Ontwikkelingsstoornissen
50 oefenvragen met 4 antwoord opties
, Vraag 1
Welke uitspraak sluit het best aan bij het ontwikkelingspsychopathologisch perspectief?
A. Psychopathologie ontstaat door interacties tussen kwetsbaarheid en contextfactoren
B. Ontwikkelingsuitkomsten worden grotendeels bepaald door opvoeding
C. Psychopathologie ontstaat door interacties tussen ontwikkeling, omgeving en
kwetsbaarheid
D. Ontwikkelingsstoornissen ontstaan door genen die ervoor zorgen dat genen zoals het
MOA gen tot uiting komen
Vraag 2
Waarom worden meisjes mogelijk ondergediagnosticeerd bij ontwikkelingsstoornissen?
A. Omdat ontwikkelingsstoornissen bij meisjes gemiddeld milder verlopen
B. Omdat meisjes minder symptomen van ontwikkelingsstoornissen vertonen
C. Omdat internaliserende klachten meestal buiten diagnostiek vallen
D. Omdat diagnostische criteria historisch sterker gebaseerd zijn op jongens
Vraag 3
Welke uitspraak over het principe van growing into deficits is het meest accuraat?
A. Problemen worden ernstiger door biologische veroudering
B. Problemen ontstaan pas wanneer een stoornis volledig ontwikkeld is
C. Vroege kwetsbaarheden worden zichtbaarder wanneer omgevingsverwachtingen
toenemen
D. Problemen verminderen wanneer een kind meer autonomie ontwikkelt, omdat wanneer
het kind groeit automatisch problemen minderen
Vraag 4
Waarom is een grote effectgrootte belangrijk bij interventieonderzoek?
A. Omdat statistische significantie weinig zegt over praktische impact
B. Omdat effectgrootte een indicatie geeft van de sterkte van een interventie
C. Omdat effectgroottes vooral belangrijk zijn binnen preventieonderzoek
D. Omdat kleine effecten meestal wijzen op onbetrouwbaar onderzoek
Vraag 5
Welke factor vormt het grootste risico voor een verminderde effectiviteit van een interventie
in de praktijk?
A. Beperkte statistische power bij de oorspronkelijke effectmeting
B. Randomisatie met controle groepen
C. Slechte implementatie en lage treatment fidelity
D. Heterogeniteit van de onderzoekspopulatie
Vraag 6
Waarom zijn resultaten uit efficacy-onderzoek niet altijd direct generaliseerbaar naar de
praktijk?
A. Omdat efficacy-onderzoek geen gebruik maakt van meetinstrumenten
B. Omdat dagelijkse settings meer variatie en beperkingen bevatten
C. Omdat effectiviteit in de praktijk altijd groter is
D. Omdat efficacy uitsluitend kwalitatief onderzoek gebruikt