stelde), ook subjectieve factoren
bepalend zijn voor het resultaat, zoals aandacht, zekerheid, het horen bij ee groep en waardering.
Hij schreef dit uit in the human problems of an industrial civilasation
Human relationsbeweging = beweging die ervan uit gaat dat gelukkige, tevreden mensen veelal een maximale
arbeidsprestatie leveren. Een nieuwe manier van management werd gepropageerd, gebaseerd op de sociale verhoudingen
van mensen.
RENSIS LIKERT EN HET REVISIONISME (+1950)
Rensis likert = de eerste die een poging deed tot overbrugging van het scientific management en de human
relationsbeweging -> REVISIONISME
Hij ontwikkelde de linking pin structuur = structuur ontwikkelt door waarbij de org bestaat uit elkaar overlappende groepen,
waarbij de leider van de groep ook lid is van een hogere groep.
Behoeftehierarchie van maslow = gaf de behoeften weer in vorm van een piramide. Theorie die de vijf niveaus van
behoeften onderscheidde, naar de bevredeging waarvan elk mens streeft.
Zodra een niveau is bevredigd, gaat de mens over naar het volgende niveau (geen erkenning zonder een dak boven je hoofd)
1. Fysiologische behoeften – eten, drinken, slapen
2. Zekekerheid – bescherming, stabiliteit, regelmaat
3. Acceptatie – vriendschap, erbij horen
4. Erkenning – prestige en succes
5. Zelfontplooiing – verantwoordelijkheid, creativiteit
Deze theorie werd door frederick herzberg toegepast op het gedrag van mensen in org en abraham maslow gaf deze
behoeften weer in de piramide.
Douglas mcgregor – x mensen functioneren niet goed, hoe het nu gaat. Y mensen is hoe het zou moeten.
KENNETH BOULDING EN DE SYSTEEMBENADERING (+1950)