, HOOFDSTUK 1
Werkgeheugen = “working memory is a cognitive system with a limited capacity that can
hold information temporarily” (Wikipedia)
Latente variabele = een niet observeerbaar construct, je kan het niet zien en alleen indirect
meten, door bijvoorbeeld een persoon taken uit te laten voeren die duiden op het
onderzochte variabele (zoals lesstof kunnen herproduceren om werkgeheugen te meten)
- Ook wel: hypothetische construct, latente trek
- (Grafisch) weergeven met een elips
- Voorbeelden: intelligentie, honger, karakteristieken, eigenschappen, kennis
- Operationele definities = de procedure die wordt gebruikt om hypothetische
constructies te meten of, wat dat betreft, om iets te meten
Er is theorie nodig om hypothetische construct en observeerbaar gedrag te linken, het is erg
belangrijk om te begrijpen wat je meet
Psychologische test
Volgens Cronbach (1960) is een psychologische test een
systematische procedure om gedrag tussen twee of meer
personen te vergelijken. Daarbij komen zijn drie dingen van
belang:
1) Gedragingen
2) Gedragingen worden systematisch verzameld
3) Gedragingen worden gebruikt om mensen te
vergelijken
Tests moeten in staat zijn om het gedrag van verschillende
mensen (interindividueel) of het gedrag van dezelfde
personen op verschillende tijdstippen of onder verschillende
omstandigheden (intra-individueel) te vergelijken. Het doel van metingen in de psychologie
is om dergelijke inter- of intra-individuele verschillen te identificeren en, indien mogelijk, te
kwantificeren.
- Een test hoeft niet per se een groepsafname te zijn, zolang er normen zijn
- Validiteit en betrouwbaarheid van groot belang
Type testen
Psychologische testen verschillen onderling van elkaar op verschillende punten, zoals
inhoud, antwoordmethode (open of gesloten vragen), methode van administratie
(individueel, groep), gebruik (norm vs. criterion referenced), timing (speed vs. Power) en de
betekenis van indicators (reflectief of formatief).
• Norm referenced = score van de respondent wordt geïnterpreteerd t.o.v. de scores
van andere respondenten (bijv. ACT, SAT, intelligentietest, persoonlijkheidstest)
o Score wordt vergeleken met een referentie/normatieve steekproef. Deze
steekproef wordt gezien als representatief voor een bredere populatie van
mensen. Hier worden latente variabelen getoetst
, • Criterion referenced = score van de respondent wordt geïnterpreteerd a.d.h.v. vaste
criteriumscores, onafhankelijk van de scores van anderen (bijv. Tentamen, rijexamen,
bloeddruk, Cito eindtoets)
o Score van een individu valt boven of onder een specifieke criteriumwaarde, zo
kan je een “zekere beslissing” nemen
o Het gaat erom of iemand een bepaald niveau beheerst, onafhankelijk van hoe
anderen scoren
• Speeded test (snelheidstoets) = een test met een tijdslimiet. Over het algemeen
wordt van mensen die een snelheidstoets afleggen niet verwacht dat ze de hele test
binnen de toegewezen tijd afronden. De tests worden beoordeeld door het aantal
vragen te tellen dat binnen de toegewezen tijd is beantwoord.
• Power test (algemene tests) = een test die niet aan een tijdslimiet gebonden is,
waarbij van de participanten wordt verwacht dat ze alle vragen beantwoorden. Vaak
worden power tests ook beoordeeld door het aantal juiste antwoorden op de test te
tellen
SAT en ACT = universitaire toelatingstoets in de VS
Reflectieve (of “effect”) indicatoren = een type indicator (bijvoorbeeld een antwoord op een
testitem) dat wordt gezien als het gevolg van het niveau van een relevante latente variabele
van een respondent.
Formatieve (of causale) indicatoren = een type indicator (bijvoorbeeld inkomensniveau) dat
wordt gezien als relevant voor het vormen van een score die een latente variabele
weerspiegelt (bijvoorbeeld sociaaleconomische status), maar dat niet wordt gezien als het
gevolg van die latente variabele
- Verdere uitleg over wat precies de verschillen zijn tussen formatieve en reflectieve of
effect en causale indicatoren worden niet in dit boek besproken. Het is alleen van
belang dat je weet dat er verschillen zijn, en dat reflectieve indicatoren het meest
worden gebruikt binnen tests
Psychometrie = de wetenschap die zich bezighoudt met het evalueren van de
eigenschappen van psychologische tests.
Er zijn drie eigenschappen die van belang zijn:
1) Type informatie gegenereerd door psychologische tests
2) De betrouwbaarheid van de data
3) Kwesties met betrekking tot de validiteit van de gegevens
Uitdagingen voor psychologische metingen
Complexiteit van concepten: concepten hebben
veel verschillende aspecten, en maakt het moeilijk
om een concept in één score of nummer vast te
leggen.