1. Wat is ‘Europa’? – Hoe is het idee van Europa sinds de Klassieke Oudheid gespecificeerd
McCormick benadrukt dat Europa geen vaststaand begrip is — het is door de tijd heen steeds
opnieuw gedefinieerd als geografisch, cultureel, politiek en ideologisch concept.
a. Klassieke Oudheid:
In de Griekse tijd was “Europa” vooral een geografische aanduiding – het westelijke deel van
de bekende wereld, tegenover Azië en Afrika.
Voor de Grieken stond “Europa” ook symbool voor vrijheid en rede, in tegenstelling tot het
“despotische” Oosten.
Het idee van een “Europa vs. Azië” tegenstelling (vrijheid vs. tirannie) is hier ontstaan.
b. Middeleeuwen:
Na de val van het Romeinse Rijk werd “Europa” vooral geassocieerd met Christendom.
“Christendom” = cultureel en religieus fundament van Europa.
Europa werd gezien als de wereld van de “ware gelovigen” tegenover de islamitische wereld.
c. Renaissance & Verlichting:
De focus verschoof naar humanisme, wetenschap en rationaliteit.
Europa werd gezien als de bakermat van beschaving en vooruitgang.
In de Verlichting groeide het idee dat Europa moreel en intellectueel superieur was – het
centrum van moderniteit.
d. 19e en 20e eeuw:
Nationalisme verdeelde Europa, maar ook ideeën over pan-Europees idealisme (bijv.
Coudenhove-Kalergi’s “Paneuropa”).
Na WO II kreeg “Europa” een politieke dimensie – het streven naar eenheid, vrede en
samenwerking (Europese integratie, EU).
Kort samengevat:
Europa is geëvolueerd van een geografisch label → religieus-cultureel idee → humanistisch project →
politiek en economisch unie-ideaal.
2. Toename van Europees saamhorigheidsgevoel na de Koude Oorlog
Volgens McCormick:
Na 1989 (val van de Berlijnse Muur) ontstond een sterker gevoel van “Europees
samenhorigheidsbesef”.
Hij noemt verschillende redenen:
a. Einde van de ideologische tweedeling:
, Tijdens de Koude Oorlog was Europa verdeeld in Oost (communistisch) en West
(kapitalistisch).
Na 1989 kwam ruimte voor een gedeelde Europese identiteit.
b. Europese integratie en instellingen:
De uitbreiding van de Europese Unie (en later de eurozone) versterkte de ervaring van
samenwerking en gedeelde waarden.
Vrij verkeer, Erasmusprogramma’s, gemeenschappelijk burgerschap → meer contact tussen
Europeanen.
c. Gemeenschappelijke waarden:
Democratie, mensenrechten, rechtsstaat, sociale solidariteit: kern van “Europees” zijn.
McCormick noemt dit een vorm van civic Europeanism – een identiteit gebaseerd op
waarden, niet etniciteit.
d. Cultuur en symboliek:
Europese vlag, volkslied, paspoort, euro → tastbare symbolen van eenheid.
De aard van dit ‘Europeanism’
McCormick beschrijft het als:
Civic, niet etnisch (burgerschapsgebonden, niet op afkomst gebaseerd);
Pragmatisch (voortkomend uit samenwerking en gedeelde belangen);
Vredesgericht (nooit meer oorlog in Europa).
Het is dus minder een diep gevoelde emotionele identiteit, meer een rationele en politieke.
Hoe is dit saamhorigheidsgevoel veranderd in de laatste tien jaar?
Toegenomen verdeeldheid: Brexit (2016), populisme (bijv. Le Pen, AfD), migratiecrisis →
nationale belangen kwamen weer op de voorgrond.
Nieuwe solidariteit: Toch ook meer eenheid tegenover externe dreigingen zoals de oorlog in
Oekraïne (2022) en klimaatproblematiek.
“Europees zijn” wordt nu vaker gekoppeld aan waarden zoals democratie en
mensenrechten, tegenover autoritaire regimes.
Voorbeeld:
De reactie van EU-landen op Rusland (gezamenlijke sancties, steun aan Oekraïne) toont een nieuw
soort waarde-gedreven Europeanism.
Samenvattend
, Tijdperk Betekenis van ‘Europa’ Kern
Geografisch, “vrijheid vs.
