Most older people will develop dementia → slechts een minderheid krijgt dementie, veel
ouderen blijven cognitief gezond.
Old people are less happy and content than young people → veel onderzoek laat zien dat
ouderen even gelukkig of zelfs gelukkiger zijn.
All old people are the same → ouderen verschillen juist heel sterk van elkaar (gezondheid,
cognitie, persoonlijkheid).
Dit zijn stereotypen (vooroordelen) over ouderen. Ze zijn belangrijk omdat ze vaak niet kloppen,
maar wel invloed hebben op hoe we naar ouderen kijken.
Deze stereotypes kunnen leiden tot: verkeerde diagnoses, onderschatting van ouderen en slechte
behandeling in zorg/onderzoek
Daarom begint het college hiermee: je moet eerst deze misvattingen loslaten.
Waarom bestuderen we veroudering eigenlijk? Dit college gaat die vraag beantwoorden vanuit
wetenschappelijke redenen.
Probleem in de psychologie (vroeger): de meeste theorieën in de ontwikkelingspsychologie richtten
zich op: kinderen en jongeren. Volwassenheid en ouderdom werden een beetje genegeerd
Two-stage model (belangrijk!), dit is een oude, simplistische kijk op ontwikkeling:
Fase 1: groei en ontwikkeling (tot volwassenheid)
Fase 2: achteruitgang
Dus: eerst ga je vooruit en daarna alleen maar achteruit
⇒ Het is te simpel, het suggereert dat ouderdom alleen maar verlies is en het negeert dat mensen
zich blijven ontwikkelen, dit model wordt in dit vak eigenlijk bekritiseerd. Het college wil laten zien:
ontwikkeling stopt niet na je 20e — het gaat je hele leven door.
Life span perspective (heel belangrijk concept!), dit is de moderne kijk op ontwikkeling.
Idee: ontwikkeling gebeurt gedurende het hele leven
Dus: niet alleen als kind, maar ook als volwassene en oudere
Two-stage model → na volwassenheid alleen achteruitgang
Life span → altijd verandering, niet alleen verlies
Veranderingen in functioneren, met ouder worden veranderen dingen zoals: geheugen, snelheid van
denken en lichamelijke functies, maar: verandering = niet automatisch slecht en sommige dingen
blijven stabiel of verbeteren (bijv. ervaring, kennis)
Ouderdom = geen “downhill” fase, het is een fase met: verliezen, maar ook aanpassingen en
soms winst
Erikson’s stage model
Erikson zegt: ontwikkeling gebeurt in fasen over het hele leven.
Elke fase heeft een psychologische “crisis” (uitdaging):
Adolescence → identity vs confusion
Ouderdom → integrity vs despair
Bij ouderen:
Integrity = tevreden terugkijken op je leven
Despair = spijt, gevoel dat leven mislukt is
Dus ook op latere leeftijd is er nog psychologische ontwikkeling
Schaie & Willis (cognitieve ontwikkeling), belangrijk verschil met bijv. Piaget:
Niet: “je leert nieuwe dingen in fases”, maar: je gebruikt je cognitie anders
,Voorbeelden uit je aantekeningen:
Achieving stage (jongvolwassenen) → kennis gebruiken om doelen te bereiken (studie,
werk)
Reintegrational stage (oudere leeftijd) → focus op wat persoonlijk belangrijk is
Reorganizational stage → aanpassen aan veranderingen (bijv. pensioen)
Legacy stage → kennis/waarden doorgeven
Dus: cognitie wordt selectiever en betekenisvoller
SOC-theorie (Baltes & Baltes)
Mensen passen zich aan ouder worden aan via 3 strategieën:
1. Selection → kiezen wat belangrijk is (bijv. minder activiteiten, maar focus op wat
telt)
2. Optimization → verbeteren wat je nog goed kan (bijv. oefenen, ervaring gebruiken)
3. Compensation → omgaan met verlies (bijv. notities maken bij slechter geheugen)
Ontwikkeling stopt niet
Cognitie verandert van breed → selectief → betekenisvol
Ouderen zijn actief bezig met aanpassen en optimaliseren
Ouder worden = een actief aanpassingsproces, niet passief verval
Information-processing approach: cognitie bestaat uit verschillende onderdelen (bijv. snelheid,
geheugen, aandacht), veroudering beïnvloedt deze niet allemaal even sterk
Belangrijk voorbeeld: processing speed (verwerkingssnelheid) neemt af (Salthouse) →
langzamer denken → kan andere cognitieve taken beïnvloeden.
