Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Class notes

Hoorcollege en Werkgroepuitwerkingen Jeugdrecht I

Rating
-
Sold
-
Pages
48
Uploaded on
13-05-2026
Written in
2025/2026

Dit document bevat de overzichtelijke en volledige uitwerkingen van alle werkgroepen en hoorcolleges* van Jeugdrecht I, geschikt voor masterstudenten aan de Vrije Universiteit Amsterdam. * NB: Het zevende hoorcollege is geen tentamenstof en is derhalve niet in de samenvatting opgenomen

Show more Read less
Institution
Course

Content preview

Inhoudsopgave
Hoorcollege 1 – Introductie & Afstamming..................................................................................................... 2

Hoorcollege 2 – Als regels mensen raken (gastcollege)....................................................................................5

Hoorcollege 3 – Verhuiszaken......................................................................................................................... 6

Werkgroep 1................................................................................................................................................ 13

Hoorcollege 4 – Jeugdbescherming (gastcollege)........................................................................................... 15

Hoorcollege 5 – Basiscollege jeugdstrafrecht................................................................................................ 21

Werkgroep 2................................................................................................................................................ 31

Werkgroep 3................................................................................................................................................ 33

Hoorcollege 6 - Ouderschap en Identiteit...................................................................................................... 36




1

,Hoorcollege 1 – Introductie & Afstamming
Voor de praktische mededelingen omtrent het vak, zie de slides!

Afstamming
Afstammingsrecht wordt als de basis van het jeugdrecht gezien. Hierbij wordt een
onderscheid gemaakt tussen:
 Familierechtelijke betrekking: De juridische relatie die bepaalt wie de
wettelijke ouders zijn. Een kind kan maximaal twee juridische ouders hebben, dit
kunnen een man en een vrouw zijn, maar ook twee mannen, twee vrouwen etc.
o Art. 1:197 BW: het kind, de ouders en bloedverwanten staan in
familierechtelijke betrekking tot elkaar.
o Art. 1:198 BW: Moeder.
o Art. 1:199 BW: Vader.
 Family life (artikel 8 EVRM): De feitelijke band of nauwe persoonlijke betrekking
tussen personen, zoals bij een biologische vader die het kind niet heeft erkend of
een stiefouder.

Enkele begrippen
In het afstammingsrecht kom je nog meer begrippen tegen:
 Juridische ouder: De man of vrouw die in een familierechtelijke betrekking tot
het kind staat;
 Biologische vader: De man met wiens genetisch materiaal het kind is ontstaan:
o Donor: Degene die genetisch materiaal heeft afgestaan.
o Verwekker: De biologische vader die door middel van
geslachtsgemeenschap een kind heeft doen ontstaan.
 Donor met family life: Bekende donor die in een nauwe persoonlijke betrekking
tot het kind staat.
 Donor zonder family life: Bekende donor die wel de biologische vader is, maar
met wie geen gezinsleven is opgebouwd tussen hem en het kind.
 Meemoeder/duomoeder: Vrouwelijke partner van de geboortemoeder.
 Instemmende levensgezel: De man of vrouw die met (kunstmatige)
bevruchting van de moeder heeft ingestemd.
 Sociale ouder: Man of vrouw die het kind daadwerkelijk verzorgt en opvoedt
(eventueel met gezag).

Moeder (art. 1:198 BW)
De moeder van het kind is de vrouw:

Van rechtswege:
 Uit wie het kind geboren is (art. 1:198 lid 1 sub a BW);
 Die op het tijdstip van de geboorte van het kind is gehuwd/een geregistreerd
partnerschap heeft met de vrouw uit wie het kind is geboren, mits dit kind is
verwekt met behulp van een onbekende donor (+ verklaring) (art. 1:198 lid 1
sub b BW).

Door een rechtshandeling:
 Die het kind heeft erkend (art. 1:198 lid 1 sub c BW;
 Van wie het ouderschap gerechtelijk is vastgesteld (art. 1:198 lid 1 sub d BW);
 Die het kind heeft geadopteerd (art. 1:198 lid 1 sub e BW).

Wat betreft het moederschap geldt de hoofdregel: de vrouw die het kind baart, is de
juridische moeder, ook in het geval van draagmoederschap. In specifieke gevallen, zoals
bij een huwelijk tussen twee vrouwen en het gebruik van een onbekende donor, kan de
partner van de geboortemoeder automatisch van rechtswege de juridische moeder
worden.

