Leerdoel: Invloed van de omgeving en de verantwoording van het
omgevingsbelang
De verschuiving van individu naar omgeving
Traditioneel lag de focus bij het verklaren en veranderen van gezondheidsgedrag
primair op individuele (persoonlijke) determinanten, zoals kennis, attitude,
motivatie en eigen-effectiviteit (bijvoorbeeld in de Theorie van Gepland Gedrag van
Ajzen). Een uitsluitende focus op het individu kent echter grote tekortkomingen:
• Individueel determinisme: Het legt de volledige verantwoordelijkheid voor
gezondheid bij het individu.
• Het vacuüm-effect: Het negeert dat individuen niet in een vacuüm leven en
continu blootstaan aan omgevingsprikkels.
• Gezondheidsachterstanden: Het kan gezondheidsverschillen tussen
bevolkingsgroepen (zoals sociaal-economische status) niet sluitend verklaren of
aanpakken. Kwetsbare groepen (lage SES) ervaren vaak een onevenredig
ongezondere leefomgeving en lopen vast in een domino-effect van opgestapelde
problemen.
Holistische Volksgezondheidsmodellen
1. Het Rainbow-model (Dahlgren & Whitehead, 1991)
Dit model visualiseert de volksgezondheid als een gelaagde regenboog, waarbij het
individu in het centrum staat.
• Kern: Individuele, biologische factoren (leeftijd, geslacht, genetische aanleg).
• Laag 2: Individuele leefstijlfactoren (gedragskeuzes).
• Laag 3: Sociale en communautaire netwerken (gezin, familie, vrienden, buren,
collega’s).
• Laag 4: Leef- en werkomstandigheden (huisvesting, onderwijs, werkplek, water en
sanitatie).
• Buitenste laag: Algemene socio-economische, culturele en
omgevingsomstandigheden.
Cruciaal concept: Interactie tussen de lagen. Factoren uit de buitenste lagen
beïnvloeden de binnenste lagen (bijv. stress op het werk kan een ongezonde leefstijl,
zoals ongezonde eetgewoontes of slecht slapen, in de hand werken).
2. Lalonde’s Health Field Concept (Lalonde, 1974)
Introduceerde een paradigmashift van louter ziektebehandeling naar preventie en
gezondheidsbevordering door gezondheid op te delen in vier analytisch gescheiden,
maar interacterende velden:
,• Leefstijl (Lifestyle / Behavioral): Het aggregaat van beslissingen door individuen
die invloed hebben op hun gezondheid en waarover zij wel controle hebben. Dit
omvat niet alleen actieve leefstijlkeuzes (zoals roken of sporten), maar ook
individueel copinggedrag en persoonlijke reacties op omgevingsstressoren, mits dit
binnen de eigen invloedssfeer ligt.
• Omgeving (Environment): Alle zaken die betrekking hebben op gezondheid en
die buiten het menselijk lichaam liggen, en waarover het individu weinig of geen
controle heeft. Dit omvat fysieke infrastructuren, sociale structuren en de
psychosociale druk van de maatschappij waar je als individu direct aan onderhevig
bent.
• Biologie van de mens (Human Biology): Alle aspecten van gezondheid, fysiek en
mentaal, die in het menselijk lichaam zijn ontwikkeld als gevolg van de biologische
en organische constitutie van de mens. Dit omvat genetische aanleg, rijping,
veroudering, maar ook de complexe fysiologische systemen en mentaal-organische
stoornissen.
• Organisatie van de Gezondheidszorg (Health Care Organization): De
kwantiteit, kwaliteit, ordening, aard en relaties van mensen en middelen bij de
levering van gezondheidszorg. > Tentamennuance: Dit omvat expliciet de
interpersoonlijke en professionele relaties die een patiënt/cliënt heeft met
zorgverleners (zoals de therapeutische relatie met een psycholoog, of de
communicatie met de huisarts), evenals de feitelijke toegang tot medische
consumptie (wachtlijsten en procedures).
