Leesfiche Europees Recht: Arrest Hof van
Justitie (Grote Kamer) 1 augustus 2025,
Royal Football Club Seraing SA
1. Relevante feiten
Partijen: RFC Seraing (voetbalclub) versus FIFA, UEFA en de KBVB.
Aanleiding: RFC Seraing sloot in 2015 financieringsovereenkomsten
met Doyen Sports Investment Ltd. Hierbij werden "economische
rechten" op spelers overgedragen aan Doyen in ruil voor kapitaal, een
praktijk bekend als Third Party Ownership (TPO).
Sanctie: De FIFA oordeelde dat dit in strijd was met haar reglementen
(artikelen 18bis en 18ter RSTP) en legde de club een transferverbod
van drie periodes en een geldboete op.
Procedures: Seraing vocht dit aan bij de beroepscommissie van de
FIFA en vervolgens bij het Hof van Arbitrage voor Sport (CAS) in
Lausanne, Zwitserland. Het CAS bevestigde de sancties en oordeelde
dat de FIFA-regels het Unierecht (vrij verkeer en mededinging) niet
schonden.
Belgische procedure: Seraing startte een procedure voor de
Belgische rechter om de nietigheid van de regels en schadevergoeding
te eisen. De KBVB wierp de exceptie van gezag van gewijsde op:
omdat het CAS (bevestigd door de Zwitserse rechter) al had geoordeeld
dat de regels geldig waren, zou de Belgische rechter hier niet meer
over mogen oordelen.
RFC Seraing (Belgische voetbalclub) sloot in 2015 overeenkomsten met
Doyen Sports Investment Ltd (Malta) waarbij economische rechten (een
deel van de "transferwaarde") van spelers aan Doyen werden
overgedragen ("third-party ownership" / TPO). Dit was in strijd met FIFA-
regels (art. 18bis en 18ter RSTP), die een verbod op invloed/eigendom
door derden instelden om de integriteit van het voetbal te beschermen.
FIFA (met medewerking van KBVB) legde tuchtsancties op
(inschrijvingsverbod + boete). RFC Seraing ging in beroep bij FIFA-
instanties en vervolgens bij het Court of Arbitration for Sport (CAS) in
Lausanne (Zwitserland). Het CAS bevestigde grotendeels de sancties
, (beperkt tot 3 periodes) en oordeelde dat de FIFA-regels verenigbaar
waren met Unierecht (verkeersvrijheden en mededingingsrecht), Zwitsers
recht en openbare orde.
Het CAS-vonnis werd bevestigd door de Zwitserse Tribunal fédéral
(beperkte toetsing aan materiële openbare orde; Unierecht/mededinging
maakt daar geen deel van uit).
In een parallel Belgisch geding (aansprakelijkheidsvordering tegen
FIFA/UEFA/KBVB wegens schade door toepassing van de regels) verleende
de Cour d’appel de Bruxelles gezag van gewijsde aan het CAS-vonnis (art.
1713 §9 Gerechtelijk Wetboek) en bewijskracht t.a.v. derden (KBVB).
Daardoor kon RFC Seraing de Unierecht-compatibiliteit niet meer
betwisten. Cassatieberoep bij Hof van Cassatie (België) leidde tot
prejudiciële verwijzing.
2. Relevante rechtsvragen
Prejudiciële vragen (Hof van Cassatie):
1. Verhindert art. 19 lid 1 VEU (i.s.m. art. 267 VWEU en art. 47 Handvest)
nationale regels (gezag van gewijsde voor arbitrale vonnissen) die een
CAS-vonnis (bevestigd door rechter van derde staat) bindend maken,
zonder dat een nationale rechter (met prejudiciële bevoegdheid) een
volledige toetsing kan doen?
2. Idem voor de bewijskracht t.a.v. derden?
Kernvraag (ruimer): Hoe verhoudt verplichte sportarbitrage (FIFA/CAS-
systeem) zich tot de daadwerkelijke rechtsbescherming onder
Unierecht, met name wanneer Unierecht-kwesties (verkeersvrijheden,
mededinging) in het geding zijn?
De kernvraag is niet of TPO mag, maar hoe het Unierecht zich verhoudt
tot arbitrale vonnissen uit derde landen (zoals Zwitserland):
Verzet het Unierecht (art. 19 VEU en art. 47 Handvest) zich tegen een
nationale regeling die gezag van gewijsde verleent aan een arbitraal
vonnis van het CAS, wanneer de verenigbaarheid met de openbare orde
van de Unie (zoals mededingingsregels en verkeersvrijheden) niet
voorafgaand doeltreffend is getoetst door een EU-rechter?.