Vader (art. 1:199 BW)

2

,De vader van het kind is de man:

Van rechtswege:
 Die op het tijdstip van de geboorte van het kind is gehuwd/ een geregistreerd
partnerschap heeft met de vrouw uit wie het kind is geboren (art. 1:199 sub a
BW).
 Wiens huwelijk/geregistreerd partnerschap binnen 306 dagen voor de geboorte
van het kind door de dood is ontbonden (art. 1:199 sub b BW).

Door een rechtshandeling:
 Die het kind heeft erkend (art. 1:199 sub c BW);
 Van wie het ouderschap gerechtelijk is vastgesteld (art. 1:199 sub d BW);
 Die het kind heeft geadopteerd (art. 1:199 sub e BW).

Ontkenning van het ouderschap
Het juridisch ouderschap dat van rechtswege is ontstaan, kan onder strikte voorwaarden
worden ontkend als de man of duomoeder niet de biologische ouder is (grondslag). Dit is
echter niet mogelijk als men vooraf wist dat men niet de biologische ouder was, zoals bij
het trouwen met een reeds zwangere vrouw, omdat het familierecht de stabiliteit van het
gezin voor het kind beschermt. Een man kan het vaderschap niet ontkennen als hij voor
het huwelijk wist van de zwangerschap; door te trouwen met een zwangere vrouw
accepteer je de verantwoordelijkheid. Ook een duomoeder die heeft ingestemd met de
verwekking kan haar ouderschap niet zomaar ontkennen. De grondslag voor ontkenning
van het vaderschap is art. 1:200 BW en art. 1:202a BW voor ontkenning van het
moederschap.

Erkenning (art. 1:203/1:204 BW)
Erkenning is een formele rechtshandeling waarbij iemand verklaart de ouder van een kind
te zijn, ongeacht biologische verwantschap. Er geldt een maximum van twee juridische
ouders per kind. Voor erkenning is toestemming nodig van de moeder (tot het kind 16 is)
en/of van het kind zelf (vanaf 12 jaar). In uitzonderlijke gevallen moet de vader
toestemming voor erkenning geven: hiervan is sprake als er maar één vader is (als het
kind door één man is geadopteerd). Erkenning heeft geen terugwerkende kracht en gaat
pas in op het moment dat de akte wordt opgemaakt. In theorie zou je elk willekeurig kind
kunnen erkennen als er nog maar één juridische ouder is en je toestemming krijgt, mits er
geen huwelijksbeletsel is (zoals bij een broer en zus). De vernietigingsmogelijkheid van
erkenning van het vaderschap volgt uit art. 1:205 BW en uit art. 1:205a BW voor
erkenning van het moederschap.

Vervangende toestemming voor erkenning
Wanneer de moeder of het kind toestemming voor erkenning weigert, kan de rechter dit
vervangen. Dit is alleen mogelijk voor de verwekker, de donor met family life of de
instemmende levensgezel. Zie ook art. 1:204 lid 3 sub a en b en 1:204 lid 4 BW. De
verwekker (bijvoorbeeld na een one-night stand) hoeft geen family life aan te tonen om
erkenning af te dwingen. Voor een donor is die nauwe persoonlijke betrekking (family life)
wel vereist. De rechter verleent deze toestemming doorgaans, tenzij dit de belangen van
de moeder of de ontwikkeling van het kind ernstig schaadt, bijvoorbeeld in gevallen van
verwekking na verkrachting. Bij een instemmende levensgezel hanteert de rechter een
strengere toets: is de erkenning daadwerkelijk in het belang van het kind?

Gerechtelijke vaststelling ouderschap (art. 1:207 BW)
Dit instrument wordt gebruikt wanneer iemand juist geen juridische ouder wil worden. Het
doel is het afdwingen van verantwoordelijkheid, zoals de plicht tot het betalen van
alimentatie. De mogelijkheid geldt alleen om de verwekker of de instemmende
levensgezel te dwingen juridisch ouder te worden en kan niet op verzoek van de persoon
zelf (je kan niet zelf ouderschap gerechtelijk vaststellen, daarvoor moet je een verzoek tot
erkenning doen). Anders dan erkenning heeft gerechtelijke vaststelling wel
terugwerkende kracht tot de geboorte. Een voorbeeld is de overleden vader: als een man
sterft voordat hij het kind kan erkennen, kunnen de moeder of het kind via de rechter zijn


3

,vaderschap laten vaststellen, wat ook van belang kan zijn voor de erfenis of het recht op
zijn achternaam.

