Hoorcollege 1
Artikel 112 Grondwet bepaald dat publiekrechtelijke geschillen kunnen worden
opgedragen aan zowel de rechterlijke macht of gerechten die niet tot de
rechterlijke macht behoren. Bij het bestuursrecht hebben we het enkel over het
deel van de publiekrechtelijke geschillen wat betrekking heeft op besluiten in de
zin van de Awb
- Niet tot de rechterlijke macht behorend: bestuursrechter
- Rechterlijke macht: burgerlijke rechter
Organisatie van de bestuursrechtspraak:
- Bezwaar bij het bestuursorgaan
- Beroep bij de rechtbank in eerste aanleg
- Hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State,
tenzij:
o Centrale Raad van Beroep (CRvB) – als het gaat over sociale
zekerheidsgeschillen
o College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) – geschillen over
economisch bestuursrecht
o Gerechtshof en cassatie Hoge Raad – als het gaat over het
belastingrecht
Art. 1:1 lid 1 Awb: Onder een bestuursorgaan wordt verstaan:
a. A-orgaan: een orgaan van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is
ingesteld
a. Een orgaan van een publiekrechtelijke rechtspersoon als bedoeld in
artikel 2:1 lid 1 BW. Dit artikel bepaalt dat openbare lichamen
rechtspersoonlijkheid hebben
i. De Staat (publiekrechtelijk rechtspersoon)
Ministers
Regering
Staatssecretarissen
ii. Provincie (publiekrechtelijk rechtspersoon)
Provinciale Staten
Gedeputeerde Staten
Commissaris van de koning
iii. Gemeente (publiekrechtelijk rechtspersoon)
Gemeenteraad
Burgemeester
College burgemeesters en wethouders
iv. Waterschap (publiekrechtelijk rechtspersoon)
Voorzitters
Algemeen bestuur
Dagelijks bestuur
Een orgaan is een onderdeel van publiekrechtelijke rechtspersoon met een
eigen wettelijke taak
, b. Alsmede andere openbare lichamen waaraan krachtens de
Grondwet verordenende bevoegdheid is toegekend (artikel 134 GW)
b. B-organen: een persoon of college, met enig openbaar gezag bekleed
o Een ander persoon of college, met enig openbaar gezag (= het
eenzijdig bepalen van de rechtspositie van andere rechtssubjecten)
bekleed
i. Uitzondering: openbaar gezag kan ook aan een
privaatrechtelijk rechtspersoon zijn toegekend zonder een
wettelijke bevoegdheid. Deze rechtspersonen zijn in
beginsel geen bestuursorganen, tenzij:
ABRvS Stichting bevordering kwaliteit
leefomgeving Schipholregio: een orgaan die
uitkeringen of een op geld waardeerbare voorziening
aan derden verstrekt, kan wel een b-orgaan zijn, indien
(cumulatief!)
i. Inhoudelijk criterium: als een of meer a-
organen de criteria voor het verstrekken
van uitkeringen of voorzieningen in
beslissende mate bepalen, en;
ii. Financieel criterium: als een of meer a-
organen de uitkeringen of voorzieningen
(grotendeels) betaald
Deze onder zodanige overheidsinvloed staat dat de
werknemers van de rechtspersoon als ambtenaren
moeten worden beschouwd, moet deze als b-orgaan
worden gezien
B-organen zijn alleen bestuursorgaan voor zover zij een publieke taak
uitoefenen
Drie belangrijke begrippen:
- Ambt: een bestuursorgaan waar publiekrechtelijke bevoegdheden aan toe
komen
- Ambtsdrager: de natuurlijke persoon die een ambt bekleedt en de
publiekrechtelijke bevoegdheden feitelijk uitvoert
- Ambtenaar: degene die, in ondergeschiktheid aan een of meer ambten,
werkzaam is in openbare dienst. Meestal krijgt hij zijn bevoegdheid van
een bestuursorgaan, maar in bepaalde gevallen ook rechtstreeks van de
wetgever (uitzondering). Enkel als een ambtenaar zijn taken krachtens de
wet heeft gekregen, wordt deze beschouwd als een orgaan van een
publiekrechtelijk rechtspersoon
We onderscheiden twee typen handelingen:
- Rechtshandeling: handelingen gericht op rechtsgevolg
o Privaatrechtelijke rechtshandeling: kunnen eenieder toekomen (geen
wettelijke grondslag vereist) en worden uitgeoefend door de
rechtspersonen en dus niet door het bestuursorgaan
Overeenkomsten sluiten
Eigendomsrechten uitoefenen
Acties uit onrechtmatige daad instellen
, o Publiekrechtelijke rechtshandeling: kunnen alleen worden verricht
als de bevoegdheid om deze te verrichten is toegekend in een
wettelijk voorschrift. Komen toe aan de bestuursorganen
- Feitelijke handeling: handeling die niet gericht is op een rechtsgevolg.
Doorgaans geen wettelijke doorslag, MAAR wel als rechten of vrijheden van
burgers worden beperkt
Het besluit begrip is een centraal begrip binnen het bestuursrecht. Een besluit is
een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan inhoudende een
publiekrechtelijke rechtshandeling (art. 1:3 lid 1 Awb). Elementen van het besluit
begrip:
Beslissing: wilsverklaring met definitief karakter (keuzemoment)
Schriftelijk: weergave door middel van schrifttekens (ook elektronisch)
Van een bestuursorgaan (art. 1:1 Awb): door een a-orgaan of b-orgaan
Publiekrechtelijk: het moet gaan om rechtshandeling dat berust op een
wettelijke grondslag
Rechtshandeling: er moet een rechtsgevolg zijn
o ABRvS Inzet Videoteam: wanneer heeft een beslissing een
rechtsgevolg?
De beslissing is erop gericht een bevoegdheid, recht of
verplichting voor een of meer anderen te doen ontstaan of
teniet te doen, dan wel de juridische status van een persoon
of zaak vast te stellen
De relevantie van het kwalificeren van een besluit:
Toepasselijk recht: er zijn artikelen die alleen van toepassing zijn op
besluiten in de zin van de Awb
Rechtsbescherming: De kwalificatie ‘besluit’ dient als toegangskaartje (art.
8:1 jo. 1:3 Awb) voor toegang tot de bestuursrechter.
Soorten besluiten:
Beschikking: een besluit dat niet van algemene strekking is (art. 1:3 lid 2
Awb)
o Gericht op individualiteit
o Beslissing is concreet
Een afwijzing van een aanvraag voor een beschikking wordt ook gezien als
een besluit, ook al brengt dit geen veranderingen in de rechtswereld
(rechtsgevolg)
Besluiten van algemene strekking
o Algemeen verbindend voorschrift: algemene, extern werkende,
betrokkenen bindende regel, vastgesteld door een orgaan dat de
bevoegdheid daartoe ontleent aan de grondwet of een wet in
formele zin
Algemene regel
Extern werkend: niet alleen bindend voor het orgaan dat de
regels opstelt
Betrokkenen verbindend
Wettelijke grondslag
o Beleidsregels: een bij besluit vastgestelde algemene regel, niet
zijnde een algemeen verbindend voorschrift, omtrent de afweging