Een handeling is moreel juist omdat zij voldoet aan een morele regel, niet omdat zij tot een goed
resultaat leidt. Een belangrijke deontoloog was Emmanuel Kant. Hij zocht naar één fundamenteel
moreel principe dat voor alle rationele wezens geldt, altijd en overal, en noemde dit het categorisch
imperatief. “Handel alleen volgens die maxime waarvan je tegelijkertijd kunt willen dat zij een
algemene wet wordt.” “Handel zo dat je de mensheid, zowel in je eigen persoon als in die van ieder
ander, altijd tegelijk als doel en nooit louter als middel gebruikt.” “Handel alsof jij door je maximes
altijd een wetgevend lid bent in een rijk der doelen.”
Intrinsieke waarde van de deontologie:
Autonomie: alle mensen hebben het recht om hun eigen beslissingen te nemen en als autonome
actoren te worden behandeld.
Eerlijkheid: mensen moeten eerlijk en rechtvaardig behandelen, ongeacht hun omstandigheden.
Verantwoordelijkheid: verantwoordelijkheid nemen voor je daden en er verantwoordelijk voor
worden gehouden.
Waarachtigheid: eerlijk en waarheidsgetrouw zijn tegenover anderen.
Gerechtigheid: rechtvaardig handelen
Gevolgen ethiek – consequentialisme – utilitarisme
Utilitarisme: het is moreel juist als het welzijn maximaliseert van het grootste aantal mensen. .
Maximaliseren van het nut of geluk van een groep kan betekenen dat sommige groepsleden geen
nut of alleen negatieve gevolgen kunnen ondervinden van een handeling. Het utilisme zouden dit
dus toestaan zolang het totale nut of geluk van de groep toeneemt; een soort kosten baten analyse
waarbij sommigen leden van een groep de kosten dragen en andere de bate. Het voordeel van
deze houding is dat er weinig tegenstrijdige principes tegen elkaar hoeven worden afgewogen,
want allen het resultaat, het nut, is leidend.
Consequentialisme: andere gevolgen ethische houding waarbij het niet perse in het belang is om
het grootste aantal mensen welzijn te dienen.
Regelconsequentialisme: handelingen worden beoordeeld op basis van regels die, als ze algemeen
gevolgd worden, de beste gevolgen opleveren.
Actieconsequentialisme: elke afzonderlijke handeling wordt direct beoordeeld op zijn of haar
gevolgen, dus je hebt geen vooraf opgestelde regels.
Peter Singer is een belangrijke gevolgen ethici: we zijn verplicht om welzijn te vergroten en lijden
te verminderen van jezelf, andere maar ook dieren. Hij slaat soms een beetje door hierin.
Deugdenethiek
Het uiteindelijke doel van een mens is om een deugdelijk persoon te worden en zo bij te dragen aan
een deugdelijk gemeenschap. Aristoteles was belangrijk voor de deugdenethiek en stelde een
aantal deugden op
Moed: de bereidheid om te handelen in overeenstemming met iemands waarden en overtuigingen.
Eerlijkheid: de praktijk om waarheidsgetrouw en oprecht te zijn in interactie met anderen.
Compassie: het vermogen om je in te leven en het verlangen te voelen om lijden te helpen
verlichten.
Eerlijkheid: de praktijk om anderen gelijk en rechtvaardig te behandelen, zonder discriminatie of
vooringenomenheid.
Verantwoordelijkheid: de bereidheid om verantwoordelijkheid te nemen voor je acties.
Doorzettingsvermogen: het vermogen om toegewijd te blijven tot een taak of doel.
Nederigheid: je beperkingen erkennen en bereid zijn fouten toe te geven.
Wijsheid: het vermogen om goede oordelen te vellen en kennis en ervaring te gebruiken om
weloverwogen beslissingen te nemen
Autonomie: een individu heeft het recht om, vrij en zonder dwang, eigen beslissingen te nemen,
met betrekking tot persoonlijke kwesties zoals levenskeuzes, overtuigingen, en medische
behandelingen.