Gezag
Sinds 2023 leidt erkenning in de meeste gevallen automatisch tot gezamenlijk gezag, wat
een grote verbetering is ten opzichte van de oude situatie waarin men dit vaak vergat te
registreren. Bij het gezag hoort de plicht en het recht om het minderjarige kind te
verzorgen en op te voeden en de band met de andere ouder te bevorderen (art. 1:247
BW). Gezag heeft betrekking op de persoon van de minderjarige, het bewind over zijn
vermogen en zijn vertegenwoordiging in en buiten rechte (art. 1:245 lid 4 BW). In
verhuiszaken kan dit ertoe leiden dat een ouder met eenhoofdig gezag door de rechter
wordt verplicht terug te verhuizen als de omgang met de andere ouder te veel wordt
belemmerd. In het Nederlandse recht kunnen er maximaal twee personen het gezag
hebben, wat lastig is in 'regenbooggezinnen' waar bijvoorbeeld twee moeders en een
vader samen het kind opvoeden. Gezag betreft de relatie ouder(s)/ouder en niet ouder,
voogdij de relatie niet-ouder(s)/rechtspersoon (art. 1:245 lid 3 BW). Het kan eenhoofdig
of gezamenlijk worden uitgeoefend. Let op: gezag en juridisch ouderschap vallen soms
samen, maar niet altijd!

Voorgestelde ontwikkelingen
De Staatscommissie Herijking ouderschap deed in 2016 aanbevelingen voor
meerouderschap, meeroudergezag en een wettelijke regeling voor draagmoederschap.
Ook werd voorgesteld de leeftijd voor het hoorrecht van kinderen te verlagen van 12 naar
8 jaar en de mogelijkheid voor volwassenen om het juridisch ouderschap van hun ouders
door de rechter ongedaan te laten maken, ook als het een genetische
ouder/geboortemoeder betreft.

Actualiteit – wel gewijzigd
Sinds 2023 leidt erkenning door een partner automatisch tot gezamenlijk gezag. In de
rechtspraktijk worden kinderen tegenwoordig al vanaf 8 jaar gehoord in afstammings- en
gezagszaken. Daarnaast is de rechtspositie in de gesloten jeugdhulp versterkt en wordt
getracht gesloten jeugdhulp af te bouwen, en krijgen ouders voortaan kosteloze
rechtsbijstand bij procedures over uithuisplaatsing.

Actualiteit – plannen o.a.
Er wordt gewerkt aan wetsvoorstellen voor draagmoederschap en het verlagen van de
drempel voor omgangsrechten voor grootouders, al is dat laatste voorstel momenteel
onzeker. Tevens is er een initiatiefvoorstel in behandeling voor intentioneel
meerouderschap, waarbij maximaal drie of vier personen juridisch ouder en gezagsdrager
kunnen worden. Uit verscheidene onderzoeken (WODC, RSJ, RvdK) blijkt dat
meerouderschap mogelijk in het belang van het kind zou zijn. De Staatssecretaris van
Justitie en Veiligheid stelde maart vorig jaar echter niet in te gaan op dit voorstel: het zou
te duur en te tijdrovend zijn. Maar er is momenteel wel weer een voorstel in consultatie.




4

,Hoorcollege 2 – Als regels mensen raken (gastcollege)
Het persoonlijke traject van 'kind naar casus' begon bij haar moeder, een tienermoeder,
waardoor Faith direct in de vizieren van de hulpverlening kwam. Ondanks een goede band
thuis, leidde pestgedrag op school tot gedragsproblemen bij Faith, die door haar
toenmalige voogd onterecht werden geïnterpreteerd als betrokkenheid bij het loverboy-
circuit. Zonder enig bewijs of een echt gesprek werd zij op 15-jarige leeftijd in de
Doggershoek geplaatst, een jeugdgevangenis, waar zij werd onderworpen aan
vernederende visitaties. In de rechtszaal werd zij vervolgens niet gehoord; rechters
namen in sessies van slechts 20 minuten beslissingen over haar leven zonder ooit te
vragen hoe het werkelijk met haar ging.

