Plan van Aanpak COMF1
Theoretisch kader
Wat houdt vraagverheldering in?
Je wilt meer informatie over de situatie van de patiënt krijgen.
Wanneer voer je dit type gesprek?
Wanneer de patiënt een gesprek heeft aangevraagd en bij een eerste gesprek
met de patiënt om meer informatie te krijgen over de situatie van de patiënt.
Wanneer of waarvoor heb je als verpleegkundige deze vaardigheid nodig?
Om een professioneel gesprek te kunnen voeren met de patiënt/zorgvrager.
Wat is de relatie met persoonsgerichte praktijkvoering?
Neem de tijd voor een gesprek en speel in op het gevoel van de patiënt.
In welke fase van het verpleegkundig proces hoort dit type gesprek?
Waarom?
In het begin van het contact met de patiënt, omdat je zo met behulp van de
gekregen informatie de situatie van de patiënt in kaart kan brengen.
Welke fases of structuur kent je gesprek en waarom?
Inleiding, kern en slot.
Welke vaardigheden gebruik je hierbij?
De patiënt bij het gesprek betrokken houden, tussentijds samenvatten,
herhalen zodat je de informatie die je gekregen hebt begrijpt en ook dat het
voor de patiënt duidelijk is dat jij hem of haar hebt begrepen.
Welke rol of taak heb jij als verpleegkundige in dit gesprek?
Het gesprek openen, de patiënt bij het gesprek betrokken houden en om meer
informatie te krijgen over de situatie van de patiënt.
Kale Plan van Aanpak
Voorbereiding:
Legt vorige taak terzijde en concentreert zich en bereidt zich voor op volgende
consult.
Ervoor zorgen zelf in goede conditie te zijn.
Inleiding:
Professionele begroeting.
Let op je lichaamshouding en weet welke indruk je achter laat.
Beginvraag.
Luisteren naar de eerste opmerkingen van de patiënt.
Globale oriëntatie.
Kern:
Open vragen.
Gesloten vragen.
Luisteren.
Inlevingsvermogen / empathie tonen.
Stiltes laten vallen.
Parafraseren.
Tussentijdse samenvatting geven.
, Markeren.
Motieven noemen.
Erkenning geven.
Kleine aanmoedigingen.
Slot:
Planning voor de toekomst maken / agenda maken.
Het besproken traject vaststellen.
Zorgen voor een gepast afsluitingspunt.
Onderbouwing
Voorbereiding:
Wat? Legt vorige taak terzijde en concentreert zich en bereidt zich voor
op volgende consult.
Hoe? Je volledig richten op het komend gesprek en je vorige taak opzij te
leggen door bijvoorbeeld aantekeningen te lezen, resultaten op te
zoeken of over de anamnese van de patiënt na te denken.
Waarom? De gedachten, gevoelens en acties van de vorige taak kunnen de
concentratie in het huidige gesprek in de weg liggen.
Effect De patiënt is volkomen gericht op het gesprek en merkt aan jou dat jij
dat ook bent. Dat houdt het gesprek in een prettigere sfeer. Je maakt
hierdoor ook minder klinische fouten.
Bron Vaardig communiceren in de gezondheidszorg, 3 e druk – 2014 –
Silverman, Kurtz en Draper – pagina 58.
(Ely et al. 1995)
Wat? Ervoor zorgen zelf in goede conditie te zijn.
Hoe? Laat honger, warmte of slaperigheid de concentratie in het consult niet
in de weg staan. Zorg dat je er uitgerust uitziet.
Waarom? Je kan je anders minder goed concentreren op wat de patiënt je te
vertellen heeft en je kan daardoor (belangrijke) informatie missen.
Effect Je maakt tijdens het gesprek minder klinische fouten.
Bron Vaardig communiceren in de gezondheidszorg, 3 e druk – 2014 –
Silverman, Kurtz en Draper – pagina 58.
(Ely et al. 1995)
Inleiding:
Wat? Professionele begroeting.
Hoe? De patiënt een hand geven bij de begroeting, oogcontact maken / de
patiënt aankijken bij de begroeting en je voor- en achternaam en
functie noemen.
Waarom? De patiënt krijgt een eerste indruk van je en de patiënt wil weten met
wie hij of zij te maken heeft.
Effect De patiënt krijgt een goede indruk van je en hij of zij weet nu je naam
en wat je functie is.
Bron Vaardig communiceren in de gezondheidszorg, 3 e druk – 2014 –
Silverman, Kurtz en Draper – pagina 37.
