Hoorcollege 1
Rechtsfilosofie is:
- Vragen stellen
- Op een fundamentele, kritische en systematische manier
- Over ‘het recht’
Dit wordt gedaan door middel van:
o Rechtsfilosofische teksten te lezen
o Argumenten te doorzoeken middels het toepassen van analyse
en synthese
Synthese: het samenvoegen van diverse filosofische
standpunten of theorieën om tot een samenhangend
begrip te komen
o Zelf een standpunt te formuleren door te evalueren
Filosofische vragen kunnen we onderverdelen in conceptuele en normatieve
vragen:
- Conceptuele vragen: vragen naar de essentiële kenmerken van een begrip
of voorwerp
o Wat is ‘x’?
Geven een definitie
- Normatieve vragen: vragen naar de voorwaarden die het ons mogelijk
maken om een onderscheid te maken tussen een goede versie van ‘x’ en
een slechte versie van ‘x’
Geven een waardeoordeel: hoe iets zou moeten zijn
Vragen stellen kan op verschillende manieren:
- Op een fundamentele manier: nadenken met als enige doel om een beter
inzicht te krijgen
o Vs. instrumentele manier: vragen stellen omwille van praktisch nut
(= het gericht oplossen van directe problemen of het bereiken van
praktische voordelen)
- Op een kritische manier: nadenken over gevestigde vragen en
antwoorden. Elk antwoord kan bevraagd worden
o Vs. dogmatische manier: er wordt vastgehouden aan bepaalde
overtuigingen, ideeën of doctrines zonder deze kritisch te betwijfelen
- Op een systematische manier: nadenken volgens een bepaalde structuur
of methode
o Vs. spontaan: filosofie wordt gezien als een wetenschap zonder
spontane levensvragen die ons overvallen
Binnen de filosofie onderscheiden we verschillende takken:
- Metafysica: denken over het bestaan en de werkelijkheid
- Epistemologie: denken over kennis
- Ethiek: denken over goed en kwaad
- Fenomenologie: denken over de wereld zoals wij die ervaren
,Hoorcollege 2
De oorsprong van het rationele denken bevindt zich in de Griekse tijd:
- Socrates
- Plato: hij vond ideeën belangrijker dan tastbare werkelijkheden binnen de
zintuigelijke wereld (ideeënleer). Hij gelooft in de wereld van ideeën en de
mensen moesten zich bezighouden met zuivere ideeën, die volgens hem
perfect, onveranderlijk en eeuwig zijn. Hij was voorstander van analyse:
bestuderen en het conceptueel uit elkaar halen van ideeën
- Aristoteles: hij vond niet dat ideeën een eigen afzonderlijke werkelijkheid
hebben. Hij was van mening dat we moeten beredeneren vanuit de
tastbare werkelijkheid, dus op basis van waarneming. Waarneming leidt tot
kennis, maar waarneming is niet hetzelfde als kennis. Volgens Aristoteles
was kennis in het specifieke het algemene vinden, opklimmen naar hoger
niveau van algemeenheid. Hij was voorstander van synthese.
o Aristoteles komt tot de conclusie dat er verschillende antwoorden
mogelijk zijn op de vraag waarom iets is zoals het is:
Materiële oorzaak: het materiaal waaruit een object is
samengesteld
Formele oorzaak: de specifieke vorm of structuur die een
object zijn identiteit geeft
Bewerkende oorzaak: de maker die verantwoordelijk is voor
de totstandkoming van het object
Finale oorzaak = doeloorzaak: de reden waarom het object
gemaakt is
Men moet zich steeds verder verwijderen van pure zintuigelijke
waarnemingen om de essentie van de realiteit te begrijpen
Alles wat bestaat heeft een inherente, natuurlijke doelgerichtheid
De Griekse tragedie ging vooraf aan het rationele denken:
- Alles wat er gebeurt in het verhaal vindt plaats in één dag
- Protagonist (hoofdrolspeler) en antagonist (tegenspeler): het verhaal draait
om twee figuren. Deze worden op het papier gezet als ‘echte mensen’.