Faith trok een duidelijke parallel tussen haar ervaringen in de jeugdzorg en haar rol als
gedupeerde in het Toeslagenschandaal. In beide gevallen was er sprake van een diep
wantrouwen vanuit de overheid en een gebrek aan werkelijk luisteren naar het verhaal
achter de feiten. Zij werd als fraudeur bestempeld omdat zij studeerde en werkte tegelijk,
wat resulteerde in een terugvordering van 50.000 euro. Bruyning bekritiseert hierbij het
strikt toepassen van regels, waarbij de overheid de gevolgen voor menselijke levens uit
het oog verliest.

Hoewel het IVRK stelt dat kinderen gehoord moeten worden, gebeurde dit in de praktijk
(zeker vroeger) pas vanaf 12 jaar. Tegenwoordig worden kinderen vanaf 8 jaar gehoord,
maar Faith benadrukt dat ‘gehoord worden’ niet hetzelfde is als dat er naar je geluisterd
wordt. Daarnaast is het recht op gezinsleven (EVRM) op papier heilig, maar wordt in de
praktijk vaak ingegrepen op basis van angst en risicomijdend gedrag. Tot slot is een
dossier een verzameling van onwaarheden die een eigen leven gaan leiden. Faith geeft
het voorbeeld van een verslag waarin stond dat zij ‘vaak schreeuwde tegen haar
kinderen’, zonder rekening te houden met haar cultuursensitiviteit (luidruchtige
Surinaamse opvoeding). Professionals zien vaak alleen de scène (schreeuwen of de
schulden) en niet de hele film (de context van het gezin).

Waarom is het systeem nu precies kapot? Een kernprobleem in het huidige systeem is
volgens haar het overprotocolleren. In Nederland proberen we risico's dicht te timmeren
met regels, maar in werkelijkheid beschermen deze protocollen vooral de instanties zelf,
zodat zij kunnen aantonen dat zij zich aan de regels hebben gehouden. Dit wordt
versterkt door een angstcultuur en risico-denken; door incidenten in de media worden
kinderen soms liever preventief uit huis geplaatst dan dat een professional de
verantwoordelijkheid durft te nemen voor een onveilige thuissituatie. Denk aan het
pleegmeisje uit Vlaardingen. Ook de decentralisatie naar gemeenten heeft geleid tot
verkokering en symptoombestrijding in plaats van het aanpakken van de kern van de
problemen. Faith noemt een meisje met anorexia, suïcidaliteit en een gameverslaving,
dat nergens terecht kon omdat elke kliniek alleen haar eigen stukje wilde behandelen,
waardoor ze op wachtlijsten bleef staan.

Voor toekomstige juristen en professionals benadrukte zij dat we moeten leren kijken naar
de 'hele film' in plaats van slechts één 'scène'. Een dossier vol labels en onwaarheden
bepaalt vaak de blik van de professional nog voordat het gesprek is begonnen. Bruyning
riep op om de 'systeemoortjes' uit te zetten en de 'mensoren' te gebruiken om de vraag
achter de vraag te horen. Zij vatte de noodzakelijke veranderingen samen in de volgende
punten:
 Een verandering van mindset waarbij echt luisteren en niet oordelen centraal
staan.
 Aandacht voor de context en het unieke verhaal van elk gezin.
 Betere samenwerking in de keten om versnippering van hulp tegen te gaan.
 Het herstellen van vertrouwen in zowel ouders als professionals om buiten kaders
te durven treden.




5

,Uiteindelijk stelt Bruyning dat we niet elk kind kunnen redden, maar dat we wel de
verantwoordelijkheid hebben om te reflecteren op ons eigen handelen. De vraag die elke
student moet meenemen is wat zij persoonlijk zullen doen op het moment dat regels
mensen raken.




Hoorcollege 3 – Verhuiszaken
Indien er gezamenlijk gezag is, moet de ene ouder aan de andere ouder toestemming
vragen om te verhuizen. Krijg je die toestemming niet, dan kun je vervangende
toestemming vragen aan de rechter. Redenen om te (willen) verhuizen, volgend uit
empirisch onderzoek:
 Moeilijkheden met huisvestiging/woonmogelijkheden;
 Werk- of studiemogelijkheden;
 Nieuwe partner of nieuw gezin beginnen;
 Verhuizen naar familie en vrienden (netwerk);
 Terug naar plek van opgroeien;
 Afstand nemen van ex-partner (wraak, conflict, onveiligheid).