Biologische benaderingen
Focus: wat gebeurt er in de hersenen? Zoals frontal ageing hypothesis → frontale
hersengebieden gaan eerder achteruit, verklaart: problemen met planning, executieve
functies en aandacht
Integratieve benadering (biopsychosociaal model)
Cognitie wordt beïnvloed door 3 dingen:
1. Biologisch (hersenen, gezondheid)
2. Psychologisch (gedrag, coping, motivatie)
3. Sociaal (omgeving, opleiding, sociale contacten)
Dus: ouder worden is multifactorieel, niet alleen biologisch
STAC model (Scaffolding Theory of Aging and Cognition), heel belangrijk concept: hersenen bouwen
als het ware “steigers” (scaffolds), dit zijn compensatiemechanismen
Waarom? Om cognitief functioneren op peil te houden ondanks achteruitgang,
bijvoorbeeld: als een hersengebied minder goed werkt → ander gebied helpt mee. Dus:
brein past zich actief aan
STAC-r (uitbreiding), de “revised” versie voegt toe: je hele leven heeft invloed op hoe goed je kan
compenseren:
Risicofactoren: lage SES, vaatziekten en hoofdtrauma
Beschermende factoren: beweging, cognitieve activiteit en opleiding
Cognitieve veroudering = niet één proces, maar combinatie van: hersenveranderingen, cognitieve
processen en levensstijl. En: het brein is adaptief (past zich aan). Ouderen verliezen niet alleen
functies, maar compenseren actief via het brein en gedrag
,Sterke toename van ouderen wereldwijd, levensverwachting is enorm gestegen, aantal
65+ groeit snel (1980 → 2050), vooral westerse landen vergrijzen, population pyramids
veranderen en ouderen worden grootste leeftijdsgroep
Waarom zijn er steeds meer ouderen? Betere gezondheidszorg, betere hygiëne, betere
voeding, gezondere levensstijl en minder sterfte (bijv. hart- en vaatziekten, minder
roken) ⇒ mensen leven langer
Levensverwachting: sinds 1900 is de gemiddelde levensverwachting meer dan verdubbeld
Dit is echt een enorme verandering in de geschiedenis van de mens
Groei van aantal ouderen: 1980 → 260 miljoen, 2021 → 771 miljoen en 2050 → ~1,6 miljard
Dus: het aantal ouderen groeit explosief
Westerse landen: vergrijzing is het sterkst in ontwikkelde/westerse landen → betere zorg en
lagere geboortecijfers
Population pyramids, dit laat de leeftijdsverdeling zien
1970: brede basis → veel jongeren, weinig ouderen
2013: meer evenwicht
2050: bijna “rechthoekig” → veel ouderen
Belangrijk: de bevolking wordt ouder en gelijkmatiger verdeeld
Ouderen worden de grootste groep, in ontwikkelde landen: al rond 2024. Wereldwijd: rond 2080
Dus: ouderen worden de dominante leeftijdsgroep
Meer ouderen → meer: cognitieve problemen, zorgvraag en behoefte aan kennis over
veroudering, daarom is neuropsychologie van veroudering maatschappelijk super relevant
We leven in een wereld die snel vergrijst → we moeten begrijpen hoe ouder worden werkt
(biologisch, cognitief én sociaal)
Meer ouderen → meer ziekten en zorgvraag. Old age support ratio daalt. Dependency
ratio stijgt. Zorgkosten nemen toe en dementie wordt steeds belangrijker probleem.
