Observaties, begeleiding en doelen voor W.P. Examenverslag:
Begeleiding van een (SG) LVB-cliënt
Wie is W.P?
W.P., geboren op 15 september 1959, is een man met een niet-aangeboren hersenletsel (NAH), veroorzaakt
door een auto-ongeluk. Dit hersenletsel heeft grote invloed op zijn gedrag en functioneren. In het verleden
werd bij W.P. een licht verstandelijke beperking vastgesteld, maar tegenwoordig wordt zijn niveau ingeschat als
matig-ernstig verstandelijk beperkt.
Door zijn spraakstoornis is W.P. moeilijk te verstaan en zijn traagheid in informatieverwerking, zwak geheugen,
en zwart-wit denken bemoeilijken zijn dagelijks functioneren. Hij uit emoties duidelijk, van blijdschap en humor
tot boosheid, en reageert positief op grapjes en communicatie in het Drents dialect. De laatste jaren laat hij
meer verdriet zien door zijn achteruitgang, wat hem kwetsbaar en onzeker maakt.
W.P. is afhankelijk van begeleiding en toont imponerend gedrag (dreiggedrag, luidruchtig of zich groter maken)
wanneer hij zich niet serieus genomen voelt. Zijn karakter is te omschrijven als humoristisch, traag, slordig,
eigenwijs, star, wisselend van stemming, met neigingen tot zelfverwaarlozing en opvliegendheid.
Verantwoording van mijn aanpak en samenwerking
Tijdens mijn begeleiding van W.P., een LVB-cliënt, heb ik een gestructureerd stappenplan toegepast om zijn
stemming en gedrag nauwkeurig te monitoren en hierop effectief in te spelen. Dit plan verdeelt stemmingen in
duidelijke fasen, variërend van ontspannen (groen) tot overspannen (rood). Deze indeling stelde mij in staat de
behoeften van W.P. in diverse situaties beter te begrijpen en een passende ondersteuning te bieden.
In complexe situaties, zoals wanneer W.P. zich in de rode fase bevond (overspannen), zorgde ik ervoor dat de
omgeving veilig bleef en de situatie niet verergerde. Dit deed ik door W.P. op een kalme manier te benaderen
en hem naar zijn kamer te begeleiden, zodat hij daar kan kalmeren. In de oranje fase (gespannen) paste ik soms
humor toe om de spanning te verminderen en vermeed ik directe reacties op uitdagend gedrag om escalatie te
voorkomen.
Het stappenplan dat ik gebruikte is gebaseerd op het “Traffic Light Model”, een binnen de organisatie erkende
methodiek voor signalering en interventie bij moeilijk verstaanbaar gedrag. Dit model helpt om tijdig
spanningsopbouw te herkennen en gepaste ondersteuning te bieden door middel van de gemaakte afspraken
en doelen met familie en personeel voor W.P.
Ondersteuning bij gedrag
Gedurende mei 2025 heb ik regelmatig tussentijdse evaluaties gehouden:
Datum Setting Belangrijkste uitkomsten
23 mei Multidisciplinair Nieuwe rustmomenten ingepland na de lunch; afspraak om humor bewust
overleg als interventie in te zetten
27 mei Teamoverdracht Gestegen alertheid en verbale en non-verbale communicatie dankzij
vertraagde ochtendstart
31 mei Telefonisch met Bevestiging dat kleurfasen-uitleg wordt toegepast; minder onzekerheid bij
familie familie
1
, Mensen met licht verstandelijke beperking met moeilijk verstaanbaar gedrag Esther Boom
Deze evaluaties tonen aan dat tijdig aanbieden van rustige activiteiten in de gele fase de overgang naar oranje
of rood voorkomt. Het resultaat is zichtbaar afgenomen in het aantal incidenten na 27 mei 2025.
Om W.P. te ondersteunen in het reguleren van zijn gedrag, heb ik hem activiteiten aangeboden en gezorgd
voor een duidelijke dagstructuur. In de blauwe fase (onderprikkeld) onderzocht ik of W.P.-behoefte had aan
rust of aan een activiteit. Ik ondersteunde hem met bijvoorbeeld puzzelen, het lezen van een boek of door het
voeren van een gesprek.
