Klinische Psychologie 4: de reflectieve scientist particioner.
, 1. De transdiagnostische blik (1.8.4.6)
De transdiagnostische blik:
Door middel van deze studietaak is mijn manier van kijken naar psychologische problematiek en diagnostiek
verbreed en verdiept. Door te leren over de transdiagnostische benadering ben ik psychische klachten meer
gaan zien als uitingen van onderliggende processen in plaats van als losstaande stoornissen. Ik heb geleerd om
niet te blijven hangen in labels maar om meer te kijken naar wat voor een uniek individu bijgedragen heeft aan
het ontstaan van of in stand houden van hun klachten. Dit maakt dat ik ook met een meer open blik kan kijken
naar wat iemand nodig heeft, omdat dit niet vanzelfsprekend voor ieder persoon met dezelfde diagnose
hetzelfde is. Ik zal nu minder aannames doen op basis van de gestelde diagnose.
Persoonlijk zou ik het beste transdiagnostisch kunnen werken vanuit een integratief kader. Door verschillende
theorieën, perspectieven en informatie samen te brengen kan er denk ik meer volledig begrip ontstaan. Een
procesgerichte benadering, zoals ACT wat zich richt op een veranderbaar mechanisme van psychologische
flexibiliteit, past denk ik goed bij transdiagnostisch werken omdat het diagnose overstijgend is. Daarnaast kan
de perceptual control theory bruikbaar zijn als overkoepelend model omdat deze gedrag probeert te begrijpen
als doelgericht en betekenisvol, wat naar mijn mening aansluit bij een transdiagnostische visie.
Wat betreft het respectvol benaderen van gedrag dat gezien kan worden als symptoom van een stoornis denk ik
dat het van belang is om klachten te zien als betekenisvolle ervaring. Net zoals bijvoorbeeld gebeurd in de
Hearing Voices Movement. Ik denk dat het helpt om een nieuwsgierige houding aan te nemen en samen met
iemand te onderzoeken wat de inhoud, functie, betekenis of context is van het gedrag/de klacht. Door open
vragen te stellen en aandachtig te luisteren denk ik dat iemand zich meer gezien en gehoord zal voelen. Er
ontstaat meer ruimte voor de complexiteit van de mens wanneer er meer ingegaan wordt op de context van de
klachten. Hierdoor kan ontdekt worden hoe gedragingen/symptomen verschillen per individu, ongeacht een
mogelijk gedeelde diagnose. In de praktijk zouden we meer kunnen werken aan de hand van een
casusconceptualisatie of netwerkintake om meer oog te hebben voor het unieke individu. Er kan aandacht
worden besteed aan de levensgeschiedenis, iemands persoonlijke waarden, relaties en coping om op deze
manier verder te kijken dan enkel het simpelweg vaststellen of een bepaalde klacht wel of niet aanwezig is.
Modellen zoals HiToP en RDoC bieden, ondanks hun beperkingen, kansen om een verschuiving van categoriale
diagnostiek naar meer dimensioneel en procesgericht werken te ondersteunen.
Neurodiversiteit:
Wanneer we kenmerken van bijvoorbeeld autisme en ADHD zien als een variatie binnen de menselijke
diversiteit in plaats van als stoornis of afwijking denk ik dat in de klinische praktijk de focus kan verschuiven van
behandelen en oplossen naar begrijpen en ondersteuning. Interventies zullen zich mogelijk meer gaan richten
op het normaliseren van de ‘klachten’. Er zal daarnaast misschien meer aandacht zijn voor de (rol van de)
omgeving van de cliënten. We zullen als professionals misschien meer kijken naar mogelijkheden voor het
aanpassen van deze omgeving in plaats van ons voornamelijk te richten op het helpen van de cliënt om zich aan
te passen. In onderzoek zal er misschien meer aandacht zijn voor variatie van klachten tussen personen en voor
de context van de klachten.
Wat betreft het neurodiversiteitsparadigma ben ik van mening dat het een waardevolle ontwikkeling is. Het kan
stigma verminderen, waardoor mensen hopelijk meer verdraagzaam worden naar elkaar. Hierdoor zal er
misschien minder lijdensdruk ontstaan. Het verminderen van (zelf)stigma, erkennen van diversiteit en het meer
oog hebben voor sterke kanten van mensen kunnen argumenten zijn vóór het neurodiversiteitsparadigma. Er
zijn ook argumenten tegen te noemen. Bijvoorbeeld het risico dat ernstige beperkingen gebagatelliseerd
worden of dat de behoefte aan behandeling/ondersteuning van personen onderschat worden.
In het artikel van Waker wordt benadrukt dat gedrag contextafhankelijk is. Er wordt beschreven dat
misverstanden in communicatie ook begrepen kunnen worden als een wederzijds afstemmingsprobleem in
plaats van als een tekort van één partij. Het artikel nodigt mij uit om milder en nieuwsgieriger te zijn naar
anderen en meer oog te hebben voor mijn eigen aandeel. Ik heb een vriendin die enkele jaren geleden de
diagnose autisme heeft gekregen. Ondanks dat ik dit al vaak probeer te doen heeft dit artikel mij er meer
bewust van gemaakt dat ook ik mij aan kan passen. Bijvoorbeeld door al eerder met haar logistieke afspraken te
maken, zonder dat zij hier altijd om moet vragen.
Ontwikkeling als psycholoog:
Als psycholoog in opleiding heb ik geleerd dat classificerende en transdiagnostische vaardigheden elkaar