Discipline van de milieubiologie
Binnen de milieubiologie staan de interacties tussen mens en natuur centraal. We
onderzoeken hoe menselijke activiteiten het milieu beïnvloeden én hoe
milieuproblemen op hun beurt impact hebben op de mens.
De wereldbevolking is de afgelopen decennia exponentieel gegroeid, wat
aanzienlijke gevolgen heeft voor de aarde en haar ecosystemen. Als
milieubiologen streven we ernaar om onze wetenschappelijke inzichten om te
zetten in praktische toepassingen die bijdragen aan het oplossen van
milieuproblemen en het bevorderen van een duurzame toekomst.
De aarde is enorm maar de systemen zijn eindig en beperkt. Dit betekent dat
hoewel de aarde groot lijkt, de hulpbronnen niet oneindig zijn. Wij mensen putten
de hulpbronnen van de aarde uit terwijl wij die juist nodig hebben willen we
blijven bestaan.
Het milieu zijn alle biotische, abiotische en menselijke structuren op aarde. Denk
dus aan dier, plant, tempratuur, wind maar ook aan de wegen, scholen en
gemeentes.
Milieubiologie maakt een connectie tussen antropogene milieu en de natuurlijke
milieu. We kunnen het in twee verschillende categorieën splitsen maar we
moeten begrijpen dat ze interactie hebben met elkaar.
Natuurlijk milieu:
Atmosfeer: is een dunne laag gassen rond de aarde met meerdere belangrijke
functies. Ze maakt ademhaling mogelijk door zuurstof en koolstofdioxide te
leveren, fungeert als bescherming tegen schadelijke zonnestraling, en helpt de
warmtebalans op aarde te behouden. Daarnaast is de atmosfeer verantwoordelijk
voor het weer en speelt ze een rol in de bestuiving en verspreiding van planten
door wind.
Hydrosfeer: bestaat uit al het water op aarde, waarvan slechts een klein deel
zoet en een nog kleiner deel bruikbaar is. Ze bevat diverse ecosystemen en
speelt een cruciale rol in de voedingsstoffenkringloop, het klimaat, en het weer
door warmteopslag, stromingen en verdamping.
Lithosfeer: is de harde buitenlaag van de aarde en bevat belangrijke
grondstoffen zoals metalen, fossiele brandstoffen en vruchtbare bodem. Ze is
essentieel voor energievoorziening, voedselproductie en het leven op aarde.
De biosfeer omvat al het leven op aarde en de omgeving waarin dat leven
voorkomt. Ze werkt samen met de atmosfeer, hydrosfeer en lithosfeer, doordat
organismen lucht, water en bodem nodig hebben. Alles is met elkaar verbonden.
Menselijke milieu:
Anthrosfeer: het gaat om de mens zelf, maar ook om alles wat door mensen is
gemaakt of veranderd. Denk aan gebouwen, wegen, steden, fabrieken,
landbouwgrond en technologie. Het omvat ook sociale systemen, zoals economie,
politiek, cultuur en onderwijs.
,Een hockeystickcurve eerst blijft de lijn lang vrij vlak, en daarna stijgt die plots
heel scherp. Deze curve zie je voorkomen bij de bevolkingsgroei en de
tempratuur van de aarde.
Milieuwetenschap is een interdisciplinaire studie. Dat betekend dat het kennis
en methoden uit meerdere wetenschappelijke disciplines combineert. Samen
vormen ze een praktisch vakgebied die wordt gebruikt om milieuproblemen op te
lossen.
- Natuurwetenschappen
- Sociale wetenschappen
- Geestenwetenschappen
Het doel van milieubiologie is duurzaamheid. Duurzaamheid: de behoeften van
mensen worden vervuld zonder de toekomst van de aarde in gevaar te brengen.
Het gaat dus niet om korte termijn oplossingen. Maar we zoeken een oplossing
die eeuwig kan werken en die niet noodzakelijkerwijs opnieuw hoeven bekijken.
Leef binnen de mogelijkheden van onze planeet zodat de aarde en haar
hulpbronnen ons en al het leven in de toekomst kunnen onderhouden.
