LEERPROBLEMEN EN ONTWIKKELINGSPROBLEMEN (200300085)
Inhoudsopgave
Hc 01 .................................................................................................................................................................. 2
Begrippenlijst HC 1 ...................................................................................................................................................... 3
Hc 02 .................................................................................................................................................................. 4
Begrippenlijst HC 2 ...................................................................................................................................................... 9
Hc 03 ................................................................................................................................................................ 10
Begrippenlijst HC 3 .................................................................................................................................................... 17
Hc 04 ................................................................................................................................................................ 18
Begrippenlijst HC 4 .................................................................................................................................................... 26
Hc 05 ................................................................................................................................................................ 26
Begrippenlijst HC 5 .................................................................................................................................................... 29
Hc 06 ................................................................................................................................................................ 30
Begrippenlijst HC 6 .................................................................................................................................................... 37
Hc 07 ................................................................................................................................................................ 38
Begrippenlijst HC 7 .................................................................................................................................................... 43
Hc 08 ................................................................................................................................................................ 44
Begrippenlijst HC 8 .................................................................................................................................................... 48
Artikelen ........................................................................................................................................................... 49
Methoden en technieken van gedragstherapie – Prins e.a. - Volledig ........................................................................ 49
Handboek psychodiagnostiek voor de hulpverlening – Begeer e.a. - Hoofdstuk 1, 2 & 3 ......................................... 67
Protoculair, transdiagnostisch of modulair – Bodden e.a. - Hoofdstuk 16 ................................................................. 68
De diagnostische cyclus – De Bruyn e.a. - Hoofdstuk 9 & 10 ................................................................................... 69
Gezinnen met meervoudige en complexe problemen – Knot e.a. - Hoofdstuk 6 & 9 ................................................ 70
Exposure – Luijer - Hoofdstuk 4 & 5 ......................................................................................................................... 72
Behandeling van discaculie – Ruijssenaars e.a. - Hoofdstuk 10................................................................................. 73
Zicht op effectiviteit – Van Yperen e.a. - Hoofdstuk 1 .............................................................................................. 74
Behandeling gehandicaptenzorg – BPSW e.a. – Volledig.......................................................................................... 75
Richtlijn ADHD – BPSW e.a. - Hoofdstuk 4 & 5 ...................................................................................................... 76
Mapping evidence-based treatments – Chorpita e.a. - Volledig ................................................................................. 78
Trauma-informed parenting programs – Liu e.a. - Volledig ...................................................................................... 80
Therapies for individuals with intellectual disabilities– Poku e.a. - Volledig ............................................................ 81
Contextueel behandelen - Stolper - Volledig.............................................................................................................. 83
Protocol dyslexie - Tijms – Hoofdstuk 1 (1.1 - 1.8) & 3 (3.1 - 3.10) ......................................................................... 84
Psychosociale aspecten van een leerstoornis - Toll, e.a. - Volledig ........................................................................... 86
(Extra) overzicht analyses + conditionering ................................................................................................... 87
,Hc 01
(Ortho)pedagogiek als handelingswetenschap & behandelingsperspectieven
In dit hoorcollege staat drs. M. E. (Martine) Mönch allereerst stil bij de opbouw van de cursus. Ook worden verschillende disciplines besproken,
waaronder die van de (ortho)pedagogiek. Vervolgens wordt het cyclische karakter van methodisch handelen besproken, waarbij de regulatieve
cyclus van Van Strien (1986) en de therapiecyclus van De Bruyn en collega’s (2005) centraal staan. In dit eerste hoorcollege wordt verder
aandacht besteed aan verschillende behandelingsperspectieven, geïllustreerd aan de hand van verschillende theorieën en modellen.
Orthopedagogiek als handelingswetenschap
Verschillende disciplines binnen behandeling
• Psychiatrie (biomedisch perspectief/dsm)
• Ontwikkelingspsychologie
• Orthopedagogiek
o Met elkaar tot een geïntegreerd beeld komen, vanuit alle disciplines
Wat betekent dit voor het handelen van de orthopedagoog?
