Bestuurskunde
Week 1:
Beperkte opvatting van openbaar bestuur: ‘de overheid’ of ‘de staat’.
Ruime opvatting openbaar bestuur: Ook organisaties die niet tot de overheid behoren, maar wél een
publieke taak vervullen of op een andere manier sturing geven.
openbaar bestuur verwijst naar het geheel van organisaties en activiteiten die primair gericht zijn op
de besturing van de maatschappij .
Bestuurskunde bestudeerd dus besturen .
Het openbaar bestuur stuurt dus maatschappelijke ontwikkelingen denk hierbij aan milieu vervuiling
of eenzaamheid onder ouderen.
Verschil tussen beperkte en ruime opvatting voor begrip openbaar bestuur (verschil hiertussen
belangrijk!):
Beperkte opvatting: alleen de overheid .
Ruime opvatting: organisaties/ instellingen die niet onder de overheid vallen maar wel publieke taken
uitvoeren.
De structuur van de overheid die we nu hebben is 170 jaar geleden ontworpen door Thorbecke. Hij
was de man achter de grondwet herziening van 1848 en ontwierp destijds de gemeente en provincie
wet. De koning kreeg in 1848 dus minder macht en de ministers regeren met goedkeuring van de 1e
en 2e kamer (de volksvertegenwoordiging).
De politieke rol van de koning beperkt zich tot het ondertekenen van wetten en uitspreken van
jaarlijkse troonreden.
NL is een gedecentraliseerde eenheidsstaat:
Gedecentraliseerd omdat her openbaar bestuur in verschillende bestuurslagen is georganiseerd niet
alles word nationaal bedacht en uitgevoerd, nee de taken en verantwoordelijkheden worden juist bij
andere bestuurslagen neergelegd.
Eenheidsstaat omdat de landelijke overheid t hoogste gezag heeft hier word de keuze gemaakt welke
bestuurslagen verantwoordelijk is voor bepaalde taken.
Een centrale overheid staat dus in voor een eenheid.
Welke 5 bestuurslagen kent nl: EU, rijk, provincies, gemeenten en waterschappen.
,Deze bestuurslagen hebben op bepaalde onderwerpen eigen verantwoordelijkheden. Deze
taakverdeling zit niet vast er zit voortdurend beweging in. Taken en verantwoordelijkheden schuiven
van de ene bestuurslaag naar de ander denk bv aan de politie die was eerst decentraal georganiseerd
en is nu centraal.
De Rijksoverheid is een onderdeel van de overheid dat op landelijk niveau werkt. Ambtenaren op de
12 ministeries bereiden beleid en wetgeving voor. Bij uitvoerende diensten voeren ambtenaren het
beleid uit bv leger en inspectiediensten.
Het gaat op rijksniveau over het algemeen over algemene beleidsvorming. Dit houd in dat het
ministerie van infrastructuur en waterstaat niet een plan maakt waarin staat op welke plaatsen er in
Nederlandse dorpen lantarenpalen moeten komen maar wat wel zou kunnen zijn is dat het ministerie
een nota opstelt waarin staat dat op een bepaald soort plaatsen goede verlichting noodzakelijk is het
is dan aan de gemeente om uitvoering te geven aan deze boodschap en bepalen op welke plek in die
gemeente lantaarnpalen geplaatst moeten worden.
Een provincie bepaalt in grote lijnen of steden of dorpen mogen uitbreiden en waar
bedrijventerreinen en kantoorpanden zich mogen worden aangelegd.
Daarnaast kan de provincie zelf bepalen welke taken die wil aanpakken. Dus de provincie heeft naast
de wettelijke opgelegde taken zogenaamde open huishouding zoals is vastgelegd art. 124 GW.
taken van provincies liggen voornamelijk op de volgende terreinen:
Verantwoordelijk voor de inrichting van het landelijk gebied, bereikbare regio en regionaal
economisch beleid.
Gemeenten hebben veel verantwoordelijkheden bv handhaving, wet maatschappelijke
ondersteuning en burgerzaken.
Sinds de decentralisatie van het sociaal domein hebben ze nog meer verantwoordelijkheden
gekregen. Uitgangspunt hierbij is dat inwoner meer eigen verantwoordelijkheid neemt en hun eigen
, kracht en sociale netwerk benut. Door de beleidsvrijheid van de gemeente is er ruimte voor lokale
verschillen. Zo kan elke gemeente inspelen op de behoefte van hun inwoners en de lokale situatie. Op
die manier kunnen middelen op lokaal niveau optimaal worden ingezet. Veel burgers zijn negatief
over de beleidsvrijheid van de gemeente. Negatieve punten zijn: de achterliggende bezuinigingen,
twijfel over de deskundigheid van de gemeente en het mogelijk ontstaan van verschillen tussen
gemeente.
