Leerdoelen
Tara van der Sar
Inhoudsopgave
Hoorcollege 1. Persoonlijkheidseigenschappen........................................1
Hoorcollege 2. Persoonlijkheidsstructuur.................................................5
Hoorcollege 3. Persoonlijkheidsontwikkeling............................................9
Hoorcollege 4. Biologie en genetica.......................................................14
Hoorcollege 5. Evolutie en omgeving.....................................................17
Hoorcollege 6. Mentale capaciteiten......................................................22
Hoorcollege 7. Beroepsinteresses..........................................................29
Hoorcollege 8. Persoonlijkheidsstoornissen............................................33
Hoorcollege 9. Levensuitkomsten: Relaties en prestaties......................41
Hoorcollege 10. Godsdienst en politiek..................................................47
Hoorcollege 11. Gezondheid en seksualiteit..........................................55
Hoorcollege 1. Persoonlijkheidseigenschappen
🎯 Leerdoel 1
Je hebt kennis van/inzicht in wat persoonlijkheidspsychologen
onderzoeken.
,Persoonlijkheidspsychologen onderzoeken verschillen tussen mensen in
denken, voelen en gedrag. Persoonlijkheid gaat over de typische manier waarop
iemand zich gedraagt over verschillende situaties en over langere tijd.
Ze proberen vragen te beantwoorden zoals:
Waarom verschillen mensen van elkaar?
Waar komt persoonlijkheid vandaan?
Welke invloed heeft persoonlijkheid op relaties, werk, gezondheid en
gedrag?
Binnen de persoonlijkheidspsychologie zijn er drie niveaus:
🌍 Universeel niveau
Wat hebben alle mensen gemeen?
Voorbeeld:
Mensen passen zich vaak aan groepsdruk aan, zoals in het Asch-experiment.
👤 Idiografisch niveau
Wat maakt één persoon uniek?
Voorbeeld:
Iemands levensverhaal of persoonlijke ervaringen.
👥 Nomothetisch niveau
Hoe verschillen mensen van elkaar?
Dit is de belangrijkste focus van persoonlijkheidspsychologie. Hierbij worden
persoonlijkheidstrekken onderzocht, zoals:
extraversie
emotionaliteit
consciëntieusheid
Persoonlijkheidspsychologie gebruikt vooral de nomothetische aanpak, omdat
je daarmee algemene patronen tussen mensen kunt onderzoeken.
🎯 Leerdoel 2
Je hebt kennis van/inzicht in de basisstatistiek en methoden die
gebruikt worden om persoonlijkheid te meten.
Persoonlijkheid wordt gemeten met statistiek en verschillende meetmethoden.
📊 Basisstatistiek
Z-scores
Met z-scores kun je scores vergelijken met een normgroep.
z = 0 → gemiddeld
z = +1 → bovengemiddeld
z = -1 → ondergemiddeld
Psychologische eigenschappen worden meestal behandeld als
intervalmetingen, zodat verschillen tussen scores betekenisvol vergeleken
kunnen worden.
Correlatie (r)
Een correlatie laat zien hoe sterk twee variabelen samenhangen.
r = .10 → zwak
r = .30 → gemiddeld
r = .50 → sterk
Voorbeeld:
Consciëntieusheid hangt positief samen met studiesucces.
Steekproeven
Een goede steekproef moet:
representatief zijn
, groot genoeg zijn
Anders zijn resultaten minder betrouwbaar.
✅ Betrouwbaarheid en validiteit
Betrouwbaarheid
Betrouwbaarheid betekent dat een test consistent meet.
Belangrijke vormen:
interne consistentie
test-hertest betrouwbaarheid
interbeoordelaarsbetrouwbaarheid
Validiteit
Validiteit betekent dat een test echt meet wat hij moet meten.
Belangrijke vormen:
inhoudsvaliditeit
constructvaliditeit
criteriumvaliditeit
🧠 Meetmethoden
Zelfrapportage
De persoon vult zelf een vragenlijst in.
Voordeel:
snel en efficiënt
Nadeel:
sociaal wenselijke antwoorden
Observerrapportage
Anderen beoordelen de persoon.
Voordeel:
soms objectiever
Nadeel:
beoordelaars kunnen bias hebben
Directe observatie
Gedrag wordt direct geobserveerd.
Voordeel:
meet echt gedrag
Nadeel:
tijdrovend
Biodata
Levensgegevens gebruiken, zoals:
cijfers
werkprestaties
boetes
🎯 Leerdoel 3
Je hebt kennis van/inzicht in wat wordt bedoeld met ‘persoonlijkheid’.
Persoonlijkheid bestaat uit relatief stabiele verschillen tussen mensen in
denken, voelen en gedrag over verschillende situaties en over langere
tijd.
Een persoonlijkheidstrek:
gaat over verschillen tussen mensen
is een typische neiging, geen zekerheid
, komt terug in gedrag, gedachten en gevoelens
is zichtbaar in meerdere situaties
is relatief stabiel over tijd
Voorbeeld:
Een extravert persoon is meestal sociaal en spraakzaam, maar niet altijd.
Persoonlijkheid bestaat niet uit vaste types, maar uit dimensies waarop mensen
hoger of lager kunnen scoren.
❓ Bestaan persoonlijkheidstrekken echt?
Walter Mischel vond dat gedrag vooral afhankelijk was van situaties, omdat losse
gedragingen slecht voorspelbaar zijn.
Onderzoek liet later zien dat persoonlijkheid wel bestaat wanneer je kijkt naar:
meerdere gedragingen
in meerdere situaties
Dit heet aggregatie.
Voorbeeld:
Op tijd komen, plannen en netjes werken wijzen samen op consciëntieusheid.
👤 Persoon × Situatie
Gedrag ontstaat door:
persoonlijkheid
situatie
interactie tussen beide
B=f (P × S)
Dit heet ook trekactivatie:
een trek komt vooral naar voren in trek-relevante situaties.
Voorbeeld:
Extraversie zie je sterker op een feestje dan tijdens een tentamen.
🎯 Leerdoel 4
Je kunt verschillende strategieën en vragenlijsten om persoonlijkheid te
meten kritisch beoordelen.
Persoonlijkheidsvragenlijsten meten trekken met meerdere items.
Voorbeeld bij extraversie:
“Ik praat graag met anderen”
“Ik voel me energiek in groepen”
🔄 Reverse-coded items
Sommige items zijn omgekeerd geformuleerd om antwoordbias te verminderen.
Voorbeeld:
“Ik ben liever alleen.”
🏗️ Drie strategieën om tests te maken
1. Rationele strategie
Items worden bedacht vanuit theorie.
Voordeel:
logisch
Nadeel:
makkelijker te faken
2. Empirische strategie
Items worden gekozen op basis van data.
Voordeel:
goede voorspelling