Week 3
Screening (H4)
Als een cliënt met een verwijzing van een arts bij de diëtist komt, dan is screening niet nodig.
Deze stap is dan al door de arts uitgevoerd.
Screening: Het proces van de diëtist, dat leidt tot de beslissing of diëtistisch onderzoek en
diëtistische behandeling geïndiceerd zijn. Deze mag 15 minuten duren.
Door middel van gerichte vragen wordt binnen een beperkte tijd vastgesteld of er al dan niet
sprake is van een binnen het competentiegebied van de individuele diëtist vallend patroon
van signalen en/of symptomen. Het gaat niet om het stellen van een medische diagnose.
Screening is erop gericht om risicofactoren te herkennen en niet om deze risicofactoren te
verbinden aan een ziektebeeld.
De diëtist inventariseert of er alarmsignalen (rode vlaggen) zijn en of de klacht en de reden
van het bezoek aan de diëtist wel binnen het domein van de diëtetiek valt.
Voorbeelden van vragen in de screeningsfase:
- Wat is de reden van uw afspraak met de diëtist?
- Heeft u een idee waardoor uw klacht/probleem veroorzaakt kan zijn?
- Bent u onder behandeling bij de huisarts, een specialist of andere behandelaar?
- Gebruikt u medicijnen?
- Welke ziekte(n) (die verband houdt (houden) met de aanleiding voor het consult)
komt (komen) er in de familie of in uw voorgeschiedenis voor?
Bij screening wordt alleen de klacht van de cliënt uitgevraagd: wat wil de cliënt aankaarten,
hoe schat hij zelf de situatie in?
Bij de uitkomst van het screeningsproces staat naast de klacht ook de oplossing centraal:
wat wil de cliënt dat er gaat gebeuren? Wat heeft hij ervoor over en wat heeft hij er niet voor
over om van zijn probleem af te komen?
● Navragen van de aanleiding van het consult.
● Doorvragen op klachten en symptomen.
● Analyseren en interpreteren van de gegevens uit het screeningsproces.
● Trekken van een conclusie, dat wil zeggen het formuleren van de uitkomst van
het screeningsproces.
● Informeren van de cliënt over de uitkomst van het screeningsproces.
● Informeren van de (huis)arts over de uitkomst van het screeningsproces.
, Diëtistische anamnese (H5)
Diëtistische anamnese: Het eerste uitgebreide gesprek tussen een diëtist en een cliënt.
De diëtistische anamnese vormt samen met de onderdelen screening, voedingsanamnese
en antropometrie het diëtistisch onderzoek.
Aanmelding van de cliënt kan zowel door de cliënt zelf als door een verwijzer gebeuren.
In de fase aanmelding zonder aanwezigheid van de cliënt bestudeert de diëtist de verwijzing
en verzamelt eventueel al bekende gegevens.
De fase aanmelding met aanwezigheid van de cliënt is bedoeld om het gesprek in te leiden
en de basis te leggen voor een goede hulpverleningsrelatie.
De eerste fasen van het diëtistisch consult zijn erop gericht om inzicht te krijgen in het
‘probleem’ van de cliënt in relatie tot zijn hulpvraag en de verwijsdiagnose.
De diëtist laat de cliënt eerst vertellen. De diëtist maakt gebruik van luistervaardigheden in
de vorm van:
- stiltes
- kleine aanmoedigingen
- non-verbaal gedrag
- opmerken van verbale en non-verbale signalen van de cliënt
In de fase van de diëtistische diagnose worden de verzamelde gegevens geanalyseerd en
geïnterpreteerd en worden conclusies getrokken. Deze worden vervolgens met de cliënt
besproken. In elke fase van de diëtistische anamnese kunnen er alarmerende signalen (rode
vlaggen) zijn. Die kunnen ertoe leiden dat de diëtist concludeert dat voortgaan met het
diëtistisch onderzoek en de behandeling niet veilig en verantwoord is. De diëtist informeert
de cliënt en adviseert om contact op te nemen met de arts.
Voorbeelden van vragen die je kan stellen om de hulpvraag vast te stellen:
1. U bent naar uw huisarts gegaan met klachten aan uw rechterknie. Wiens idee was
het om naar een diëtist te gaan?
2. Hoe kijkt u nu aan tegen deze klachten?
3. Wat zijn uw ideeën over de klachten?
4. Hoe voelt u zich erbij?
5. Hoe bent u de laatste tijd weer zwaarder geworden, wat zijn uw ideeën daarover?
6. U heeft verteld dat u al vaker een dieet heeft gevolgd. Kunt u iets over uw ervaringen
vertellen?
7. Wat maakte dat het u aanvankelijk wel lukte om het dieet met succes te volgen?
8. Wat maakte dat u toen toch weer bent aangekomen? Waar legt u de oorzaak?
9. Wat zou nu voor u voordelen zijn om af te vallen? Waar zitten voor u nadelen?
10.In hoeverre heeft u er vertrouwen in dat het gaat lukken om een dieet te gaan volgen
of om meer te gaan bewegen (op een schaal van 1 tot 10)?
11.Wat zou u graag willen bereiken, waar streeft u naar?
, Week 4
Nutritional assessment
De BMI (Body Mass Index) is een internationaal gebruikte maat die laat zien of je een
gezond gewicht hebt in verhouding tot je lengte. De BMI geeft een inschatting van hoe
gezond je lichaamsgewicht is. Je kunt de BMI berekenen voor vrouwen, mannen en
kinderen vanaf 2 jaar. Voor ouderen en kinderen zijn er andere grenswaarden dan voor
volwassenen tussen de 19 en 69 jaar (18,5 - 25).
De BMI is minder geschikt voor als je heel gespierd bent, zwanger bent, borstvoeding geeft,
heel lang of heel klein bent, of een Aziatische achtergrond hebt. Je middelomtrek geeft een
inschatting van de vetverdeling in je lichaam.
We willen benadrukken dat de BMI helemaal niets zegt over hoe mooi een lichaam is. Ieder
lichaam is anders en mooi op zijn eigen manier. Wel weten we dat je met een gezond(er)
gewicht minder kans hebt op diabetes type 2, hoge bloeddruk, galstenen, hart- en
vaatziekten, rug- en gewrichtsklachten en bepaalde soorten kanker.
BMI: gewicht (kg) / Lengte in kwadraat (m)
Middelomtrek meten
Vet in en rondom de buik is nadelig voor je gezondheid.
Zo meet je de middelomtrek:
Ga rechtop staan. Meet op je blote huid tussen je onderste rib (A) en
de bovenkant van je bekken (B). Houd het meetlint niet te strak,
adem uit en lees je middelomtrek af. Heb je geen meetlint? Voer dan
dezelfde stappen uit met een touwtje en leg het naast een rolmaat of
meetlat.
Uitkomst 19-69 jaar Mannen middelomtrek Vrouwen middelomtrek
Gezond Kleiner dan 94 cm Kleiner dan 80 cm
Verhoogd 94 tot 102 cm 80 tot 88 cm
Te hoog Vanaf 102 cm Vanaf 88 cm