Oudheid Culturele tegenstelling
despotisme”
Middeleeuwen Christelijke gemeenschap Religie
Verlichting Rede, vooruitgang Universele waarden
20e eeuw Integratie, vrede Politieke samenwerking
Post-1989 Civic Europeanism Gedeelde waarden, vrede, democratie
Emir Hajdarpašić (2008), Reflections on the Ottoman Legacy in Southeastern Europe
Korte samenvatting – waar gaat het artikel over?
Hajdarpašić onderzoekt hoe de erfenis van het Ottomaanse Rijk (ca. 14e–19e eeuw) in Zuidoost-
Europa — vooral de Balkan — wordt herinnerd, geïnterpreteerd en gepolitiseerd.
Hij kijkt dus niet alleen naar wat het Ottomaanse Rijk deed, maar vooral naar hoe mensen er
vandaag over denken.
De centrale vraag is:
Wat betekent het “Ottomaanse verleden” voor de identiteit van Zuidoost-Europa vandaag?
Hij betoogt dat de “Ottomaanse erfenis” niet één vaste betekenis heeft — het is een complex,
beladen en politiek gebruikt begrip dat vaak meer zegt over het heden dan over het verleden.
Belangrijkste ideeën en thema’s
1. De “Ottomaanse erfenis” als politiek construct
Hajdarpašić stelt dat men in Zuidoost-Europa vaak spreekt over het Ottomaanse verleden in
morele termen:
→ óf als een tijd van onderdrukking en stagnatie,
→ óf als een tijd van culturele diversiteit en samenleven.
Beide beelden zijn selectieve herinneringen. Ze worden gevormd door nationale mythes,
politieke belangen en hedendaagse identiteitsvragen.
Hij noemt dit het “discours van erfenis”: mensen gebruiken het verleden om het heden te
verklaren of te rechtvaardigen.
Kernpunt:
“Het Ottomaanse verleden” is niet iets wat eenvoudig kan worden ‘geërfd’; het wordt steeds
opnieuw uitgevonden in de context van moderne nationale en Europese identiteiten.
, 2. De nationale lens vervormt de geschiedenis
Na het uiteenvallen van het Ottomaanse Rijk vormden de Balkanlanden hun nationale
identiteiten vaak in tegenstelling tot het Ottomaanse of “oosterse” verleden.
Het idee van “modern” en “Europees” zijn werd gekoppeld aan het afwijzen van de
Ottomaanse (islamitische, Aziatische) erfenis.
Daardoor is er een hardnekkige tegenstelling ontstaan:
“Europaans = vooruitgang” vs. “Ottomaans = achterstand”.
Hajdarpašić bekritiseert deze tegenstelling — hij noemt het een eurocentrische en
vereenvoudigde visie op de geschiedenis.
Belangrijk argument:
Het Ottomaanse verleden wordt te vaak als iets “vreemds” gezien, terwijl het in feite intrinsiek deel
uitmaakt van de Europese geschiedenis.
3. Ambivalentie van het Ottomaanse erfgoed
De Ottomaanse invloed is tegelijk cultureel rijk en politiek controversieel.
o Religieuze en etnische diversiteit, architectuur, taal, muziek en rechtssystemen zijn
deels overgebleven.
o Maar ook herinneringen aan onderdrukking, geweld en koloniale verhoudingen.
Hajdarpašić benadrukt dat deze dubbelheid (ambivalentie) erkend moet worden — niet
zwart-wit.
Zijn oproep:
In plaats van het Ottomaanse verleden te zien als iets dat we moeten veroordelen of verheerlijken,
moeten we het beschouwen als een complex gedeeld erfgoed dat inzicht biedt in de geschiedenis
van Europa zelf.
4. Reflectie op identiteit en ‘Europeanness’
Het debat over de Ottomaanse erfenis raakt aan een bredere vraag:
→ Wat betekent het om Europees te zijn?
Zuidoost-Europa voelt zich vaak “tussen Europa en het Oosten”.
Hajdarpašić zegt dat die positie juist interessant is: de Balkan toont dat Europa altijd een
hybride, meervoudige identiteit heeft gehad.
Dus: het Ottomaanse verleden laat zien dat “Europa” geen puur westers, homogeen project
is.
Centrale these:
De erfenis van het Ottomaanse Rijk onthult dat de grenzen tussen “Europa” en “de ander” altijd
poreus en historisch veranderlijk zijn geweest.
Mening van de auteur (wat jij moet weten!)