Colleges blok 3
College 1: introductie epidemiologie
De empirische cyclus:
1. Een theorie (de basis van de empirische cyclus) is een samenhangend stelsel
van verklaringen en aannames waarmee empirische regelmatigheden of
verschijnselen (zoals ziekte, menselijk gedrag, etc.) verklaard en voorspeld
kunnen worden. Een goede theorie heeft ook een praktische toepassing.
2. Deductie is het afleiden van een vraag uit de theorie.
3. Door middelen van de vragen en het beantwoorden hiervan kan je een
hypothese opstellen.
4. Onderzoeksdesign is een plan van aanpak hoe je gegevens gaat verzamelen
voor het beantwoorden van je vragen.
5. Systematische waarnemingen zijn de gegevens die je hebt verzameld door
systematisch onderzoek
6. Data-analyse is de analyse van de verzamelde data
7. Doormiddel van de resultaten kan je een conclusie trekken
8. Inductie is de terugkoppeling van je resultaten en conclusie van het onderzoek
naar de theorie.
Terecht-positieve studie (10%) --> het onderzoek bevestigt je hypothese
Terecht-negatieve studie --> het onderzoek kan de hypothese niet (genoeg) bevestigen
Fout-positieve studie --> de studie je bevestigt de hypothese (terecht positief), maar
dit klopt niet, dus de hypothese is in werkelijkheid onwaar.
Find more resources on this topic on
,dmuwodmfdmuwodmfdmuwodmf-e5394bfe4aefed93ee4716e5e5555114
Fout-negatieve studie --> de studie verwerpt de hypothese (terecht-negatief), maar dit
klopt niet, dus de hypothese is in werkelijkheid waar.
Positieve studies worden sneller gepubliceerd, maar een gedeelte van deze positieve
studies is fout-positief.
De weg naar kennis:
− Hippocrates dacht dat gezondheid kwam door een goede balans
− Keisnijding werd als behandeling voor domheid gedaan
− Vanuit ervaringen van de ziekten uit de oudheid wordt het tegenwoordig
verbeterd --> ontwikkeling geneeskunde
− Social media/influecers beïnlvoeden de burgers
Wat betekend epidemiologie?
Epidemiologie = de leer van de verspreiding & voorkomen van ziekte onder het volk =
''De wetenschappelijke discipline die het vóórkomen en de verspreiding van ziekten of
andere gezondheidstoestanden in humane populaties bestudeert, de oorzaken daarvan
probeert te begrijpen en deze kennis toepast om de gezondheid te bevorderen.”
Verschillende onderzoek domeinen:
De epidemiologische functie:
Save time with the right summary on
,dmuwodmfdmuwodmfdmuwodmf-e5394bfe4aefed93ee4716e5e5555114
Z = een onafhankelijke variabele en de rest is onafhankelijk
Operationalisatie = de centrale variabelen meetbaar maken
Populatie at risk = de populatie kiezen waarbij de kans op ziekte het grootst is
Het voorkomen van ziekte wordt uitgedrukt in frequentiematen:
1. Prevalentie --> beschrijft toestand --> het aantal ziekte gevallen op een bepaald
tijdstip in een populatie:
a. Puntprevalentie: aantal ziektegevallen op één bepaald tijdstip (afhankelijk
van tijdstip van meting)
b. Periodeprevalentie: deel van populatie dat in een bepaalde periode de ziekte
had
c. Lifetimeprevalentie: deel van populatie dat de ziekte ooit in zijn/haar leven
krijgt
2. Incidentie --> beschrijft gebeurtenis --> het ontstaan van ziekte:
a. Cumulatieve incidentie --> absolute risico dat de mensen bij de start
hebben om ziek te worden:
Let op! --> alle leden moeten at risk zijn (prevalente gevallen uitsluiten) en altijd
follow-up gespecificeerd
b. Incidentiedichtheid --> gemiddelde snelheid waarmee ziekte ontstaan per
tijdseenheid:
Discuss this document with others on
, dmuwodmfdmuwodmfdmuwodmf-e5394bfe4aefed93ee4716e5e5555114
Let op! ID heeft een tijdseenheid
Type populatie:
− Gesloten populatie (CI + ID): er komen geen individuen bij, loss to follow up is
niet wenselijk, als je er ooit bij zit is dit voor altijd
− Open populatie (ID): heeft een open karakter, verblijf is variabel, loss to follow-
up is minder probleem
Relatie tussen incidentie en prevalentie:
Frequentie van sterfte:
- Bruto sterftecijfer: incidentie van overlijden in bepaalde periode
- Specifiek sterftecijfer: oorzaak- of leeftijdsspecifieke incidentie van overlijden
Quiz yourself with flashcards on