Geschillen m.b.t. gezagsuitoefening
De juridische grondslag voor verhuiszaken ligt in art. 1:253a lid 1 BW (algemene
geschillenregeling van gezamenlijk gezag): ‘In geval van gezamenlijke uitoefening van
het gezag kunnen geschillen hieromtrent op verzoek van de ouders of van een van hen
aan de rechtbank worden voorgelegd. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als
haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.’ Lid 2 stelt om wat voor geschillen
het kan gaan: conflicten over omgangsregeling, schoolkeuze, hoofdverblijfplaats kind,
geslachtsnaamswijziging, besnijdenis, medische behandeling of verhuizing.

Gezamenlijk gezag
Art. 1:247 lid 1 en 3 BW: Het ouderlijk gezag omvat de plicht en het recht van de ouder
zijn minderjarig kind te verzorgen en op te voeden (lid 1). Het ouderlijk gezag omvat
mede de verplichting van de ouder om de ontwikkeling van de banden van zijn kind met
de andere ouder te bevorderen (lid 3).

Verkrijging gezag
Van rechtswege:
• Geboortemoeder (art. 1:253b BW);
• Tijdens formele relatie van de ouders (huwelijk of gp) (art. 1:251/1:253aa BW);
• Tijdens formele relatie van een ouder en niet-ouder (bijv. mee-moederschap) (art.
1:253sa BW);
• Vanaf 1-1-2023 gezag van rechtswege na erkenning (art. 1:251b BW).

Aantekening gezagsregister:
 Ongehuwde ouders (art. 1:252 jo. 1:244 BW).

Rechterlijke uitspraak:
• Gezamenlijk of eenhoofdig gezag juridische ouder(s) (art. 1:253c BW);
• Ouder en een ander met family life (art. 1:253t BW);
• Herstel gezamenlijk gezag na scheiding (art. 1:253o BW).

Gezag na einde relatie
Het gezag loopt door na scheiding of beëindiging van de informele relatie. Dat geldt voor
zowel gehuwden (art. 1:251a BW) als ongehuwden (art. 1:253n BW). Kinderen hebben
daarnaast recht op een gelijkwaardige opvoeding door beide ouders met gezag (art.
1:247 lid 4 en 5 BW). HR 21 mei 2020, ECLI:NL:HR:2010:BL7407: gelijkwaardig
impliceert geen 50/50-verdeling. Gaat om kwaliteit, niet kwantiteit.

6

,Beëindiging gezamenlijk gezag op verzoek
Gezag kan worden beëindigd door een verzoek om eenhoofdig gezag na scheiding (art.
1:251a lid 1 BW). Criteria waaraan voldaan moet zijn:
 Klem- en verloren criterium: Er bestaat een onaanvaardbaar risico dat het kind
klem- of verloren raakt tussen beide ouders. Dit gebeurt meestal door ernstige en
langdurige communicatieproblemen, aanhoudende conflicten of onwil om samen
beslissingen te nemen over de verzorging en opvoeding;
 Anderszins in belang van het kind.
In andere situaties, bijvoorbeeld een tijd na de scheiding, kan een tot verzoek eenhoofdig
gezag via art. 1:253n BW worden toegekend. Dezelfde criteria zijn dan van toepassing.

Ontwikkeling gezag na einde relatie
Voor 1995 eindigde gezamenlijk gezag automatisch na het einde van het huwelijk. De ene
ouder werd voogd, de andere ouder toeziend voogd. HR 4 mei 1984: dit huidig recht is
in strijd met art. 8 EVRM, het moet mogelijk zijn om gezamenlijk gezag te laten
doorlopen na gezamenlijk verzoek van de ouder. In 1995 werd het wettelijk geregeld dat
gezamenlijk gezag kan doorlopen op gezamenlijk gezag van de ouders. In 1998 werd dit
weer omgegooid: wettelijk geregeld dat gezamenlijk gezag automatisch doorloopt, tenzij
eenhoofdig gezag in het belang van het kind is. HR 10 september 1999: slechte
communicatie tussen ouders is niet voldoende voor toewijzing eenhoofdig gezag. Het
kind moet klem en verloren (dreigen te) raken tussen de ouders.

Juridische grondslagen verhuiszaken
Art. 1:377a lid 1 BW:
Het kind heeft het recht op omgang met zijn ouders en met degene die in een nauwe
persoonlijke betrekking tot hem staat. De niet met het gezag belaste ouder heeft het
recht op en de verplichting tot omgang met zijn kind.