In de groene fase (ontspannen) liet ik W.P. zelf bepalen hoe hij contact wilde maken, terwijl ik beschikbaar
bleef voor ondersteuning. In deze fase ondernamen we vaak gezamenlijke activiteiten, zoals samen
koffiedrinken, het schilderen van betonnen beelden of buiten een ommetje maken in de rolstoel.
In de gele fase (licht gespannen), waarin W.P. sneller afgeleid was, bood ik rustige activiteiten aan en gaf ik
uitleg over de planning, zoals televisie kijken of de krant lezen. Met deze aanpak streefde ik naar een
verbetering van zijn gedrag en welzijn.
Tijdens teamvergaderingen besprak ik regelmatig tussentijdse evaluaties met collega’s over het verloop van
W.P. zijn gedrag en de effectiviteit van de ingezette interventies en doelen. We beoordelen signalen vanuit de
observaties, zoals spanningsopbouw en momenten van ontspanning. Zo ook spanningen of vermoeidheid wat
gezien wordt in de zorgmomenten van W.P., hierin zien wij als begeleiding ook degelijk zijn spanningsboog en
uithoudingsvermogen. Diverse interventies hadden merkbaar effect. Zo bleef W.P. op 27 mei alert en
spraakzaam, ondanks fysieke ongemakken, dankzij een rustige start van de dag en aangepaste dagstructuur.
Ook op 31 mei bleef zijn stemming stabiel "groen", mede door tijdig signaleren van vermoeidheid en aanbieden
van passende activiteiten zoals puzzelen.
Samenwerking met het netwerk
Een belangrijk onderdeel van mijn werk was de samenwerking met het team en de familie van W.P. Samen met
W.P zijn mentor en persoonlijk begeleider maakten we afspraken die ik vervolgens duidelijk communiceerde
met alle betrokkenen in het team en familie. Regelmatig overleg, zoals teamvergaderingen en
familiebijeenkomsten, zorgde ervoor dat iedereen op dezelfde lijn bleef. Bij uitdagend gedrag gaf ik het
netwerk praktische adviezen, zoals het rustig benaderen van W.P. en het belang van een vaste dagstructuur.
Ook benadrukte ik hoe humor kan bijdragen aan het verminderen van spanningen. Deze gezamenlijke aanpak
zorgde voor een consistente begeleiding. Concrete overlegmomenten vonden plaats tijdens dagelijkse
overdrachten, het multidisciplinair teamoverleg op 23 mei, en telefonisch contact met de familie. In deze
overleggen maakten we afspraken over rustmomenten, gedragsbenadering, voeding en het toepassen van het
stemmingsplan.
Professioneel netwerk: Elke dag om 13:00 uur en 15:30 uur vindt een beknopte overdracht plaats
waarin we controleren of gemaakte afspraken (bijvoorbeeld het gebruik van verdikkingsmiddel) zijn
nagekomen. Bij afwijkingen spreek ik onmiddellijk de verantwoordelijke collega aan en registreer dit in
het systeem (ONS).
Sociaal netwerk: De familie ontvangt maandelijks een plan van aanpak met concrete strategieën
(zoals een vaste dagstructuur en het gebruik van humor bij spanningsopbouw). Het proactief delen
van informatie heeft geleid tot meer vertrouwen en voorspelbaarheid, wat de kwaliteit van de
interactie tussen W.P. en zijn netwerk heeft verbeterd.
Netwerkondersteuning
Ik zorgde ervoor dat het netwerk de vastgestelde richtlijnen naleefde door onder andere verdikte dranken te
verstrekken ter preventie van verslikken, speciale maaltijden aan te bieden, en potentiële gezondheidsrisico’s
optijd te herkennen. Ik voerde regelmatige controles uit waarbij specifieke vragen werden gesteld aan collega’s
over het gebruik van verdikkingsmiddelen, bijvoorbeeld de juiste hoeveelheid (één schepje voor een grote kop
2