De 3 bovenstaande bestuurslagen hebben een algemene taak maar de waterschappen zijn alleen
gericht op de kwaliteit en kwantiteit van t water ven t gebied. Er zijn 21 waterschappen. Zij zorgen
ervoor dat we droge voeten houden, schoon en voldoende water.
Als lidstaat van de EU heeft nl een aantal bevoegdheden overgedragen aan de EU. Belangrijkste
gebied waarop de EU samenwerkt is economie, ook wel de interne markt.
De regels over handel tussen de EU en andere landen in de wereld worden door de EU vastgesteld.
Daarnaast worden ook op andere gebieden afspraken gemaakt de EU voeren een gezamenlijk beleid
op t gebied van landbouw en visserij, de EU investeert in de verbetering van de infrastructuur en stelt
milieubeschermende regels op waar landen en bedrijven zich aan moeten houden.
Verschillende maatschappelijke ontwikkelingen kunnen zich op verschillende bestuurslagen afspelen.
Kenmerkende voor openbaar bestuur is dat het vertegenwoordigde organen gekozen worden door
verkiezingen alle organisaties binnen dit bestuur hebben een dagelijks en algemeen bestuur.
Voor het rijk is dat de regering en 1e en 2e kamer.
Voor de provincies is dat de gedeputeerde Staten en sociale staten.
In de gemeente zien we het college van burgers en wethouders.
Waterschap kent t algemeen en dagelijkse bestuur.
Er zijn 3 logica’s van sturing: de staat, de markt en het middenveld:
1. De staat is er om het algemeen belang te dienen (DUO, OM, waterschappen). Het bestaat uit
de politieke leiding en ambtenaren.
- Politieke leiding: gezagsdragers die voor hun functioneren direct of indirect verantwoording
verschuldigd zijn aan de democratisch gekozen vertegenwoordigde organen.
- Ambtenaren: benoemde functionarissen die ondergeschikt zijn aan de politieke leiding. Zij
moeten de politieke leiding bijstaan en uitvoering te geven aan politieke beslissingen.
Dit zijn dus de bestuurslagen en de daarbij behorende instanties.
2. de markt om producten en diensten op commerciële grond te leveren (IKEA, Albert Heijn en
woningcorporatie).
3. het middenveld richt zich op doelstellingen die niet op winst maken gericht zijn, maar ook
niet binnen de sfeer van de overheid vallen. (Greenpeace, zorgboerderij). Het bestaat uit
Week 1:
Beperkte opvatting van openbaar bestuur: ‘de overheid’ of ‘de staat’.
Ruime opvatting openbaar bestuur: Ook organisaties die niet tot de overheid behoren, maar wél een
publieke taak vervullen of op een andere manier sturing geven.
openbaar bestuur verwijst naar het geheel van organisaties en activiteiten die primair gericht zijn op
de besturing van de maatschappij .
Bestuurskunde bestudeerd dus besturen .
Het openbaar bestuur stuurt dus maatschappelijke ontwikkelingen denk hierbij aan milieu vervuiling
of eenzaamheid onder ouderen.
Verschil tussen beperkte en ruime opvatting voor begrip openbaar bestuur (verschil hiertussen
belangrijk!):
Beperkte opvatting: alleen de overheid .
Ruime opvatting: organisaties/ instellingen die niet onder de overheid vallen maar wel publieke taken
uitvoeren.
De structuur van de overheid die we nu hebben is 170 jaar geleden ontworpen door Thorbecke. Hij
was de man achter de grondwet herziening van 1848 en ontwierp destijds de gemeente en provincie
wet. De koning kreeg in 1848 dus minder macht en de ministers regeren met goedkeuring van de 1e
en 2e kamer (de volksvertegenwoordiging).
De politieke rol van de koning beperkt zich tot het ondertekenen van wetten en uitspreken van
jaarlijkse troonreden.
NL is een gedecentraliseerde eenheidsstaat:
Gedecentraliseerd omdat her openbaar bestuur in verschillende bestuurslagen is georganiseerd niet
alles word nationaal bedacht en uitgevoerd, nee de taken en verantwoordelijkheden worden juist bij
andere bestuurslagen neergelegd.
Eenheidsstaat omdat de landelijke overheid t hoogste gezag heeft hier word de keuze gemaakt welke
bestuurslagen verantwoordelijk is voor bepaalde taken.
Een centrale overheid staat dus in voor een eenheid.
Welke 5 bestuurslagen kent nl: EU, rijk, provincies, gemeenten en waterschappen.
,Deze bestuurslagen hebben op bepaalde onderwerpen eigen verantwoordelijkheden. Deze
taakverdeling zit niet vast er zit voortdurend beweging in. Taken en verantwoordelijkheden schuiven
van de ene bestuurslaag naar de ander denk bv aan de politie die was eerst decentraal georganiseerd
en is nu centraal.