Meer ouderen = meer zorg. Door vergrijzing: meer leeftijdsgebonden ziekten, meer vraag naar zorg
en behandeling en meer focus op preventie, denk aan: dementie, hart- en vaatziekten en diabetes
Old age support ratio: aantal werkenden (15–64) per oudere (65+)
In 2013: ~4 werkenden per oudere, dit gaat verder dalen
Betekenis: minder mensen moeten meer ouderen “ondersteunen”
Druk op: pensioenen, zorgsystemen en economie
Dependency ratio, dit is breder: [ (\text{kinderen} + \text{ouderen}) / \text{werkenden} ]
Hoe hoger → hoe meer “afhankelijken” per werkende, belangrijk: in ontwikkelde landen
stijgt deze vooral door meer ouderen
Gezondheid en zorgkosten
Ouderen: gebruiken meer zorg en hebben vaak complexere ziekten
Belangrijke oorzaken van problemen: hartziekten, kanker en diabetes
De “four giants of geriatrics”: immobility (bewegingsproblemen), instability (vallen), incontinence en
cognitive impairment (dementie)
Dementie, aantal mensen met dementie groeit enorm: ~65 miljoen in 2030 → ~115
miljoen in 2050
Waarom zo belangrijk? Veel mensen hebben intensieve zorg nodig, vaak opname in verpleeghuis
en geen effectieve genezing. Daarom: dementie = één van de duurste ziekten wereldwijd
Vergrijzing → niet alleen meer mensen, maar ook: meer ziekte, meer zorg, hogere kosten
en grotere druk op samenleving
, Ouderdom is niet alleen een individueel proces, maar een grote maatschappelijke uitdaging, vooral
door dementie en zorgkosten.
Kosten van dementie stijgen, niet iedereen krijgt dementie
4 vormen van cognitieve veroudering (Schaie)
Prevalentie van succesvol, normaal en pathologisch ouder worden
Dementie neemt toe in absolute aantallen, maar incidentie daalt
Kosten van dementie: dementie kost enorm veel geld (bijv. in Europa) en zorgkosten stijgen in het
algemeen. Redenen: meer ouderen, langdurige zorg en intensieve begeleiding
Belangrijk: niet iedereen krijgt dementie, een directe correctie van het stereotype uit aantekening 1!
Volgens Schaie (2016) zijn er 4 patronen van cognitieve veroudering:
1. Successful ageing (~10%): cognitie blijft stabiel of daalt heel weinig, soms bijna op niveau
van jonge volwassenen. Belangrijk: achteruitgang is niet onvermijdelijk
2. Normal ageing (~70%): kleine achteruitgang in verwerkingssnelheid, geheugen, executieve
functies en woordvinding (namen!), maar: nog steeds gezond functioneren
3. Mild Cognitive Impairment (MCI): sterkere achteruitgang dan normaal, maar nog geen
dementie. Vaak gezien als tussenfase
4. Dementia (~20%): sterke cognitieve achteruitgang en problemen in dagelijks functioneren
Successful ageing: slechts ±10% van ouderen, bij strenge criteria zelfs ~6% → weinig tot
geen cognitieve achteruitgang, vaak: goede gezondheid en weinig ziekten (zoals
diabetes, hartproblemen)
Belangrijk inzicht: als je ziektes “wegdenkt” → leeftijd zelf heeft minder effect op cognitie
dan je denkt. Mensen met successful ageing leven vaak langer
Normal ageing, grootste groep (~70%) Wat gebeurt er? Lichte achteruitgang in cognitieve functies,
maar nog steeds gezond en normaal. Hoe weten we dat dit “normaal” is? Normgroepen worden
“opgeschoond”: mensen die later dementie krijgen worden eruit gehaald. Zo meet je echte gezonde
veroudering
Abnormal ageing (~20%): MCI + dementie. Interessant: dementie-incidentie daalt, ~13% daling per
decennium sinds 1998. Ook wereldwijd daling in veel landen. Waarom daalt het? Betere leefstijl, meer
onderwijs en minder roken. Dus individueel risico daalt, maar totaal aantal stijgt (door vergrijzing!)
Cognitieve veroudering is geen één lijn, er zijn verschillende trajecten: gezond, licht achteruit en
pathologisch. En: achteruitgang is niet voor iedereen hetzelfde
De meeste mensen verouderen cognitief normaal en relatief gezond, en dementie is maar één van
de mogelijke uitkomsten.
Ouderen zijn vaak gelukkiger dan jongeren, minder depressie op latere leeftijd
“Satisfaction paradox”
Verklaringen: cohort effects, socio-emotional selectivity theory, aanpassing van doelen (SOC)
Zijn ouderen minder gelukkig? Nee, juist vaak meer gelukkig
65–75 jaar: ~88% tevreden en ~89% voelt zich gelukkig
75+: nog steeds hoge scores, dit gaat direct tegen het stereotype in aantekening 1 in
Welzijn over de levensloop: geluk volgt vaak een soort U-vorm: hoog als je jong bent, dip rond
middelbare leeftijd (~50) en stijgt weer op oudere leeftijd