Wet van behoud van energie: Energie kan niet worden gemaakt en kan niet worden
afgebroken. Energie kan je wel:
● Omzetten
● Opslaan
● vervoeren
● verliezen (in de vorm van warmte)
We krijgen energie binnen in de vorm van: Koolhydraten, vetten en eiwitten. Deze
slaan we op en vervoeren we als ATP.
ADP en ATP zijn de belangrijkste voor de enrgieleveringen aan het lichaam.
ADP → ATP
Bij het omzetten van ADP naar ATP slaan we tijdelijk energie op. Deze kunnen we
dan ergens anders een keer gebruiken.
ATP → ADP
Deze energie komt weer vrij, wat we kunnen gebruiken voor allerlei processen in ons
lichaam.
Maken van ATP:
● Glycolyse
● Citroenzuurcyclus
● Oxidatieve fosforylering
Mitochondrium: De energiefabriek van de cel.
Functie: ATP maken
ATP kan op 2 manieren gemaakt worden:
1. Aeroob (met zuurstof). Deze manier is heel efficiënt. Dit levert 30 tot 38 ATP
moleculen op.
2. Anaeroob (zonder zuurstof). Deze manier is inefficiënt. Dit levert 2 ATP
moleculen op.
, 1. ATP wordt gemaakt door de ATP synthetase.
2. Hiervoor heeft hij H+ nodig. Die stromen van de eene kant naar de andere
kant.
3. Om de H+ aan de goede kant te krijgen hebben we elektronen (e-) nodig.
4. Om de e- op de goede plaats te krijgen hebben we elektronendragers nodig.
5. De elektronendragers worden gemaakt in de glycolyse en de
citroenzuurcyclus.
6. Voor de glycolyse en de citroenzuurcyclus is glucose nodig.
Glucose → Glycolyse + citroenzuurcyclus → elektronendragers → e- → H+ → ATP
synthetase → ATP.
Glycolyse
Glucose wordt opgezet in pyrodruivenzuur. Hierbij wordt 2 ATP gemaakt. Ook
worden er 2NADH moleculen gemaakt.
NADH = een elektronendrager.
- Deze hebben een e- opgevangen uit de afbraak van glucose naar pyrodruivenzuur.
- Elektron wordt gebruikt om de H+ de goede kant op te krijgen.
Als er zuurstof aanwezig is, dan zal er aerobe dissimilatie plaatsvinden. Ook zal
hierdoor de citroenzuurcyclus op gang komen.
Wanneer er geen zuurstof aanwezig is, dan zal er anaerobe dissimilatie
plaatsvinden. Hierbij wordt melkzuur aangemaakt, wat zorgt voor verzuring in de
spieren. Dit eindigt met 2 ATP.
Citroenzuurcyclus
Er worden gemaakt:
- 2 ATP
- 6 NADH
- 2 FADH2 (elektronendrager)
- Ook komen er losse H+ vrij
,Oxidatieve fosforylering (elektronen transportketen)
- Elektronendragers worden verzameld.
- In het binnenste membraan van het mitochondrium zitten 5 tal moleculen.
SL week 11 (in de les)
Huidplooimeting
- Dikte van de huidplooi = voorspelling van totale lichaamsvetmassa.
- Voorspelling van de totale lichaamsvetmassa.
- Veronderstelling dat vet regelmatig is verdeeld over het lichaam.
Voordelen: Goedkoop, overal en altijd uit te voeren en betrouwbaar mits het goed
wordt uitgevoerd.
Nadelen: Veel verschillende protocollen, het is een schatting. Spierziekten en
oedeemvorming beïnvloeden de betrouwbaarheid.
BIA meting
- Wisselstroom met verschillende frequenties.
- Vetmassa (weinig water) → geleidt bijna geen stroom (hoge weerstand).
- Spiermassa (veel water) → geleidt wel stroom (weinig weerstand).
- Totale lichaamswater wordt berekend (ook lengte, gewicht, geslacht en leeftijd
nodig).
Voordelen: snel, eenvoudig en non- invasief.
Nadeel: Schatting, niet altijd even betrouwbaar, hydratie niveau beïnvloedt de
uitkomst.
DXA scan
- Lichaamssamenstelling bepalen door absorptie van straling door weefsel.
- Gouden standaard voor bepalen botdichtheid.
- Bot- en vetvrije massa bepalen.
- Inschatten visceraal vet (buikvet).
- Lichaamsscan van 5 minuten, heupscan is 30 seconden.
Voordelen: Veel informatie, nauwkeurig, weinig inspanning voor zowel cliënt als
behandelaar.
Nadelen: Dure apparatuur, gebruik van straling.
Bodpod
- Elektronische weegschaal meet het gewicht.
- door luchtverplaatsing het lichaamsvolume bepalen.
- Dichtheid berekenen. Gewicht / volume = dichtheid.
- Lagere dichtheid = meer vet.
- Vetpercentage = (495 / dichtheid) - 450
, Formule hoef je niet te leren
- Gewicht veranderingen en vetmassa veranderingen in de gaten houden.
Voordeel: Weinig intensief en zeer nauwkeurig
Nadeel: Kan claustrofobisch zijn
Onderwaterweging
- Verschil in dichtheid meten. Gewicht en vetmassa bepalen.
- Vergelijkbaar met de bodpod, maar dan in water.
- Intensieve manier. Adem inhouden en een tijdje onderwater stilzitten. Niet
voor iedereen plezierig.
- Vooral tijdens onderzoeken of in ziekenhuizen.
Voordeel: Nauwkeurig
Nadeel: Intensief, duur, veel ruimte en niet voor iedereen even plezierig.
1. Celkern en nucleolus
De celkern bevat het DNA en regelt welke genen aan of uit staan; het is dus
het besturingssysteem van de cel. In de kern wordt ook RNA gemaakt.
De nucleolus is een structuur binnen de kern waar ribosomen worden
geproduceerd.
2. Ribosomen
Ribosomen zijn de eiwitfabriekjes van de cel. Ze lezen het mRNA en bouwen
op basis daarvan eiwitten. Ze kunnen los in het cytoplasma voorkomen of
gebonden aan het ruw ER.
3. Endoplasmatisch reticulum (glad en ruw)
Ruw ER (met ribosomen): maakt eiwitten die bestemd zijn voor het
celmembraan, lysosomen of voor uitscheiding.
Glad ER (zonder ribosomen): maakt vetten en hormonen, breekt gifstoffen af
en slaat calcium op.
4. Golgi apparaat
Het Golgi-apparaat werkt als het sorterings- en verpakkingscentrum van de
cel. Het verandert, verpakt en transporteert eiwitten en vetten die vanuit het
ER komen, bijvoorbeeld naar het celmembraan of naar lysosomen.
5. Mitochondriën
Energiefabriek van de cel waar energie wordt gemaakt door voedingsstoffen
om te zetten in ATP.