Art. 1:377b lid 1 BW:
De ouder die met het gezag is belast, is gehouden de niet met het gezag belaste ouder
op de hoogte te stellen omtrent gewichtige aangelegenheden met betrekking tot de
persoon en het vermogen van het kind en deze te raadplegen - zo nodig door
tussenkomst van derden – over daaromtrent te nemen beslissingen. Op verzoek van een
ouder kan de rechter ter zake een regeling vaststellen.
 Betreft de informatie- en consultatieplicht.

Art. 1:247 lid 3 BW:
Het ouderlijk gezag omvat mede de verplichting van de ouder om de ontwikkeling van de
banden van zijn kind met de andere ouder te bevorderen (lid 3).

Internationale grondslagen
 Art. 8 EVRM: recht op familie- en gezinsleven (family life);
 Art. 9 lid 3 IVRK: recht op omgang met ouders;
 Recommendation on Preventing and Resolving Disputes on Child
Relocation: niet-bindend instrument; uitgangspunten voor verhuiszaken;
 Washington Declaration on International Family Relocation: ziet op
international verhuiszaken.

Ouderschapsplan
Ingevoerd in 2009 in de Wet Bevordering Voortgezet Ouderschap en Zorgvuldige
Scheiding; verplichtte het ouderschapsplan. Wilde de conflicten na scheiding tussen
ouders met gezamenlijk gezag beperken. Het ouderschapsplan is verplicht bij een
scheidingsverzoek met gezamenlijke kinderen (art. 815 lid 2 Rv) en ook voor
ongehuwde ouders die samen gezag hebben (art. 1:247a BW).

Verplichte afspraken over (art. 815 lid 3 Rv):
• Verdeling van zorg- en opvoedingstaken/omgang (sub a);
• Regeling m.b.t. informatie en consultatie (sub b);
• Regeling m.b.t. kosten verzorging en opvoeding v/d minderjarige kinderen (sub c);

7

,  Ouders moeten vermelden hoe kinderen bij opstellen van ouderschapsplan zijn
betrokken (art. 815 lid 4 Rv).

Hoe gaan rechters hiermee om?
Art. 1:253a lid 1 BW:
In geval van gezamenlijke uitoefening van het gezag kunnen geschillen hieromtrent op
verzoek van de ouders of van een van hen aan de rechtbank worden voorgelegd. De
rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk
voorkomt.

Belangen en omstandigheden
HR 25 april 2008 (Zwitserse verhuizing): Naast het uitgangspunt uit art. 1:253a BW
(belang van het kind meenemen), moeten alle relevante omstandigheden van het geval
en belangen van alle betrokkenen worden meegenomen. Het belang van anderen kan
soms zwaarder wegen dan het belang van het kind.
Voorbeeld uit de rechtspraak (ECLI:NL:RBMNE:2019:1394) hoe de belangenafweging
dan werkt: Dit brengt mee dat de rechter een afweging dient te maken tussen het belang
van de minderjarigen om in een rustige en stabiele opvoedingssituatie op te groeien en
daarbij de mogelijkheid tot contact met de vader als niet-verzorgende ouder te behouden,
het belang van de moeder om een nieuw bestaan op te bouwen en het belang van de
vader om deel te blijven uitmaken van het leven van de minderjarigen.’

Verhuiscriteria – een hulpmiddel? (lijstje uit 2014)
1. Het recht en belang van de verhuizende ouder en de vrijheid om leven opnieuw in
te richten;
2. De noodzaak om te verhuizen;
3. Mate waarin de verhuizing is doordacht en voorbereid;
4. Geboden alternatieven en maatregelen om de gevolgen te compenseren;
5. De mate waarin de ouders in staat zijn tot communicatie en overleg;
6. De rechten van de ouder en de minderjarige op onverminderd contact in
vertrouwde omgeving;
7. De verdeling van de zorgtaken en de continuïteit van de zorg;
8. De frequentie van het contact tussen de minderjarige en de andere ouder;
9. De leeftijd van de minderjarige, zijn mening en de mate waarin de minderjarige
geworteld is in zijn omgeving;
10. De (extra) kosten van de omgang na de verhuizing.