3. Leerdoel: Omgevingsniveaus en typen omgeving (Het ANGELO-model)
Het ANGELO-raamwerk (Swinburn et al., 1999) is een classificatiemodel ontwikkeld
voor de ‘obesogene omgeving’.
Belangrijke tentamenwaarschuwing: Het ANGELO-model is een
classificatiemodel (taxonomie). Het beschrijft niet hoe factoren gedrag of
elkaar causaal beïnvloeden, maar deelt ze enkel in.
Omgevingsniveaus (Geografische schaal)
1. Micro-omgeving (Behavioural Setting): Een kleinschalige, afgebakende
geografische setting waar groepen individuen fysiek bij elkaar komen met een
specifiek doel, en waar het gedrag feitelijk plaatsvindt (bijv. het gezin, de school,
het werk, de sportclub). Relatief klein en beïnvloedbaar door individuen.
2. Meso-omgeving: De bredere context van de micro-omgeving die het gedrag
faciliteert of hindert (bijv. de aanwezigheid van een tabakswinkel of park in de
woonwijk). Vanuit systeemperspectief: De interactie tussen verschillende micro-
omgevingen.
3. Macro-omgeving: Grootschalige, overkoepelende settings of systemen zonder
duidelijke geografische grenzen (bijv. de voedingsindustrie, landelijke
beleidsmakers, marketing). Uniform voor een brede populatie en complex te
beïnvloeden wegens conflicterende prioriteiten (bijv. winstmotieven in de private
sector).
, Omgevingstypen (De aard van de invloed)
• Fysieke omgeving: Wat fysiek of materieel beschikbaar is (tastbare zaken zoals
fietspaden of een fruitmand, maar ook minder tastbare zoals de beschikbaarheid
van informatie). > Tentamennuance: Dit richt zich puur op de feitelijke
aanwezigheid of tastbaarheid van objecten. Een folder over gezonde voeding die
fysiek in een kantine ligt, is een fysieke omgevingsfactor (het is een materieel
object dat informatie draagt). Het heeft nooit betrekking op de lichamelijke
gesteldheid van een persoon.
• Sociaal-culturele omgeving: De heersende normen, waarden, attitudes en
cultuur. Micro: ‘klimaat’ of ‘ethos’ van een specifieke setting (bijv. gezinsklimaat).
Macro: algemene maatschappelijke cultuur of (social) media-invloed.
• Politieke omgeving: Regels, wetten, formele en informele beleidslijnen. Micro:
huisregels of schoolregels. Macro: overheidsbeleid, leeftijdsgrenzen of
vergoedingen in de basisverzekering.
• Economische omgeving: De financiële kosten en baten die direct of indirect
verbonden zijn aan gedrag (bijv. prijs van groente vs. fastfood, suikertaks, hoogte
van het inkomen). > Tentamennuance: Een wet die een suikertaks regelt is een
politieke factor (beleid/wetgeving), maar de directe uitwerking ervan op de
consument (the verhoogde prijs in het schap) is een economische
omgevingsfactor. Let goed op het perspectief van de vraagstelling.
Tentamen-matrix: Toepassing op condoomgebruik onder jongeren
Nivea Sociaal-
u Fysiek cultureel Economisch Politiek
Micro Condoom bij je Norm binnen De winkelprijs Afspraak tussen
hebben in de jaszak. de van een pakje ouders en hun
vriendengroep condooms. tienerkind over
om condooms condoomgebruik.
te gebruiken.
Macro Condoomautomaten Normalisering Overheidssubsi Nationale
in alle van die aan de GGD overheidscampagn
uitgaansgelegenhed condoomgebru om condooms es ter bevordering
en. ik in populaire gratis te van
tv-series. verstrekken. condoomgebruik.
Leerdoel: Theorieën en modellen van omgevingsinvloed
1. Ecologische Modellen (Algemeen)
Ecologische modellen vormen een overkoepelende term voor benaderingen die de
meervoudige en interactieve invloeden van de omgeving op gedrag beschrijven.
Vier kernkenmerken van ecologische modellen:
1. Meerdere typen omgevingsinvloeden: Onderscheid tussen fysieke, sociale,
politieke en economische invloeden.