Duurzaamheid omvat het behoud van hulpbronnen, het ontwikkelen van lange
termijn oplossingen en het behoud van volledig functionerende ecosystemen.
Natuurlijke hulpbronnen zijn alle stoffen en energiebronnen uit de natuur die
wij mensen nodig hebben om te overleven.
Hernieuwbare hulpbronnen: hulpbronnen die zichzelf aanvullen, meestal
binnen een mensenleven. Er zijn twee categorieën:
-Altijd beschikbaar: zoals zonlicht, wind, golf- of waterkracht. Deze raken nooit op
zolang de natuur blijft bestaan.
-Herstelbaar op korte termijn, maar kwetsbaar: zout, hout, water en een
vruchtbare bodem.
Deze kunnen opnieuw groeien of worden aangevuld, maar we kunnen ze ook
uitputten of vernietigen als we ze te snel gebruiken of vervuilen. We gaan water
niet verliezen maar we kunnen bruikbaar water wel uitputten.
Niet-hernieuwbare hulpbronnen: bestaan in beperkte hoeveelheden. Als ze
op zijn, zijn ze op menselijke tijdschaal niet meer te maken. Zoals steenkool,
aardolie, gas en metaalertsen zoals ijzer koper en goud.
Milieuproblemen, globale problemen:
- Uitputting van hulpbronnen
- Vervuiling
- Klimaatverandering:
- Verlies van biodiversiteit
Tragedy of the common:
Een gemeenschappelijke grond (common) is dus gemeenschappelijk stuk grond
of hulpbron die door iedereen gedeeld wordt, maar van niemand persoonlijk is.
De "tragedie" (de ramp) ontstaat als iedereen zijn eigen voordeel probeert te
halen, zonder rekening te houden met de gevolgen voor het geheel. Hierbij speelt
, een strijd tussen korte termijn belang van een individu en lange termijn belang
van alle. Je kunt de aandacht van mensen pakken wanneer je hen een eigen
stukje land geeft en zelf dus de consequenties mag hebben van zijn individuele
korte termijn fix.
Dit gebeurd bij de lucht met CO2 uitstoot en in oceanen met overbevissing.
Niemand voelt zich verantwoordelijk voor de gevolgen zolang we het in het hier
en nu maar goed hebben.
Tragedy of the commons is de meest voorkomende reden voor al deze globale
milieuproblemen.
Holocene: begon na de laatste ijstijd. De
menselijke bevolking was klein en stabiel.
Mensen leefden als jagers-verzamelaars: ze
verzamelden voedsel in de natuur, jaagden
op dieren of visten en leefden nomadisch,
trokken rond.
Wanneer een resource op raakte in een
bepaald gebied trokken ze weer weg.
Anthropocene: dit is een nieuw tijdperk
waarin de mens een grote invloed heeft op
het systeem van de aarde. Gekenmerkt door:
-Landbouwrevolutie: mensen gingen voedsel verbouwen, dieren temmen → meer
voedsel → groei van dorpen en steden.
-Industriële Revolutie: energie verbruik verschoof van dieren en water naar
fossiele brandstoffen
Landbouw revolutie
De landbouw revolutie zorgde voor een stabiele voedselvoorziening. Dankzij
nieuwe landbouwtechnieken (machines en tractoren) werd het mogelijk om altijd
voldoende voedsel te produceren.
Mensen gingen zich richten op een klein aantal (12) kleine gewassen. Daarnaast
houden mensen ook vee, zoals koeien, kippen en varkens, voor de productie van
vlees, melk en eieren.
Neolithisch revolutie: mensen stopte met jagers mentaliteit en gingen zich
focussen op het houden van vee en gewassen waardoor ze konden gaan
settelen in dropjes.
Kunstmest met stikstof en bestrijdingsmiddelen zorgde ervoor dat de planten
sneller konden groeien en geen concurrentie had waardoor opbrengst per hectare
groter werd. Door veredeling en later genetische modificatie zijn gewassen
ontwikkeld die: sneller groeien, meer voedsel per plant geven en beter bestand
zijn tegen droogte of ziekten.