Vervangende toestemming – rechtspraakanalyse uit het proefschrift van
Kostense
Verhuiszaken zijn casuïstisch van aard: de uitkomst is moeilijk te voorspellen. Het lijkt
soms of ogenschijnlijk gelijke zaken een verschillende uitkomst hebben, wat de
rechtszekerheid in gevaar brengt. In ongeveer 30% van de gevallen lijkt de vervangende
toestemming te worden gegeven. Het lijstje met verhuiscriteria wordt zeer uiteenlopend
toegepast; er zijn verschillende lijstjes en de rechter past de criteria heel verschillend toe.
Er wordt een grote nadruk op ‘noodzaak’ (assumptie) en ‘contact met de achterblijvende
ouder’ gelegd. Tot slot vindt er op rechtspraak.nl een selectiebias plaats: alles wat op
deze site wordt geplaatst, wordt beoordeeld door de betreffende personen. Alleen de
uitzonderingsgevallen worden gepubliceerd; een hele hoop dus ook niet.

Belang van het kind
Rechter dient een beslissing in een verhuiszaak te maken in het belang van het kind. Wat
is het belang van het kind? Dit wordt onderzocht in het proefschrift van Kostense.

Onderzoeksvraag:




8

,Vragenlijstonderzoek
Drie groepen mensen zijn met elkaar vergeleken: jongvolwassenen 16-35 jaar:
1. Ouders nog bij elkaar;
2. Ouders scheiding;
3. Scheidingsgerelateerde verhuiszaak.

Waren verschillen in huidig welzijn. Verschillen komen niet door gebeurtenissen, maar
hangen samen met ouderlijk conflictniveau en andere stressvolle gebeurtenissen. Bij de
verhuisgroep was veruit het hoogste conflictniveau, speelde ook vaak huiselijk geweld.

Interviewstudie
 Interviews met 25 ervaringsdeskundigen
• Persoonlijke ervaringen en mening lopen sterk uiteen, afhankelijk van context
• Patroon:
o Veel respondenten niet betrokken bij beslissingen van ouders en vonden
dat niet fijn, andersom vonden mensen die wel betrokken worden dat heel
fijn.
o Sociale gevolgen van scheiding heel zwaarwichtig: bijv. verliezen van
vriendschappen heel pijnlijk.
o Veel respondenten hadden het fijn gevonden als ze een steunfiguur hadden
gehad.
• Frequent een hoog ouderlijk conflictniveau, financiële problemen & huiselijk
geweld

Leila en Elias (ECLI:NL:GHDHA:2024:2581)
Casus:
Partijen hebben samen twee minderjarige kinderen van 11 en 8 jaar oud. De kinderen
hebben hun hoofdverblijf bij de moeder. Tussen partijen geldt een zorgregeling waarbij de
kinderen ongeveer 80% van de tijd bij de moeder verblijven en 20% bij de vader. De
moeder heeft de wens om te verhuizen naar een andere regio. De rechtbank heeft haar
eerdere verzoek om vervangende toestemming voor deze verhuizing afgewezen. De
moeder heeft zich hier niet mee kunnen verenigen en heeft hoger beroep ingesteld,
waarbij zij het hof alsnog verzoekt vervangende toestemming voor de verhuizing te
verlenen. Volgens de moeder bestaat er een duidelijke noodzaak voor de verhuizing. Zij
stelt dat zij inmiddels een bestendige relatie heeft en samen met haar nieuwe partner
een samengesteld gezin wil vormen. Daarnaast hebben zij concrete trouwplannen.
Volgens de moeder is het voor haar niet mogelijk om deze toekomstplannen binnen de
huidige regio te realiseren. Zij voert verder aan dat zij momenteel veel reistijd heeft
vanwege de afstand tussen haar woonplaats en die van haar partner. Door de verhuizing
zouden de reistijd en de daarmee samenhangende kosten aanzienlijk verminderen. De
vader betwist dat sprake is van een daadwerkelijke noodzaak om te verhuizen. Volgens


9

, hem zijn de door de moeder aangevoerde omstandigheden onvoldoende zwaarwegend
om een verhuizing van de kinderen te rechtvaardigen. Daarbij wijst hij erop dat de extra
reistijd voor de kinderen beperkt is. Waar de reistijd voorheen ongeveer 30 minuten
bedroeg, zou deze na de verhuizing ongeveer 60 minuten bedragen, zodat feitelijk sprake
is van een verlenging van slechts 30 minuten. De vader stelt verder dat de kinderen zelf
geen wens hebben om te verhuizen en dat zij gebaat zijn bij continuïteit in hun huidige
woon- en leefomgeving.

Uitspraak:
Bij de te maken belangenafweging gaat het – kort gezegd – enerzijds om het belang van
de moeder om met de minderjarigen naar [plaats 1] te verhuizen teneinde aldaar met
[partner van de moeder] en zijn kinderen een nieuw leven op te bouwen en anderzijds om
het belang van de vader en de minderjarigen op onverminderd contact met elkaar in een
voor hen vertrouwde omgeving.

