Week 1
OAC 1 Introductie MSK en casereport
In deze les is voornamelijk gesproken over het case report/study dat geschreven moet worden
binnen thema 9 en 10.
Het belangrijkste is dat je hiermee zo snel mogelijk aan de slag gaat om goed op schema te blijven.
In het document ‘minor musculoskeletaal - de case study’ staat alle belangrijke informatie wat
betreft deze case study.
De case study is een combinatie van wat de patient wil, wat jij kan en wat er in de literatuur
geschreven staat.
Opbouw inleiding:
- incidentie/prevalentie
- natuurlijk beloop
- bekend in literatuur (PI(C)O)
- onduidelijk in literatuur (PI(C)O)
- probleemstelling
- fysiotherapeutische relevantie
- vraagstelling (PIO)
Schrijven richting probleemstelling en die richting vraagstelling
Houd de resultaten heel objectief!
DTO 1 Aspecifieke nekklachten / het diagnostisch proces
Screening (geeft indicatie voor verder fysiotherapeutisch onderzoek):
1) introductie
2) Hulpvraag
3) Rode vlaggen
4) informeren/adviseren
+ screenend onderzoek
Mogelijke uitslagen:
A) onbekend symptoom
B) onbekend patroon
C) rode vlag
D) onbekend beloop
E) pluis
1
,Klinische symptomen
Specific serious
- Metastaseringen:
- niet mechanisch opwekbaar
- gewichtsverlies
- patient > 50 jaar
- nachtelijke pijnen
- kanker in de voorgeschiedenis
- bilaterale uitstraling
- bloedonderzoek / MRI
Specific non serious
- M. Bechterew
- ochtendstijfheid (richting extensie voornamelijk TWK/LWK/CTO)
- rugklachten voor 20e levensjaar
- oogontsteking
- darmontsteking
- mannen
- erfelijk
- nachtelijke pijnen
- bloedonderzoek
- Radiculopathie (HNP)
- eenzijdig uitstralende neurogene pijn tot onder de elleboog
- sensibiliteit/motorisch/reflexen
- pijn in de rug/nek
- bij jongere patienten eerder HNP, bij ouder eerder door artrotisch beeld
- schietende pijn richting de vingers
- MRI
- Stenose
- rugpijn en pijn in de benen
- voorover gebogen lopen is verlichtend
- bilaterale uitstraling / uitval
- patient ouder dan 55 jaar
- rontgen/MRI
- spondylolisthesis
- tweezijdig neurologische verschijnselen
- trappetjes fenomeen
- pijn in de rug
- stijfheid in rug en hamstring
- semi-kyfose
- rontgen/MRI
2
,Al deze symptomen gebruiken we niet om de includeren maar om te excluderen. Dus doorverwijzen
naar de huisarts en niet zeggen tegen de patient wat je vermoed. Dikgedrukte symptomen zijn
discriminerend voor diagnose.
Non Specific
- Aspecifieke nekklachten
- pijn mechanisch opwekbaar
- geen uitstraling voorbij de elleboog
- geen rode vlaggen
Vragen om verwachtingen/ideeen van patient te achterhalen:
- wat denk je zelf dat er aan de hand is? (diagnose)
- wat denk je zelf dat er gebeurd is? (oorzaak)
- wat denk je zelf dat er moet gebeuren? (behandeling)
Rode vlaggen bij nekklachten
Presentatie a-specifieke nekklachten
- leeftijd: 20-55 jaar
- klachten uiten zich in cervicale regio, evt uitstralend naar schouders.
- pijn is mechanisch provoceerbaar, verschilt per activiteit en met de tijd.
- algehele gesteldheid van de patient is goed.
- geen duidelijk ontstaansmoment
- bewegings- en houdingsafhankelijk
3
,Bij a-specifieke nekklachten:
- Cluster van Wainner, voor aantonen radiculair syndroom
- < 60 graden rotatie (naar aangedane zijde)
- Spurling test
- Distraction test
- ULTT
- altijd alle 4 uitvoeren
- bij 2/4 positief: 56% kans op radiculair syndroom
- bij ¾ positief: 94% kans op radiculair syndroom
- bij 4/4 positief: 99% kans op radiculair syndroom
CLT
Casus van Peter Kruiswijk
Initiele hypotheses:
1) Stabiliteitsprobleem
2) Mobiliteitsprobleem (artrogeen en myogeen)
3) Specific serious
4) Specific non serious
5) Radiculair syndroom
6) Psychosociale factoren
Na anamnese bijgestelde hypotheses die overblijven:
1) Stabiliteitsprobleem
4
, 2) Mobiliteitsprobleem (artro en myo)
3) Radiculair syndroom
4) Psychosociale factoren
Testen bij de bijgestelde hypotheses:
1) CCFT (stabiliser) en Lanser en actief onderzoek (abberant movement)
2) Stenvers 4 (artro) rektest trapezius en levator (myo)
3) Wainner cluster! (CWK/CTO rotatie, spurling, distraction, ULTT1)
4) PSS10
Voor verdure uitwerking van deze casus zie formulier klinisch redeneren, docenten versie casus.
5
, Week 2
OAC 1 Hoofdpijn
De student benoemt de verschillende vormen van hoofdpijn.
Classificatie volgens The International Headaches Society
Primairy headaches:
1) migraine
Heftig en eenzijdig gelocaliseerd.
Soms misselijkheid en braken
Is provoceerbaar door bewegen
Kan licht/geluids overgevoeligheid zijn
Tussen 4 en 72 uur
Kan voorafgaan door lichtflitsen
2) tension-type headache (TTH) (spierspannings-hoofdpijn)
Geen misselijkheid of braken
Intensiteit is licht tot matig
Pijn is tweezijdig gelocaliseerd
Is niet provoceerbaar door beweging
3) cluster headache
Aanvalsgewijs 15 – 180 minuten
Hevig bonzend of stekend
Eenzijdig
1 tot 8 aanvallen per dag
Vaak: ipsilateraal rood oog, tranend oog, neusverstopping, loopneus, zweten, hangend ooglid
4) other primairy headache
Secundairy headache
- hoofdpijn als gevolg van whiplash
- medicatie afhankelijke hoofdpijn (bijwerkingen, vaak bij cholesterol-verlagers (eindigend op –
tine)(geven pees en spierklachten))
- cervicogene hoofdpijn (vanuit de nek)
- temporomandibulaire hoofdpijn (vanuit de kaak)
6