Theorieën
Psychodynamische theorie
• Freud; problemen in de vroege kinderjaren spelen een belangrijke rol in de ontwikkeling van problematiek
die er later is (id, ego, superego). Er is een balans tussen deze aspecten, maar ook conflicten.
Gehechtheidstheorie
• Onveilige hechting vs veilige hechting, kan een risico factor zijn of een beschermende factor
Leertheorie
• Probleemgedrag kan ontlokt worden door voorafgaande stimuli
Systeemtheorie
• Ecologisch; Bronfenbrenner; kind centraal in het midden.
• Gezinstherapeutisch; Structurele gezinstherapie, gezin is een zelf organiserend systeem, met hiërarchie en
subsystemen
Integrerende modellen
Biopsychosociaal model
• Je ziet dat individueel gedrag wordt bepaald door factoren op lichamelijk, psychisch en sociaal gebied
Balansmodel
• Balans tussen draaglast en draagkracht
Visies op normaliteit
• Normaliteit als afwezigheid van stoornissen
• Normaliteit als statistisch gegeven
• Normaliteit als ideale of gewenste toestand
• Normaliteit als succesvolle adaptatie
• Normaliteit als neurodiversiteit
Kwaliteit van theorievorming
• Practice-based evidence •
Evidence-based practice
o Wat werkt in de praktijk o Wat werkt volgens onderzoek
o Klinische expertise + client voorkeur
Evidence-based assessment + evidence-based treatment = evidence-based practice
Therapiecyclus (De Bruyn et al., 2005)
• Indicatieanalyse als scharnierpunt (tussen diagnostiek en behandeling/interventie)
• Planning
• Uitvoering
• Beoordeling van effect
Fasen in het hulpverleningproces
Regulatieve en empirische cycli
Regulatieve cyclus (Van Strien, 1984)
, • De regulatieve cyclus is een stappenplan voor probleemoplossend werken: van probleem herkennen tot
evalueren van de gekozen interventie.
• Je bent gelijktijdig hulpverlener (regulatief) en onderzoeker (empirisch)
Fasen van de regulatieve cyclus
• Probleemherkenning
• Probleemdefiniëring
• Keuze interventie
• Planning
• Uitvoering
• Eindevaluatie
Empirische subcycli (De Groot)
• De empirische cyclus is een wetenschappelijk stappenmodel om kennis te ontwikkelen: observatie →
inductie → deductie → toetsing → evaluatie.
Integratie cycli
De integratiecyclus is het proces waarin bevindingen uit de empirische cyclus worden samengevoegd tot nieuwe,
onderbouwde kennis of theorie.
Bij de analyse van probleemgedrag wordt eerst een theoretisch model gekozen.
Dit model geeft richting aan de verklaring van het probleemgedrag, de diagnostiek en de behandeling.
Holistische theorie (HT)
Vervolgens wordt een holistische theorie opgesteld. Hierin worden verschillende factoren rondom het kind
samengebracht (bijv. persoonsfactoren, omgeving, cognities, coping, stressoren en beschermende factoren).
Begrippenlijst HC 1
Begrip Uitleg
Psychodynamische theorie Freud: vroege kinderjaren bepalen latere problematiek. Concepten: id, ego,
superego. Conflicten en balans tussen deze drie beïnvloeden gedrag.
Gehechtheidstheorie Veilige vs. onveilige hechting. Hechting kan een risicofactor of beschermende
factor zijn voor ontwikkeling.
Leertheorie Gedrag wordt aangeleerd. Probleemgedrag kan worden uitgelokt door
voorafgaande stimuli (klassiek/operant leren).
Systeemtheorie – Ecologisch Kind staat centraal in verschillende systeemlagen (micro-, meso-, exo-, macro-
(Bronfenbrenner) en chronosysteem).
Systeemtheorie – Gezin is een zelforganiserend systeem met hiërarchie en subsystemen.
Gezinstherapeutisch Problemen ontstaan in interactiepatronen.
Biopsychosociaal model Gedrag wordt bepaald door biologische, psychologische en sociale factoren.
