10 questions
Name: Date: Score:
1. Hoogleraar Duijker (1959) maakt een onderscheid tussen basisdisciplines en
toepassingsgerichte disciplines. Welke van de volgende combinaties bevat
uitsluitend basisdisciplines volgens deze indeling?
A Arbeids- en organisatiepsychologie, ontwikkelingspsychologie en
methodeleer
B Onderwijspsychologie, sociale psychologie en functieleer
C Functieleer, ontwikkelingspsychologie en sociale psychologie
D Klinische psychologie, methodeleer en persoonlijkheidspsychologie
2. Volgens de criteria van Seligman e.a. (2001) wordt gedrag als pathologisch
beschouwd wanneer het 'irrationeel en onbegrijpelijk' is. Wat is het
kernkenmerk van dit specifieke criterium?
A Er is sprake van een controleverlies over de eigen impulsen.
B Het individu ervaart een significante mate van persoonlijk lijden.
C De persoon overtreedt expliciete morele normen van de samenleving.
D De toeschouwer kan de oorzaak van het gedrag niet achterhalen.
,3. De APA-definitie van een psychische stoornis bevat drie uitsluitende
omstandigheden. Welke situatie mag volgens deze definitie NIET als een
psychische stoornis worden geclassificeerd?
A Symptomen die voortkomen uit een biologische disfunctie in psychische
processen
B Gedrag dat voortvloeit uit een politiek conflict tussen een individu en de
maatschappij
C Cognitieve beperkingen die het maatschappelijk functioneren belemmeren
D Een syndroom dat gepaard gaat met klinisch significante lijdensdruk
4. Wat is een fundamentele kritiek op het statistisch model bij het definiëren
van abnormaliteit?
A Het model gaat ervan uit dat alleen extreem lage scores pathologisch zijn.
B Het model maakt geen onderscheid tussen somatogene en psychogene
oorzaken.
C Het specificeert niet hoe ongewoon gedrag precies moet zijn om als
'abnormaal' te gelden.
D Het model negeert eigenschappen die normaal verdeeld zijn in de bevolking.
5. Binnen het medisch model wordt onderscheid gemaakt tussen somatogene
en psychogene mechanismen. Wat wordt verstaan onder een 'psychogeen'
mechanisme?
A Een lichamelijke aandoening die leidt tot psychische symptomen.
B Een defect in de neurotransmitters dat erfelijk bepaald is.
C Een stoornis waarbij een psychologisch mechanisme aan de basis ligt van de
klachten.
D Het gebruik van psychofarmaca om neurologische defecten te herstellen.
,6. Waarom beschouwen aanhangers van het leer- of onderwijsmodel hun
benadering als minder stigmatiserend dan het medisch model?
A Het model gaat ervan uit dat alle psychische problemen biologisch bepaald
zijn.
B Het sluit uit dat mensen met ernstige problematiek eigen verantwoordelijkheid
dragen.
C Het model spreekt over leerlingen met problemen in plaats van zieke
patiënten.
D Het legt de volledige schuld van de stoornis bij de opvoeding door de ouders.
7. Thomas Szasz, een bekende criticus uit de antipsychiatrie, stelde dat de term
'geestesziekte' een metafoor is. Welk criterium is volgens hem het enige
geldige voor een echte ziekte?
A De aanwezigheid van aantoonbare neurologische of fysiologische
afwijkingen.
B Het onvermogen om te voldoen aan de psychosociale normen van de
maatschappij.
C Het statistisch voorkomen van afwijkend gedrag in de populatie.
D De mate waarin een persoon lijdt onder zijn eigen gedachten.
8. Scheff (1966) introduceerde het concept 'restregels'. Wat typeert deze regels
in de context van psychische stoornissen?
A Het zijn de resterende symptomen die overblijven na een succesvolle
behandeling.
B Het zijn impliciete sociale regels die zo vanzelfsprekend zijn dat ze pas
opvallen als ze worden overtreden.
C Het zijn protocollen die psychiaters gebruiken bij het voorschrijven van
psychofarmaca.
D Het zijn wettelijke voorschriften die bepalen wanneer iemand gedwongen
opgenomen moet worden.
, 9. In de context van het continuüm-denken tussen psychische gezondheid en
problemen: welk model sluit hier volgens de bronnen het beste bij aan?
A Het statistisch model
B Het leer- of onderwijsmodel
C Het juridische model
D Het medisch model
10. Wat is een kenmerkend verschil tussen de opleiding van een psychiater en
die van een klinisch psycholoog volgens de BIG-wetgeving?
A Een psychiater heeft een medische basisopleiding en mag medicatie
voorschrijven.
B Psychiaters richten zich uitsluitend op onderzoek, terwijl psychologen enkel
behandelen.
C De opleiding tot klinisch psycholoog duurt in totaal korter dan die tot
basisarts.
D Een klinisch psycholoog is de enige die bevoegd is om psychotherapie uit te
voeren.