Begrip Definitie
“De wereld is zijn eigen Brooks’ stelling dat een intelligent systeem geen intern
beste model” wereldmodel nodig heeft als het direct via sensoren met
de wereld kan interacteren.
2½D-schets Representatie van oriëntatie, vorm en diepte van
zichtbare oppervlakken vanuit het perspectief van de
waarnemer.
ALife Interdisciplinair veld dat levende systemen probeert te
begrijpen door ze kunstmatig te synthetiseren of
modelleren, vertrekkend vanuit een bottom-up
benadering.
Active inference Het principe dat het brein voorspellingsfouten niet
alleen via perceptie (modelaanpassing) maar ook via
actie (de wereld aanpassen aan het model)
minimaliseert.
Adaptief gedrag Aanpassen van werkwijze in reactie op verandering in
de omgeving.
Affordance (Gibson) Een door de omgeving geboden mogelijkheid tot
handelen, direct waarneembaar door het perceptuele
systeem.
Afgeleide intentionaliteit Intentionaliteit die symbolen hebben doordat mensen
er betekenis aan verlenen.
Algoritmisch management Gebruik van software-algoritmes voor (deels)
geautomatiseerde uitvoering van managementfuncties.
Amotivatie Gebrek aan intentie om te handelen; activiteit wordt
niet gewaardeerd of onmogelijk geacht.
Android Robot ontworpen als exacte replica van een mens.
Antropomorfisme Het toeschrijven van menselijke eigenschappen, emoties
of intenties aan niet-menselijke entiteiten.
Arousal De fysiologische en psychologische activatie of
opwinding die gepaard gaat met een emotionele
toestand; een basisdimensie van emotie.
Attractor Stabiele toestand of patroon waarnaar een systeem de
neiging heeft terug te keren na een verstoring.
Autonomie (ZDT) Psychologische basisbehoefte: het gevoel eigen keuzes
te maken en agent te zijn van het eigen gedrag, in plaats
van gestuurd door externe druk.
Baby schema Overdreven gelaatstrekken (grote ogen) die een sociale
, respons uitlokken, ook bij robots.
Bag of tricks Clarks metafoor voor de menselijke geest als
verzameling gespecialiseerde modules, in tegenstelling
tot één generiek systeem.
Basin of attraction Het gebied in de toestandsruimte vanwaaruit een
systeem naar een specifieke attractor wordt
aangetrokken.
Belichaamde cognitie Perspectief waarbij cognitie niet puur intern is maar
begrepen moet worden op het niveau van de
wisselwerking tussen brein, lichaam en omgeving.
Bevriezen-vrijgeven Motorleerstrategie waarbij aanvankelijk
(Bernstein) vrijheidsgraden vastgezet worden en geleidelijk
vrijgegeven naarmate de motorische vaardigheid
vordert.
Bifurcatie Kwalitatieve verandering in de structuur van de
toestandsruimte (verschijnen/verdwijnen van
attractoren) bij een kritieke parameterwaarde.
Bottom-up aanpak Implementatiebenadering waarbij werknemers
betrokken worden bij beslissingen over
technologiegebruik.
Bottom-up verwerking Informatieverwerking gestuurd door perceptuele input
(zintuiglijke stimuli) van buitenaf.
CAVE Cave Automatic Virtual Environment: een ruimte
waarbij projectieschermen rondom de gebruiker een
immersieve VR creëren.
Causal-constitution fallacy De vermeende redenatiefout (Adams & Aizawa) om
causale verbindingen tussen organisme en omgeving te
verwarren met constitutieve relaties (deel uitmaken
van cognitie).
Centrale representatie Interne beschrijving van de wereld waarop cognitie
redeneert vóór actie
Ceteris paribus Redeneren onder gelijkblijvende omstandigheden:
aannemen dat de rest onveranderd blijft tenzij anders
aangegeven.
Change blindness Het fenomeen waarbij mensen veranderingen in een
visuele scène missen wanneer die plaatsvinden tijdens
saccades of onderbrekingen.
Chinese Room Searles gedachte-experiment: symboolmanipulatie
zonder begrip
Church-Turing these Alles wat berekenbaar is, kan door een Turingmachine
worden berekend
Closed loop Feedbacklus waarbij output de input beïnvloedt