Balansmodel Balans tussen draaglast (risico’s) en draagkracht (beschermende factoren).
Problemen ontstaan wanneer draaglast > draagkracht.
Practice-based evidence Kennis uit praktijkervaring. Bruikbaar, maar nog onvoldoende wetenschappelijk
onderzocht.
Evidence-based practice Wetenschappelijk onderbouwde diagnostiek en behandeling. Bestaat uit:
evidence-based assessment, evidence-based treatment, klinische expertise en
cliëntvoorkeuren.
, Regulatieve cyclus Probleemoplossingsproces gericht op verandering. Stappen:
probleemherkenning → probleemdefinitie → interventiekeuze → planning →
uitvoering → evaluatie.
Empirische cyclus Wetenschappelijke cyclus gericht op kennisontwikkeling. Stappen: observatie →
inductie → deductie → toetsing → evaluatie.
Empirische subcycli Onderzoeksmomenten binnen behandeling: monitoring, voortgang meten,
hypotheses toetsen.
Integratiecycli Combinatie van regulatieve en empirische cyclus: tijdens behandeling blijf je
onderzoeken, bijstellen en evalueren.
Normaliteit Wat als ‘normaal’ wordt beschouwd binnen ontwikkeling en gedrag; afhankelijk
van leeftijd, cultuur en context.
Holistische theorie Kijkt naar het geheel van factoren rondom het kind (kind, gezin, school,
omgeving). Niet één oorzaak, maar meerdere niveaus.
Hc 02
Het leertheoretisch kader als behandelingsperspectie
Veel behandelingen bij kinderen en jongeren zijn gebaseerd op leertheoretische uitgangspunten. In de behandelingen wordt veelal een
combinatie van gedragsmatige en cognitieve technieken toegepast. In dit hoorcollege gaat drs. M. E. (Martine) Mönch in op hoe vanuit de
klassieke leertheorie, operante leertheorie en cognitieve theorie hypothesen geformuleerd kunnen worden over oorzakelijke en
instandhoudende factoren van (probleem)gedrag. Daarbij wordt eveneens de koppeling gemaakt naar interventies vanuit deze hypotheses
Leertheoretische benadering
De relatie tussen wetenschappelijke oriëntatie en behandeling…
Cognitief gedragstherapeutisch kader
Verklaart waarom een kind bepaald gedrag vertoont, welke omgevingsfactoren dit uitlokken en in stand houden, en
hoe cognities, ervaringen en de omgeving (incl. ouders) samenhangen met het probleemgedrag.
Kenmerken (cognitieve) gedragstherapie
• Ontwikkelingsperspectief
• Samenwerken met ouders, leerkracht en de context
• Gedragstherapie als probleemoplossend proces
• Niet praten, maar doen
• De therapeut als coach
Drie diagnostische trajecten
Getrapte diagnostiek:
Eerst kijken of (1) minimale diagnostiek voldoende informatie geeft. Vaak volgt (2) kortdurende diagnostiek,
waarbij via enkele gesprekken en hypothesen een passend behandelprotocol wordt gekozen (bijv. bij angst). Als dit
niet effectief is, kan (3) uitgebreide diagnostiek worden ingezet om de probleemsamenhang en instandhoudende
factoren beter te begrijpen. → Maatwerk: zo kort als mogelijk, zo lang als nodig.
Gedragstherapeutische assessmentmethoden
• Holistische theorie: verklarend model
• Probleemkeuze: 6 criteria (centraliteit, waarschijnlijkheidswaarde, problematische waarde,
concretiseerbaarheid, behandelbaarheid, leeftijd kind)
• Topografische analyse: beschrijven van gedrag
• Functieanalyse en betekenisanalyse: verklaren van gedrag
Behavioristisch model: Visie/mensbeeld
Gedrag is een functie van omgevingsinvloeden of ervaringen uit het verleden. Het is de uitkomst van een
leerproces.
• Gedrag is observeerbaar, analyseerbaar en meetbaar (psychodynamisch)
• Gedrag is te modificeren op basis van leerprocessen