Theoretisch kader
Wat houdt vraagverheldering in?
Je wilt meer informatie over de situatie van de patiënt krijgen.
Wanneer voer je dit type gesprek?
Wanneer de patiënt een gesprek heeft aangevraagd en bij een eerste gesprek
met de patiënt om meer informatie te krijgen over de situatie van de patiënt.
Wanneer of waarvoor heb je als verpleegkundige deze vaardigheid nodig?
Om een professioneel gesprek te kunnen voeren met de patiënt/zorgvrager.
Wat is de relatie met persoonsgerichte praktijkvoering?
Neem de tijd voor een gesprek en speel in op het gevoel van de patiënt.
In welke fase van het verpleegkundig proces hoort dit type gesprek?
Waarom?
In het begin van het contact met de patiënt, omdat je zo met behulp van de
gekregen informatie de situatie van de patiënt in kaart kan brengen.
Welke fases of structuur kent je gesprek en waarom?
Inleiding, kern en slot.
Welke vaardigheden gebruik je hierbij?
De patiënt bij het gesprek betrokken houden, tussentijds samenvatten,
herhalen zodat je de informatie die je gekregen hebt begrijpt en ook dat het
voor de patiënt duidelijk is dat jij hem of haar hebt begrepen.
Welke rol of taak heb jij als verpleegkundige in dit gesprek?
Het gesprek openen, de patiënt bij het gesprek betrokken houden en om meer
informatie te krijgen over de situatie van de patiënt.
Kale Plan van Aanpak
Voorbereiding:
Legt vorige taak terzijde en concentreert zich en bereidt zich voor op volgende
consult.
Ervoor zorgen zelf in goede conditie te zijn.
Inleiding:
Professionele begroeting.
Let op je lichaamshouding en weet welke indruk je achter laat.
Beginvraag.
Luisteren naar de eerste opmerkingen van de patiënt.
Globale oriëntatie.
Kern:
Open vragen.
Gesloten vragen.
Luisteren.
Inlevingsvermogen / empathie tonen.
Stiltes laten vallen.
Parafraseren.
Tussentijdse samenvatting geven.
, Markeren.
Motieven noemen.
Erkenning geven.
Kleine aanmoedigingen.
Slot:
Planning voor de toekomst maken / agenda maken.
Het besproken traject vaststellen.
Zorgen voor een gepast afsluitingspunt.
Onderbouwing
Voorbereiding:
Wat? Legt vorige taak terzijde en concentreert zich en bereidt zich voor
op volgende consult.
Hoe? Je volledig richten op het komend gesprek en je vorige taak opzij te
leggen door bijvoorbeeld aantekeningen te lezen, resultaten op te
zoeken of over de anamnese van de patiënt na te denken.
Waarom? De gedachten, gevoelens en acties van de vorige taak kunnen de
concentratie in het huidige gesprek in de weg liggen.
Effect De patiënt is volkomen gericht op het gesprek en merkt aan jou dat jij
dat ook bent. Dat houdt het gesprek in een prettigere sfeer. Je maakt
hierdoor ook minder klinische fouten.
Bron Vaardig communiceren in de gezondheidszorg, 3 e druk – 2014 –
Silverman, Kurtz en Draper – pagina 58.
(Ely et al. 1995)
Wat? Ervoor zorgen zelf in goede conditie te zijn.
Hoe? Laat honger, warmte of slaperigheid de concentratie in het consult niet
in de weg staan. Zorg dat je er uitgerust uitziet.
Waarom? Je kan je anders minder goed concentreren op wat de patiënt je te
vertellen heeft en je kan daardoor (belangrijke) informatie missen.
Effect Je maakt tijdens het gesprek minder klinische fouten.
Bron Vaardig communiceren in de gezondheidszorg, 3 e druk – 2014 –
Silverman, Kurtz en Draper – pagina 58.
(Ely et al. 1995)
Inleiding:
Wat? Professionele begroeting.
Hoe? De patiënt een hand geven bij de begroeting, oogcontact maken / de
patiënt aankijken bij de begroeting en je voor- en achternaam en
functie noemen.
Waarom? De patiënt krijgt een eerste indruk van je en de patiënt wil weten met
wie hij of zij te maken heeft.
Effect De patiënt krijgt een goede indruk van je en hij of zij weet nu je naam
en wat je functie is.
Bron Vaardig communiceren in de gezondheidszorg, 3 e druk – 2014 –
Silverman, Kurtz en Draper – pagina 37.