3. Relevante argumenten van de partijen
RFC Seraing/Doyen: Het CAS + Zwitserse rechter bieden
onvoldoende bescherming (geen echte prejudiciële verwijzing
Justitie (Grote Kamer) 1 augustus 2025,
Royal Football Club Seraing SA
1. Relevante feiten
Partijen: RFC Seraing (voetbalclub) versus FIFA, UEFA en de KBVB.
Aanleiding: RFC Seraing sloot in 2015 financieringsovereenkomsten
met Doyen Sports Investment Ltd. Hierbij werden "economische
rechten" op spelers overgedragen aan Doyen in ruil voor kapitaal, een
praktijk bekend als Third Party Ownership (TPO).
Sanctie: De FIFA oordeelde dat dit in strijd was met haar reglementen
(artikelen 18bis en 18ter RSTP) en legde de club een transferverbod
van drie periodes en een geldboete op.
Procedures: Seraing vocht dit aan bij de beroepscommissie van de
FIFA en vervolgens bij het Hof van Arbitrage voor Sport (CAS) in
Lausanne, Zwitserland. Het CAS bevestigde de sancties en oordeelde
dat de FIFA-regels het Unierecht (vrij verkeer en mededinging) niet
schonden.
Belgische procedure: Seraing startte een procedure voor de
Belgische rechter om de nietigheid van de regels en schadevergoeding
te eisen. De KBVB wierp de exceptie van gezag van gewijsde op:
omdat het CAS (bevestigd door de Zwitserse rechter) al had geoordeeld
dat de regels geldig waren, zou de Belgische rechter hier niet meer
over mogen oordelen.
RFC Seraing (Belgische voetbalclub) sloot in 2015 overeenkomsten met
Doyen Sports Investment Ltd (Malta) waarbij economische rechten (een
deel van de "transferwaarde") van spelers aan Doyen werden
overgedragen ("third-party ownership" / TPO). Dit was in strijd met FIFA-
regels (art. 18bis en 18ter RSTP), die een verbod op invloed/eigendom
door derden instelden om de integriteit van het voetbal te beschermen.
FIFA (met medewerking van KBVB) legde tuchtsancties op
(inschrijvingsverbod + boete). RFC Seraing ging in beroep bij FIFA-
instanties en vervolgens bij het Court of Arbitration for Sport (CAS) in
Lausanne (Zwitserland). Het CAS bevestigde grotendeels de sancties
, (beperkt tot 3 periodes) en oordeelde dat de FIFA-regels verenigbaar
waren met Unierecht (verkeersvrijheden en mededingingsrecht), Zwitsers
recht en openbare orde.
Het CAS-vonnis werd bevestigd door de Zwitserse Tribunal fédéral
(beperkte toetsing aan materiële openbare orde; Unierecht/mededinging
maakt daar geen deel van uit).
In een parallel Belgisch geding (aansprakelijkheidsvordering tegen
FIFA/UEFA/KBVB wegens schade door toepassing van de regels) verleende
de Cour d’appel de Bruxelles gezag van gewijsde aan het CAS-vonnis (art.
1713 §9 Gerechtelijk Wetboek) en bewijskracht t.a.v. derden (KBVB).
Daardoor kon RFC Seraing de Unierecht-compatibiliteit niet meer
betwisten. Cassatieberoep bij Hof van Cassatie (België) leidde tot
prejudiciële verwijzing.
2. Relevante rechtsvragen
Prejudiciële vragen (Hof van Cassatie):
1. Verhindert art. 19 lid 1 VEU (i.s.m. art. 267 VWEU en art. 47 Handvest)
nationale regels (gezag van gewijsde voor arbitrale vonnissen) die een
CAS-vonnis (bevestigd door rechter van derde staat) bindend maken,
zonder dat een nationale rechter (met prejudiciële bevoegdheid) een
volledige toetsing kan doen?
2. Idem voor de bewijskracht t.a.v. derden?
Kernvraag (ruimer): Hoe verhoudt verplichte sportarbitrage (FIFA/CAS-
systeem) zich tot de daadwerkelijke rechtsbescherming onder
Unierecht, met name wanneer Unierecht-kwesties (verkeersvrijheden,
mededinging) in het geding zijn?
De kernvraag is niet of TPO mag, maar hoe het Unierecht zich verhoudt
tot arbitrale vonnissen uit derde landen (zoals Zwitserland):
Verzet het Unierecht (art. 19 VEU en art. 47 Handvest) zich tegen een
nationale regeling die gezag van gewijsde verleent aan een arbitraal
vonnis van het CAS, wanneer de verenigbaarheid met de openbare orde
van de Unie (zoals mededingingsregels en verkeersvrijheden) niet
voorafgaand doeltreffend is getoetst door een EU-rechter?.
3. Relevante argumenten van de partijen
RFC Seraing/Doyen: Het CAS + Zwitserse rechter bieden
onvoldoende bescherming (geen echte prejudiciële verwijzing