De Rijksoverheid is een onderdeel van de overheid dat op landelijk niveau werkt. Ambtenaren op de
12 ministeries bereiden beleid en wetgeving voor. Bij uitvoerende diensten voeren ambtenaren het
beleid uit bv leger en inspectiediensten.
Het gaat op rijksniveau over het algemeen over algemene beleidsvorming. Dit houd in dat het
ministerie van infrastructuur en waterstaat niet een plan maakt waarin staat op welke plaatsen er in
Nederlandse dorpen lantarenpalen moeten komen maar wat wel zou kunnen zijn is dat het ministerie
een nota opstelt waarin staat dat op een bepaald soort plaatsen goede verlichting noodzakelijk is het
is dan aan de gemeente om uitvoering te geven aan deze boodschap en bepalen op welke plek in die
gemeente lantaarnpalen geplaatst moeten worden.
Een provincie bepaalt in grote lijnen of steden of dorpen mogen uitbreiden en waar
bedrijventerreinen en kantoorpanden zich mogen worden aangelegd.
Daarnaast kan de provincie zelf bepalen welke taken die wil aanpakken. Dus de provincie heeft naast
de wettelijke opgelegde taken zogenaamde open huishouding zoals is vastgelegd art. 124 GW.
taken van provincies liggen voornamelijk op de volgende terreinen:
Verantwoordelijk voor de inrichting van het landelijk gebied, bereikbare regio en regionaal
economisch beleid.
Gemeenten hebben veel verantwoordelijkheden bv handhaving, wet maatschappelijke
ondersteuning en burgerzaken.
Sinds de decentralisatie van het sociaal domein hebben ze nog meer verantwoordelijkheden
gekregen. Uitgangspunt hierbij is dat inwoner meer eigen verantwoordelijkheid neemt en hun eigen
, kracht en sociale netwerk benut. Door de beleidsvrijheid van de gemeente is er ruimte voor lokale
verschillen. Zo kan elke gemeente inspelen op de behoefte van hun inwoners en de lokale situatie. Op
die manier kunnen middelen op lokaal niveau optimaal worden ingezet. Veel burgers zijn negatief
over de beleidsvrijheid van de gemeente. Negatieve punten zijn: de achterliggende bezuinigingen,
twijfel over de deskundigheid van de gemeente en het mogelijk ontstaan van verschillen tussen
gemeente.
De 3 bovenstaande bestuurslagen hebben een algemene taak maar de waterschappen zijn alleen
gericht op de kwaliteit en kwantiteit van t water ven t gebied. Er zijn 21 waterschappen. Zij zorgen
ervoor dat we droge voeten houden, schoon en voldoende water.
Als lidstaat van de EU heeft nl een aantal bevoegdheden overgedragen aan de EU. Belangrijkste
gebied waarop de EU samenwerkt is economie, ook wel de interne markt.
De regels over handel tussen de EU en andere landen in de wereld worden door de EU vastgesteld.
Daarnaast worden ook op andere gebieden afspraken gemaakt de EU voeren een gezamenlijk beleid
op t gebied van landbouw en visserij, de EU investeert in de verbetering van de infrastructuur en stelt
milieubeschermende regels op waar landen en bedrijven zich aan moeten houden.
Verschillende maatschappelijke ontwikkelingen kunnen zich op verschillende bestuurslagen afspelen.
Kenmerkende voor openbaar bestuur is dat het vertegenwoordigde organen gekozen worden door
verkiezingen alle organisaties binnen dit bestuur hebben een dagelijks en algemeen bestuur.
Voor het rijk is dat de regering en 1e en 2e kamer.
Voor de provincies is dat de gedeputeerde Staten en sociale staten.
In de gemeente zien we het college van burgers en wethouders.
Waterschap kent t algemeen en dagelijkse bestuur.
Er zijn 3 logica’s van sturing: de staat, de markt en het middenveld:
1. De staat is er om het algemeen belang te dienen (DUO, OM, waterschappen). Het bestaat uit
de politieke leiding en ambtenaren.
- Politieke leiding: gezagsdragers die voor hun functioneren direct of indirect verantwoording
verschuldigd zijn aan de democratisch gekozen vertegenwoordigde organen.
- Ambtenaren: benoemde functionarissen die ondergeschikt zijn aan de politieke leiding. Zij
moeten de politieke leiding bijstaan en uitvoering te geven aan politieke beslissingen.
Dit zijn dus de bestuurslagen en de daarbij behorende instanties.
2. de markt om producten en diensten op commerciële grond te leveren (IKEA, Albert Heijn en
woningcorporatie).
3. het middenveld richt zich op doelstellingen die niet op winst maken gericht zijn, maar ook
niet binnen de sfeer van de overheid vallen. (Greenpeace, zorgboerderij). Het bestaat uit