- Het lot is arbitrair: volledig willekeurig en onvermijdbaar
o Je lot wordt bepaald door de goden en het lot wint altijd
- Een tragedie is bedoeld om een spiegel voor te houden. Het is de
bedoeling dat je hier iets in herkent
Een voorbeeld van een Griekse tragedie: Antigone, geschreven door Sophokles
(496 – 406 v. Chr.)
- Het is onderdeel van een trilogie: Koning Oedipus, Oedipus in Colones,
Antigone
o Oedipus wordt geboren uit Laios en Lokaste, maar omdat een orakel
voorspelt dat hij zijn vader zal doden en met zijn moeder zal trouwen,
wordt hij te vondeling gelegd. Hij overleeft, groeit elders op, maar
doodt later onbewust Laios tijdens een ruzie op de weg. In Thebe lost
hij het raadsel van de Sfinx op – “Welke wezen loopt ’s ochtends op
vier benen, ’s middags op twee en ’s avonds op drie?” (antwoord: de
, mens) – en wordt koning, waarna hij met Lokaste trouwt en vier
kinderen krijgt: Eteokles, Polyneikes, Antigone en Ismene. Wanneer
de waarheid uitkomt, pleegt Lokaste zelfmoord en steekt Oedipus
zichzelf blind. Na zijn dood strijden Eteokles en Polyneikes om de
macht; beiden komen om. Koning Kreon verbiedt de begrafenis van
Polyneikes, maar Antigone overtreedt dit verbod, omdat zij de
goddelijke wet belangrijker vindt dan Kreons bevel.
- Antigone is een protagonist: vrouw, heldin, rebel
o Antigone vertegenwoordigde in dit verhaal het natuurrecht, door
haar geloof in de goden boven het positieve recht van koning Creon
te plaatsen
- Creon is een antagonist: nieuwe koning, wetgever, gezag en orde
o Volgens Creon moest iedereen de wet gehoorzamen, ongeacht wat
het natuurrecht hiervan dacht. Volgens hem was het geldende recht
hetgeen wat door de legitieme overheid wordt vastgesteld, ongeacht
de inhoud. Rechtszekerheid en rechtvaardigheid staan tegenover
elkaar
Het natuurrecht:
- Regels van een hogere orde (goddelijk recht)
o Deze regels worden ook wel morele regels genoemd
Handelen in overeenstemming met de moraal noemen we
juist, goed of rechtvaardig
- Gegeven door
o Natuur
o God
o Menselijke reden
- Onafhankelijk van de menselijke wil
o Onveranderlijk en universeel
- Toepasselijk op menselijk gedrag
- Kenbaar: men moet de regels van het natuurrecht kennen om zich eraan te
kunnen houden. We weten wat het natuurrecht van ons verwacht, ook al
zijn deze verwachtingen niet tot stand gekomen door de menselijke wil
We maken een onderscheid tussen natuurwetten, natuurrecht en natuurlijke
rechten:
- Natuurwetten kunnen niet geschonden worden. Natuurwetten omschrijven
hoe de wereld is
- Natuurrecht kan geschonden worden, alleen dit betekent dat er sprake is
van onrechtvaardig (fout) gedrag. Natuurrecht draait om verplichtingen.
De hiërarchische ordening boven ons bepaald wat we moeten doen
- Natuurlijke rechten zijn gebaseerd op het natuurrecht. Het zijn universele
principes waar alle mensen recht op hebben of aanspraak op kunnen
maken
In tegenstelling tot het natuurrecht die zich vooral toespitst op plichten
Het natuurrechtdenken
Het natuurrechtdenken is gebaseerd op het natuurrecht. Menselijke wetten die
ingaan tegen het natuurrecht, worden niet als echte rechten beschouwd.