Gebleken is dat de moeder sinds juni 2021 een bestendige relatie heeft met [partner van
de moeder]. Die relatie kenmerkt zich tot op heden als een ‘LAT-relatie’. Dit heeft tot
gevolg dat de moeder en de minderjarigen gedurende de week op twee respectievelijk
drie verschillende locaties verblijven: in de woning van de moeder in [plaats 3] , in de
woning van haar partner in [plaats 1] en (de minderjarigen ook) in de woning van de
(ouders van de) vader in [plaats 4] . De moeder heeft onbetwist gesteld dat dit niet alleen
haar veel energie kost en financieel veel van haar vraagt, maar ook dat dit een weinig
rustige situatie voor de minderjarigen betreft. Ook de vader heeft onbetwist naar voren
gebracht dat de huidige situatie voor de minderjarigen onrustig is en onzekerheid bij hen
oproept. Het hof laat dit argument zwaar meewegen. Temeer, nu de moeder
onweersproken heeft gesteld dat zij haar huidige woning hoe dan ook moet verlaten en zij
ondanks vele pogingen daartoe nog geen betaalbare vervangende (huur)woning heeft
kunnen bemachtigen. Naar het oordeel van het hof is de huidige situatie derhalve niet in
het belang van de minderjarigen en alleen al om die reden voor een ieder van de
betrokkenen onhoudbaar.
Een verhuizing naar (de woning van de partner van de moeder in) [plaats 1] betekent dan
ook niet alleen dat de minderjarigen verhuizen naar een plaats en woning die hun bekend
is, maar ook dat zij in een ruimere woning verder kunnen opgroeien. Daarnaast zullen de
minderjarigen zich tussen minder verschillende woningen hoeven te verplaatsen. Het hof
is voorts gebleken dat een verhuizing van de moeder met de minderjarigen naar (de
woning van de partner van de moeder in) [plaats 1] financieel gunstig is. De woonlasten
van de woning van de moeder in [plaats 3] zullen komen te vervallen en de woonlasten
van de partner van de moeder zijn, naar de onbetwiste stelling van de moeder, draagbaar
op uitsluitend het salaris van haar partner. De moeder heeft daarbij onweersproken
gesteld dat haar financieel perspectief, en daarmee dat van de minderjarigen, daardoor
veel beter en stabieler wordt en zij de minderjarigen daarmee (financieel) een betere
toekomst kan bieden, waarbinnen zij, anders dan nu het geval is, kunnen gaan studeren.

Het hof is, na voornoemde belangenafweging te hebben gemaakt, van oordeel dat de
verzochte vervangende toestemming tot verhuizing alsnog aan de moeder moet worden
verleend. Het hof licht dat als volgt toe.

Nour en Julian (ECLI:NL:GHARL:2025:19)
Casus:
Partijen hebben samen twee minderjarige kinderen van 14 en 13 jaar oud. De kinderen
hebben hun hoofdverblijf bij de vader. Tussen de moeder en de kinderen vindt op dit
moment geen contact plaats. De vader is zonder toestemming van de moeder en zonder
voorafgaande toestemming van de rechter verhuisd naar een andere woonplaats, terwijl
dit in strijd was met het ouderschapsplan. Nadat de verhuizing reeds had
plaatsgevonden, heeft de rechtbank alsnog vervangende toestemming verleend voor de
verhuizing. De moeder heeft zich met deze beslissing niet kunnen verenigen en heeft
hoger beroep ingesteld. In hoger beroep verzoekt zij het hof om de vader te gebieden
terug te verhuizen naar de oorspronkelijke regio. De vader stelt dat er een noodzaak
bestond om te verhuizen. Volgens hem was het niet mogelijk om met zijn nieuwe
echtgenote samen te wonen binnen de oorspronkelijke regio. Daarnaast voert hij

10

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
May 13, 2026
File latest updated on
May 23, 2026
Number of pages
48
Written in
2025/2026
Type
Class notes
Professor(s)
.
Contains
All classes

Subjects

$7.12
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller
Seller avatar
DevinVU
5.0
(1)

Get to know the seller

Seller avatar
DevinVU Vrije Universiteit Amsterdam
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
9
Member since
2 year
Number of followers
3
Documents
11
Last sold
1 day ago

5.0

1 reviews

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions