HC1: Standaardbeeld en empirisme
Descrip)eve benadering: houdt zich bezig met wat er feitelijk is gebeurd en hoe theorieën
zijn ontstaan
Onderzoekt hoe wetenschappers zich daadwerkelijk gedragen
Norma)eve benadering: richt zich op wat een goede theorie is, hoe wetenschappelijke
kennis gerechtvaardigd kan worden en hoe kennis is te onderscheiden van pseudokennis.
Bepaalt hoe wetenschappers zich zouden moeten gedragen
Common sense visie: wetenschap is een logische en systema)sche manier om kennis te
verkrijgen, gebaseerd op observa)es en experimenten en vrij van persoonlijke of
maatschappelijke vooroordelen.
Voorwaarden:
• Logische en feitelijke basis
• Repliceerbaarheid
• Falsifieerbaarheid
• Vrij van normen en waarden
• OnaJankelijk van externe invloeden
• Neutraal en onaJankelijk
• Maatschappelijk waardenvrij
Robert Merton
4 normen van ethos van wetenschap = CUDOS-normen
• Communism: gemeenschappelijk bezit van kennis
• Universalism: universele toepasbaarheid
• Disinterestedness: onpar)jdigheid
• Organized Skep)cism: georganiseerd scep)cisme (houding van twijfel of ongeloof)
CUDOS-normen kunnen ook norma)ef worden opgevat (beschrijven hoe wetenschap zou
moeten zijn, zelfs als het niet al)jd zo is)
VSNU-gedragscode:
1. Eerlijkheid en zorgvuldigheid
2. Betrouwbaarheid
3. Controleerbaarheid
4. Onpar)jdigheid
5. Verantwoordelijkheid
,Empirisme: benadrukt dat kennis gebaseerd is op waarnemingen en experimenten
Induc)eve methode speelt een centrale rol: specifieke waarnemingen à algemene weYen
Logisch posi)visme: filosofische stroming die als basis diende voor de moderne
wetenschapsfilosofie
• Vorming door groep geleerden
• Nadruk op empirische gegevens en logische analyse
• Variant van empirisme
Verifica)e-criterium van betekenis: uitspraak heeZ alleen betekenis als we kunnen
specificeren onder welke omstandigheden deze uitspraak waar is
Deduc)e: algemene uitspraken à specifieke conclusies
Als de premissen waar zijn, is de conclusie logisch noodzakelijk ook waar.
Bijvoorbeeld: Alle mensen zijn sterfelijk – Socrates is een mens à dus Socrates is sterfelijk
Induc)e: specifieke waarnemingen à algemene conclusies
Conclusie is waarschijnlijk, maar niet gegarandeerd waar.
Bijvoorbeeld: Deze zwaan is wit – Die zwaan is wit à dus alle zwanen zijn wit
Empirische cyclus: beschrijZ hoe theorieën gevormd, getoetst en aangepast worden op basis
van waarnemingen en experimenten.
, Oefenvragen HC1:
1. Welke benadering in de wetenschap beschrijft hoe wetenschappers zich daadwerkelijk
gedragen in plaats van hoe ze zich zouden moeten gedragen?
a) Normatieve benadering
b) Kritisch rationalisme
c) Descriptieve benadering
d) Logisch positivisme
2. Wat hoort niet bij het standaardbeeld van wetenschap?
a) Onafhankelijk van maatschappelijke invloeden
b) Gekleurd door waarden en normen
c) Gebaseerd op observaties en experimenten
d) Logisch en systematisch
3. De inductieve methode betekent dat je...
a) van een theorie vertrekt om observaties te verklaren
b) hypothesen test met logica
c) van specifieke observaties tot algemene wetten komt
d) een hypothese verifieert door deductie
4. Wat is een voorbeeld van deductie?
a) Deze zwaan is wit, dus alle zwanen zijn wit
b) Alle mensen zijn sterfelijk – Socrates is een mens – dus Socrates is sterfelijk
c) Deze mens is sterfelijk, dus mensen zijn sterfelijk
d) Ik observeer zwaartekracht, dus het is een natuurwet
5. Wat is een belangrijk verschil tussen deductie en inductie?
a) Deductie is alleen geldig als de conclusie waar is
b) Inductie garandeert een ware conclusie
c) Deductie is waarheidsbehoudend, inductie niet
d) Inductie volgt strikt uit logica, deductie niet
6. Wat stelt het verificatiecriterium van betekenis?
a) Elke uitspraak moet empirisch getoetst worden
b) Een uitspraak heeft pas betekenis als hij logisch consistent is
c) Een uitspraak is betekenisvol als we kunnen zeggen wanneer deze waar is
d) Alleen wiskundige uitspraken zijn betekenisvol
7. Wat is een kenmerk van logisch positivisme?
a) Alle kennis komt voort uit intuïtie
b) Alleen zintuiglijke ervaring telt als kennis
c) Nadruk op deductie en logica zonder waarneming
d) Een combinatie van metafysica en empirie