Integriteit: onschendbaarheid van lichaam en geest
Morele actor: persoon die instaat is om eigen morele beslissingen te maken en die
verantwoordelijkheid kan nemen voor de gevolgen
Morele wezen: persoon die niet instaat is om eigen morele beslissingen te maken en die
verantwoordelijkheid kan nemen voor de gevolgen maar wel erkenning verdiend als moreel
, waardig.
------
Teleologie: iets bestaat omdat het een doel heeft
Topologie: patroon van relaties en verbinding
Relativisme: alles wordt relatief, verschilt per persoon, cultuur, land en provincie
Rationalisme: de rede is de belangrijkste bron van kennis
Empirisme: waarnemingen zijn de belangrijkste bron van kennis
Epistemologie: waar komt onze kennis vandaan?
Methodologie: wat is de juiste onderzoeksmethode?
Ontologie: waar bestaan we uit?
Descriptief: feiten en beschrijvingen van de werkelijkheid
-------
Narratieve identiteit: mensen weten wat goed is, omdat ze hun leven zien als een verhaal binnen
een traditie (MacIntyre)
Hypothetisch imperatief: regels die alleen gelden als je een bepaald doel hebt (Kant)
Categorisch imperatief: één fundamenteel moreel principe dat voor alle rationele wezens geldt,
altijd en overal (Kant)
Koninkrijk der Doelen: een ideale morele samenleving waarin iedereen handelt volgens het
categorisch imperatief, ieder behandelt zichzelf en andere als doel opzich en niet louter als middel.
Je bent vrij als je je handelen kan laten leiden door de rede. Je beschikt over autonomie wanneer
morele regels volgt omdat jij weet dat het universeel geldt. (Kant)
Persoonlijk reflectief evenwicht: samenhang tussen morele intuïtie en morele principes
(Rawls)
Maatschappelijk reflectief evenwicht: burgers met verschillende morele overtuigingen toch op
dezelfde morele principes uitkomen (Rawls)
Verschilprincipe: ongelijkheid wordt alleen gerechtvaardigd wanneer de minst bevooroordeelde
voordeel krijgt (Rawls)
Waardigheid: het respect dat een mens verdiend puur en alleen omdat het een mens is
Voorzorgsprincipe: een richtlijn voor besluitvorming waar nog wetenschappelijke onzekerheid is
maar mogelijke gevolgen onomkeerbaar zijn. De kern van het principe is dat het ontbreken van
volledig wetenschappelijk bewijs geen reden mag zijn om niets te doen wanneer er een reëel risico
bestaat voor mens, milieu of gezondheid.
Technological fix: met technologie wordt een maatschappelijk probleem snel opgelost terwijl de
oorzaak van het probleem niet wordt aangepakt. Mensen rijden te hard → meer verkeersdoden.
Auto’s krijgen een automatische snelheidsbegrenzer die harder rijden onmogelijk maakt. Het
gevaarlijke gedrag wordt technisch voorkomen, maar het onderliggende probleem (roekeloos
rijgedrag, verantwoordelijkheid, verkeerscultuur) wordt niet moreel of sociaal opgelost.
Fysieke objecten: bestaan onafhankelijk van een waarnemer zoals een boom, steen, mens en een
dier
Abstracte objecten: bestaan afhankelijk van een waarnemer zoals soorten, ecosystemen
Fysieke kenmerken van een object: dingen die je kan meten/ zien zoals kleur, vorm, massa
Abstracte kenmerken van een object: dingen die afhankelijk zijn van cognitie zoals eigendom,
waarde, functie
Nominalisme: eigenschappen zijn menselijke labels om dingen te groeperen
Conceptualisme: eigenschappen categoriseren niet perse door mensen maar ook niet zelfstandig,
logisch
Fenomenalisme: eigenschappen bestaan niet zonder de mens
Realisme: eigenschappen bestaan, onafhankelijk van onze waarneming
Emergentie: het geheel is meer dan de som der delen
Duitse romantiek: Duitsers wilde weer eenheid van mens en natuur inplaats van dat de mens zich
afzet van de natuur en het handelen laten leiden door de rede volgt zoals Kant dat wilde.
Land-ethisch holisme: iets is moreel als het bijdraagt aan de integriteit en schoonheid
(esthetische waarde) van een biotische gemeenschap. Hierin heeft het individu een instrumentele