HC1: Wetenschappelijke ontdekkingen
Intellectueel eigendom: eigendomsrechten die mensen en organisaties hebben over hun
intellectuele creaties
• Voor beloningssysteem in de wetenschappelijke wereld: kapitaal, reputaties en
carrières
• Ook problematisch: vaak aangevochten door anderen en er is geen patentsysteem
Ontdekking: meest directe claim op kennis
Geschiedenis is rijk aan beroemde ontdekkingen die vaak gepaard gaan met controverses en
conflicten
HIV ontdekking
Team van Luc Montagnier (Parijs): isoleert een retrovirus van een AIDS-patiënt
Team van Robert Gallo (Washington DC): toont aan dat het retrovirus de oorzaak is van AIDS
Beiden claimen de ontdekking van het AIDS-virus (HIV) à rechtszaken over de toekenning
van het patent voor de bloedtest
Montagnier en Gallo werden beiden erkend als mede-ontdekkers à royalties van de
patenten voor de AIDS-test werden 50-50 verdeeld
2008: Nobelprijs toegekend aan Montagnier en niet aan Gallo à teleurstellend
Uranus ontdekking
William Herschel: ontdekte via een stereoscoop Uranus (kometen en planeten bewegen
door de cellen heen, het was een eind opgeschoven dus het kon geen ster zijn) à tussen 17
en 19 maart neemt hij verplaatsing waar (de komeet)
John Flamsteed: had Uranus tussen 1690 en 1781 maar liefst 17 keer waargenomen en
geregistreerd als een ster (hij identificeerde het niet als een planeet vanwege zijn trage
beweging aan de hemel)
Wiskundigen: probeerden de baan van een komeet te reconstrueren, maar hun poging
faalden
Nevil Maskelyne: vermoeden van het bestaan van een planeet die verantwoordelijk zou
kunnen zijn voor de afwijkingen in de baan van de komeet
Anders Lexell: deed pogingen om de baan van de planeet te reconstrueren, waardoor de
groeiende consensus over het bestaan ervan werd versterkt
Groeiende consensus over het bestaan van de planeet, waren er door Herschel nog steeds
twijfels
,Vitamine B1 ontdekking
Beriberi was eind 19e eeuw een ernstig probleem in het koloniale leger en gevangenissen in
Nederlands-Indië. Het tast het zenuwstelsel aan en had een snelle, dodelijke opkomst.
Tijdens de Atjeh-oorlogen brak beriberi vaak uit in legerkampen en gevangenissen.
De Nederlandse regering stuurde in 1886 de patholoog Pekelharing naar Java. Hij
concludeerde dat het geen bacterieziekte was.
Christiaan Eijkman
• Werkte in Java in een militair hospitaal.
• Zag in 1889 bij kippen zenuwproblemen ontstaan na dieet met gepolijste witte rijst,
die verdwenen na terugkeer naar zilvervliesrijst.
• Concludeerde: iets in de rijstvliesjes beschermt tegen zenuwaandoeningen.
• Stelling: rijstzemelen bevatten een stof tegen door micro-organismen geproduceerde
gifstoffen.
• Vroeg Adolphe Vorderman om onderzoek in gevangenissen → vond overtuigend
verband tussen beriberi en witte rijst (1897 gepubliceerd).
Gerrit Grijns
• Nam het onderzoek over in Java.
• In 1901 stelt hij dat niet alleen rijstzemelen maar ook bonen en peulvruchten
bescherming bieden → denkt aan een voedingsdeficiëntie.
• 1909: sluit bacteriële oorzaak uit.
• 1910: noemt het ontbrekende bestanddeel "zenuwvoedsel".
Christiaan Eijkman verzet zich aanvankelijk
• Geloofde lange tijd in een bacteriologische oorzaak.
• 1913: infectietheorie verzwakt.
• 1918: accepteert alsnog de term ‘vitamine’.
• 1929: ontvangt Nobelprijs voor zijn ontdekking (vitamineperspectief).
Internationale doorbraken
• 1912: Casimir Funk noemt de stof ‘vitamine’.
• 1926: Jansen isoleert de stof en noemt het thiamine.
• 1936: Robert Williams bepaalt de chemische structuur van thiamine en synthetiseert
het.
,Hindsight-bias: neiging om gebeurtenissen achteraf als meer specifiek, logisch en
voorspelbaar te zien
Matthew-effect (Robert Merton): wetenschappelijke erkenning wordt eerder toegekend aan
bekende wetenschappers
, Oefenvragen HC1
1. Wat was de oorspronkelijke hypothese van Christiaan Eijkman over de oorzaak van
beriberi?
A. Een tekort aan zenuwvoedsel
B. Een virusinfectie
C. Een bacteriële ziekteverwekker
D. Een genetische afwijking
2. Waarom werd beriberi vooral een probleem in het koloniale leger en gevangenissen in
Nederlands-Indië?
A. Vanwege slechte hygiëne
B. Vanwege een dieet met veel gepolijste witte rijst
C. Vanwege besmet drinkwater
D. Vanwege een erfelijke aanleg bij inlandse soldaten
3. Welke waarneming leidde Eijkman tot zijn doorbraak?
A. Soldaten met zilvervliesrijst werden nooit ziek
B. Kippen kregen zenuwschade bij een dieet van luxe gepolijste rijst
C. Grijns toonde aan dat bonen bescherming boden
D. Hij vond een bacterie in het zenuwweefsel van zieke patiënten
4. Wat was de rol van Adolphe Vorderman in het onderzoek?
A. Hij voerde dierproeven uit met kippen
B. Hij ontdekte thiamine
C. Hij deed grootschalig onderzoek in gevangenissen
D. Hij synthetiseerde vitamine B1
5. Welke stelling ondersteunde Gerrit Grijns in 1901?
A. Dat beriberi werd veroorzaakt door een virus
B. Dat voedingsmiddelen zoals bonen en rijstzemelen bescherming boden
C. Dat beriberi het gevolg was van een genetisch defect
D. Dat het een psychosomatische aandoening was
6. Waarom verzette Eijkman zich lange tijd tegen de voedingstheorie?
A. Hij was microbioloog en geloofde in infectieziekten
B. Hij had geen toegang tot de juiste laboratoriumfaciliteiten
C. Hij dacht dat het onderzoek van Grijns fout was
D. Hij vond vitamine een vaag concept
7. Welke term introduceerde Casimir Funk in 1912?
A. Thiamine
B. Polyneuritis
C. Vitamine
D. Zenuwstof